Alles voelde weer aan als nieuw

Walter Damen over zijn herstel na darmkanker

Uit Leven • Editie 110 • April 2026

In december 2024 kreeg Walter Damen (54) de diagnose dikkedarmkanker. Na een operatie volgden onverwachte complicaties. De strafpleiter lag een maand in het ziekenhuis, vermagerde fel en liep ook een tijd met een stoma rond. ‘Als je zo lang in het ziekenhuis bent geweest, ontdek je hoe plezant het leven daarbuiten kan zijn.’

Auteur: Tine De Blaere • Fotograaf: Joost Joossen

Stel je vraag over kanker

Contacteer de Kankerlijn

Bel 0800 35 445
Ma-vr 9-12u en 13-17u
Chat met de Kankerlijn
Ma-vr 9-12u en 13-17u
(vermijd Edge als browser)

Als we het advocatenkantoor van Walter Damen binnenstappen, vallen ze meteen op: de opgezette dieren en skeletten die zijn bureau bevolken. ‘Die verzameling is symbolisch gegroeid’, zegt hij. ‘Ze symboliseren het eeuwige leven.’

We zijn uitgenodigd om te praten over de impact van zijn darmkanker. Toch aarzelt hij om zichzelf op de voorgrond te zetten. ‘Ik voel me soms schuldig. Ik word beschouwd als kankerpatiënt, maar ik heb geen chemo- of radiotherapie gehad. Mijn kanker werd met een operatie weggehaald. Dat voelt oneerlijk tegenover mensen die keer op keer behandelingen en controles moeten doorstaan.’

Is dat ook de reden waarom je er weinig over praat?

Walter Damen: ‘Ik vind het onrechtvaardig om daarmee in de kijker te lopen. Tegelijk wil ik van dit slechte verhaal toch iets positiefs maken. Daarom zet ik sterk in op preventie. Darmkanker kun je vroegtijdig opsporen met een stoelgangtest. Ik vind het nodig om die boodschap mee te verspreiden. Zelf heb ik geluk gehad. Als ik zes maanden langer had gewacht, was de kanker waarschijnlijk uitgezaaid en niet meer te genezen.’

Je kanker werd ontdekt doordat je deelnam aan het Vlaams Bevolkingsonderzoek Dikkedarmkanker. Waarom dan wel en eerder niet?

‘Op mijn vijftigste had ik de uitnodiging genegeerd. Mijn vrouw had de test wél gedaan, ook de tweede keer. Dat begon te knagen. Ik dacht, hoe gemakkelijk kan de overheid het me maken? Ik woon honderd meter van een brievenbus. Het zou een schande zijn om het niet te doen.’

Uit onderzoek bleek dat er een afwijking was.

‘Klopt. En na een coloscopie volgde de diagnose dikkedarmkanker. Toen de arts de kamer binnenkwam, zag ik meteen aan zijn gezichtsuitdrukking dat het geen goed nieuws was. Ik was wel geschrokken, maar diezelfde avond ben ik toch naar een verjaardagsfeest van een goede vriendin gegaan. Alleen mijn vrouw was toen op de hoogte. Dat was raar, maar toch genoot ik van het feest en het gezelschap.’

Waaruit bestond je behandeling?

‘Tijdens een operatie werd de tumor in mijn dikke darm en endeldarm (het laatste deel van de dikke darm, red.) weggenomen, samen met 21 centimeter darm. De kanker was niet uitgezaaid, dus was er geen nabehandeling nodig. Dat was mijn grote geluk. Maar na de ingreep kreeg ik zware complicaties. Uiteindelijk heb ik een maand in het ziekenhuis gelegen.’

Je belandde zelfs een week op intensieve zorg. Hoe komt dat?

‘Ik heb diabetes type 2, en daar is het misgelopen. Na de operatie moest ik een tijdje een restenarm dieet volgen. Daardoor at ik meer koolhydraten dan gewoonlijk. Dat leidde bij mij tot een ketoacidose, een levensbedreigende complicatie waarbij je bloed verzuurt en je organen uitvallen.’
‘Ik had al snel door dat er iets mis was. Ik vroeg voortdurend om ijsblokjes en ijskoud water. Op een bepaald moment werd ik zelfs de “iceman” genoemd. Ik stak mijn hoofd onder koud water, maar dat voelde niet verkoelend aan.’

Hoe heb je die periode op intensieve zorg beleefd?

‘Ik kreeg zware pijnstilling en dat veroorzaakte waanbeelden. Ik herinner me nog levendig hoe de muren op een moment vol wiskundige tekens stonden. Elke nacht had ik dezelfde nachtmerrie, waarna ik wakker schrok, klappertandend en badend in het zweet. Blijkbaar heb ik toen ook tegen mijn vrouw gezegd: “Ik wil begraven worden, vergeet dat niet.” Ik denk dat ik het al lachend zei, maar het kwam ernstiger over.’

Een ziekenhuis kan ook een plek zijn van reflectie en verandering.

‘Toch probeerde ik ook positief te blijven. Ik lag in kamer 213 en maakte elke ochtend 'Radio 213': ik nam een spraakbericht op voor vrienden waarin ik vertelde hoe de nacht was geweest. Dat voelde hoopvol. Tot ik die berichten maanden later opnieuw beluisterde. Mijn boodschap was altijd positief, maar in mijn stem hoorde je hoe zwak ik toen was.’

Na je opname volgde een periode van vier en een halve maand met een stoma.

‘Dat is een apart verhaal (lacht). In het begin kwamen thuisverpleegkundigen elke ochtend tussen acht en half tien om mijn stoma te verzorgen. Maar dat was praktisch moeilijk te combineren met mijn zittingen. Enkele dagen later was ik ‘s avonds op een lezing en voelde ik dat de plaat van de stoma loskwam. Ik ben toen onmiddellijk naar huis gereden. Het was al laat, dus heb ik de verzorging voor de eerste keer zelf gedaan. Dat gaf me een enorme vrijheid. Vanaf dan had ik altijd reservekledij en -materiaal in mijn koffer, het befaamde stomazakje.’

Heb je daar schaamte voor gevoeld?

‘Nee, ik was blij dat het bestond. Dat moet echt uit de toeboesfeer. Ik heb grenzeloos respect voor iedereen met een stoma. Toch was ik ook blij toen hij weg was. De stoma was een onophoudelijke herinnering aan het feit dat er nog een operatie zou volgen. Nu heb ik alleen nog mijn herdenkingsteken. Ik noem het liever geen litteken.’

Hoe reageerde je omgeving op je ziekte?

‘Voor mijn operatie waren alleen mijn vrouw en een hoop goede vrienden op de hoogte. Mijn diagnose kwam vlak voor Kerstmis 2024. Dat is niet iets dat je zomaar aan de feesttafel vertelt. Op Nieuwjaar wenst iedereen elkaar een goede gezondheid toe. Die woorden kregen plots veel meer betekenis.’

‘Ik wilde afwachten of de kanker was uitgezaaid. Ook mijn kinderen heb ik toen bewust niet ingelicht. De ene begon net aan examens, de andere vertrok op buitenlandse stage. Ik wilde niemand verontrusten. Pas toen ik op intensieve zorg lag, hebben we het ze verteld. Ze hadden begrip voor mijn keuze.’

‘We zijn dankbaar dat we zo’n warm netwerk hebben. Vrienden brachten eten, bloemen, vroegen wat ze konden doen. Niet iedereen heeft zo’n vangnet, daar ben ik me heel bewust van.’

Wat gaf je energie tijdens je herstel?

‘Alles voelde weer aan als nieuw: de rit van het ziekenhuis naar huis, de eerste wandeling in het bos, de eerste zitting in het gerechtsgebouw. De liefde voor alles kwam terug. Ik zoek bewust de eenvoud op. Er zijn een aantal zaken die je gratis krijgt, zoals de schoonheid van de natuur, en net daarin vond ik veel kracht.’

Hoe kijk je terug naar die periode in het ziekenhuis?

‘Die tijd in het ziekenhuis voelde aan als me-time. Vrienden kwamen langs en ik had eindelijk de tijd om met iedereen rustig te babbelen. Als zelfstandige cijfer je jezelf voortdurend weg. In dat ziekenhuisbed kon ik niet werken. Geen consultaties, geen zittingen. Dus dacht ik: als ik hier dan toch lig, kan ik er maar beter het beste van maken.’

‘Het kan raar klinken, maar achteraf beschouw ik die periode als positief. In mijn kamer stond altijd muziek op, de gordijnen waren open. Het deed deugd om even weg te zijn van de drukte. Tegelijk vond ik afleiding in mijn werk. Ik bleef mijn wekelijkse column schrijven en tijdens mijn wandelingen dacht ik na over een probleemstelling uit het doctoraat waaraan ik bezig ben. Een ziekenhuis kan ook een plek zijn van reflectie en verandering. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, maar je kan er wel degelijk iets van maken.’

Jouw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Lees meer verhalen in het magazine Leven

Veel van onze verhalen zijn ook verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. Abonneer je om geen enkel verhaal te missen!