Fase twee
‘Na de operatie kreeg ik opnieuw chemo. Die laatste sessies waren de zwaarste. Ik kreeg last van zenuwpijnen in mijn handen, mijn gezicht, mijn keel (neuropathie, red.). Vooral buiten in de kou had ik er last van. Die pijnen zijn niet meer weggegaan. Een gekoeld blikje drinken of een maaltijd uit de diepvriezer halen, ik kan dat alleen nog met een handschoen aan. Wandelen of fietsen als het waait? Ik pas voortaan.’
‘Het lastigste moment was een jaar na de diagnose. De stoma werd weggenomen en ik dacht dat ik mijn oude leven weer kon oppakken. Maar toen startte fase twee. De fase waarin je moet leren leven met de gevolgen van je kanker. In de endeldarm wordt onze ontlasting tijdelijk opgeslagen. Als hij vol zit, geeft hij het signaal dat je naar toilet moet. Ik had geen endeldarm meer en mijn stoelgangfunctie was dus compleet verstoord. Toen ik mijn klachten beschreef, liet mijn behandelend arts het woord “LAR-syndroom” vallen. Tot dan had ik daar nog nooit iets over gehoord.’
Zorgvuldig plannen
‘Door dat LAR-syndroom moet ik heel plots en vaak naar het toilet. Tot soms zeven keer per uur. Een andere keer kan een toiletbezoek dan weer heel lang duren. Anderhalf uur is geen uitzondering. Om het toch een beetje leefbaar te houden, volg ik het FODMAP-dieet. Alle voedingsmiddelen die de darmen prikkelen, vermijd ik. Helaas zijn dat er heel wat. Veel groenten en fruit eet ik niet, maar ook koolhydraten, sauzen en alcohol laat ik. Mijn darmen kunnen die stoffen niet meer verwerken.’