Op basis van de huidige wetenschappelijke kennis kunnen gezondheidsrisico’s (waaronder het risico op bepaalde soorten kanker) bij langdurig en veelvuldig gebruik van de gsm niet uitgesloten worden. Daarom raden experts aan om de blootstelling aan straling door de gsm uit voorzorg te beperken, zeker bij kinderen onder de 12 jaar.

Tips om blootstelling aan gsm-straling te beperken:

Man telefoneert met smartphone
  • Vermijd onnodige of lange telefoongesprekken met uw gsm, ook al respecteert het toestel de normen.
  • De blootstelling is het hoogst tijdens de eerste seconden wanneer het toestel verbinding zoekt. U doet er goed aan even te wachten voordat u uw gsm tegen uw oor drukt. Gebruik voor lange telefoongesprekken een vast toestel (geen gsm of DECT-telefoon; de blootstelling aan radiogolven afkomstig van een DECT-telefoon is wel vijf keer zo klein als die van een gsm).
  • Gebruik een oortje of bel met het luidsprekertje aan.
  • Stuur een sms in plaats van te bellen. Uw gsm zendt dan slechts een kort signaal uit en u houdt uw gsm op enige afstand van uw lichaam.
  • Vermijd om te bellen op plaatsen met een slechte ontvangst. Bij een slechte ontvangst vergroot uw gsm zijn vermogen.
  • Extra voorzichtigheid is geboden bij gsm- en tabletgebruik door kinderen. Zij komen al vroeg in contact met deze toestellen. De totale blootstelling tijdens hun leven zal veel groter zijn dan die van de huidige volwassenen. Kinderen absorberen gsm-straling ook meer dan volwassenen. Daarom is het beter dat kinderen onder de 12 jaar niet met een gsm werken, tenzij in noodgevallen.

Tips om straling door draadloze netwerkverbindingen te beperken:

  • Schakel uw draadloze netwerkverbinding enkel aan als het nodig is. Dit geldt in het bijzonder voor de wifi-adapter van uw laptop. Anders zoekt uw laptop voortdurend verbinding met het netwerk. Dat leidt tot onnodige blootstelling.
  • Plaats het wifi-basisstation enkele meters van de plaats waar u lange tijd verblijft.

Straling

Draadloze communicatie is mogelijk door het transport van informatie via radiofrequente elektromagnetische velden. Voor de mobiele telefoons is momenteel een frequentiegebied van 300kHz tot 3GHz in gebruik. De mobiele telefoon wordt ook steeds meer gebruikt voor allerlei toepassingen. Naast het gebruik van de mobiele telefoon worden steeds meer en bijna continu allerhande draadloos met het internet verbonden toestellen, waaronder tablets en computers, gebruikt om te werken, te studeren en te ontspannen. Er is dus een bijna continue blootstelling aan deze elektromagnetische straling. Voorlopig zijn de meeste toestellen verbonden via een 3G- of 4G-netwerk, maar er wordt momenteel in Europa hard geijverd om, net als in China, een 5G-netwerk uit te rollen (zie verder).

Kankerverwekkend?

Op basis van de huidige wetenschappelijke kennis kunnen gezondheidsrisico’s (waaronder het risico op bepaalde soorten kanker) bij langdurig en veelvuldig gebruik van de gsm niet uitgesloten worden. Het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek (IARC) klasseerde in 2011 de elektromagnetische straling als mogelijk kankerverwekkend onder categorie 2B.  Sinds 2011 zijn er heel wat extra studies uitgevoerd waarin soms wel en soms niet een verband tussen blootstelling aan radiofrequente straling en verhoogd risico op glioom (een soort hersentumor) en akoestisch neuroom (goedaardig gezwel aan de gehoorzenuw) werd gevonden. Het IARC heeft het enkel over gsm-straling en niet over wifi, bluetooth, draadloze telefoons ... Het gaat ook niet over zendmasten van mobiele telefonie. Het IARC vond het nog te vroeg om over deze bronnen conclusies te trekken. 

In het licht van de IARC-classificering nam de Belgische overheid uit voorzorg een aantal maatregelen i.v.m. gsm’s: 

  • Sinds 1 maart 2014 is de verkoop van aangepaste mobieltjes, geschikt voor kinderen jonger dan 7 jaar, verboden.
  • Ook mag geen reclame meer worden gemaakt voor gsm-gebruik bij deze leeftijdsgroep.
  • Daarnaast wordt de stralingswaarde (SAR of SAT) van de gsm verplichte consumenteninformatie, zowel in de winkel als bij onlineverkoop.

SAR of SAT, uitgedrukt in watt per kilogram (W/kg), geeft de omzetting van elektromagnetische energie van radiogolven in warmte weer. Met een gsm met een lagere SAR-waarde kunt u uw gemiddelde blootstelling verminderen. Die waarde geeft wel niet de werkelijke blootstelling weer. Tijdens de test om de SAR-waarde te bepalen, zendt de gsm aan zijn maximaal vermogen uit. In de praktijk is het zendvermogen van een gsm variabel. Hoe beter de ontvangst, hoe kleiner het zendvermogen. Een uitgeschakelde gsm zendt niets uit. In stand-by zendt hij slechts af en toe een kort signaal uit om zijn positie aan het netwerk te laten weten. Alleen tijdens een gesprek zendt de gsm continu uit. 

Ter info: de blootstelling aan radiogolven afkomstig van gsm-zendmasten is meer dan 10.000 keer zo klein als de blootstelling bij gebruik van mobieltjes. 

Wat met 5G?

5G is eigenlijk een verzamelnaam voor een nieuwe technologie en maakt gebruik van dezelfde niet-ioniserende elektromagnetische stralen als het 4G-netwerk. De voornaamste verschillen zijn dat men gebruik zal maken van massieve MIMO (multiple in multiple out), een methode om meer dan één datasignaal tegelijk te versturen en te ontvangen over een kanaal. Een zendmast zal dan bestaan uit honderden kleine antennes en elke gebruiker krijgt een eigen kanaal dat hem of haar volgt in tegenstelling tot de huidige technologie waar ongeleid een signaal de ruimte wordt ingestuurd. Verder zal het 5G-netwerk in de toekomst elektromagnetische golven aan zeer hoge frequentie gebruiken. Deze millimetergolven reiken, in tegenstelling tot de huidige micrometergolven, niet zo ver, maar kunnen heel veel informatie met zich meedragen. Een gevolg daarvan is dat men zal werken met kleinere basisstations die de verbinding korter bij de gebruiker brengen. Dat zal enerzijds meer stralingsbronnen opleveren maar anderzijds hoeven ze niet zoveel vermogen uit te sturen om een goede verbinding te garanderen.

Of deze nieuwe technologie een verhoogd risico op kanker met zich meebrengt, kon nog niet onderzocht worden omdat de technologie momenteel nog niet ingevoerd is.