Maar hier zitten ze voor mij, met hun drieën, stralend en wel. Ik vraag of ik een foto mag nemen, en die mag delen met het team. Dat mag. Ik zie de komende dagen heel veel stralende blikken als ze de foto zien. Want zij weten hoe ziek hij is geweest. Zij hebben hem verzorgd, gedragen, in die moeilijkste, diepe dalen. Net als zijn ouders, zijn vrienden, en iedereen die hem graag ziet.
Het deed me denken aan Bergbeklimmers, een event dat ik zeven jaar geleden organiseerde, voor iedereen bij ons die de zware bergtocht onderging die een allogene transplantatie is en het overleefde, vaak met averij. En voor allen die voor hen zorgden: zij waren hun sherpa’s. Ik herinner me nog zó goed het moment dat al die mensen binnenkwamen, in een soort onophoudelijke stoet. Het raakte me diep.
Nog jaren later vertellen verpleegkundigen en collega’s me hoeveel deugd het deed die vele mensen terug te zien van wie zij het leven mee hadden gered. De anekdotes die daar gedeeld werden en de levenswijsheden, daar kan een mens lang op teren. Ze bieden wat tegenwicht voor het verdriet van de mensen die we verliezen, die door de hel gaan, en nadien toch sterven. Je hebt dat tegenwicht nodig om in deze job te kunnen overleven. Want dat went nooit.
En ik besef: het is hoog tijd voor een volgende editie van Bergbeklimmers.