Zijn röntgenfoto’s en scans om kanker op te sporen schadelijk?

Foto’s en scans zoals een röntgenfoto, PET-scan, CT-scan of botscan maken gebruik van ioniserende stralen. Hoewel de kans op nadelige effecten bij die onderzoeken heel klein is, moeten we er toch voorzichtig mee omgaan.

Blootstelling aan lage doses ioniserende straling door röntgenfoto’s en scans kan op langere termijn het risico op kanker verhogen. Die verhoging is bij medisch onderzoek weliswaar beperkt, maar het is wel de reden waarom artsen niet zomaar een röntgenfoto of scan nemen. Een arts zal altijd de verwachte voordelen – bijvoorbeeld de vroege ontdekking (en betere behandelmogelijkheden) van een tumor of van een terugkeer van de kanker in een vroeger stadium – afwegen tegen de mogelijke nadelen.

De hoeveelheid straling verschilt per onderzoek en wordt uitgedrukt in millisievert (mSv). Een röntgenfoto van de borstkas bijvoorbeeld komt gemiddeld overeen met ongeveer 0,05 mSv, een mammografie met 0,24-0,48 mSv, een CT-scan van de borstkas met ongeveer 7-8 mSv. Ter vergelijking: elke inwoner van België staat gemiddeld bloot aan 3,6 mSv per jaar (bron: Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle). Voor het grootste deel is dat achtergrondstraling uit de grond, uit gebouwen en uit onze voeding, een kwart van dat gemiddelde komt uit medische onderzoeken.

Goed om weten:

  • Andere onderzoeken zoals een echografie en een MR-scan of MRI gebruiken geen ioniserende straling.
  • De hoeveelheid radioactiviteit verminderde de laatste jaren sterk. Door tal van technische verbeteringen kunnen de artsen met een veel kleinere stralingsdosis dan vroeger veel betere foto’s maken.
  • De medische onderzoeken die artsen jou voorschrijven als je kanker hebt, beïnvloeden een bestaande kanker niet.
Laatst aangepast op