Dat was enkele jaren geleden ook de reden achter dit stamboomonderzoek. Het maakte deel uit van de genetische test die mijn oncoloog voorstelde. Hij is kankergeneticus en weet dat er al heel wat genen zijn ontdekt met een verhoogd risico op kanker, waardoor zo’n test duizenden levens kan redden. En voorkomen dat het erger wordt, daar kunnen dragers van de schadelijke BRCA1- en BRCA2-mutaties over getuigen. Vrouwen met zo’n afwijking hebben 60 tot 80 procent kans om borstkanker te ontwikkelen en 20 tot 40 procent kans op eierstokkanker. Mannen hebben een licht verhoogd risico op prostaat- en borstkanker. Er is ook één kans op de twee dat vrouwen en mannen met een BRCA-gen dat gen doorgeven aan hun kinderen. Wie weet dat hij of zij drager is van dat gen kan preventief opgevolgd worden zodat er sneller kan ingegrepen worden.
Van een breed opgezet genonderzoek is – voorlopig? – geen sprake want de medische wetenschap is het er nog niet over eens. Ik heb het ‘geluk’ dat ik al kanker heb gehad zodat ik die test, netjes terugbetaald door de ziekteverzekering, wel mocht laten doen. Maar al wie nog niet behandeld is voor kanker, komt niet in aanmerking voor terugbetaling.
Ik had trouwens weer eens geluk, mijn gentest bracht geen onregelmatigheden aan het licht. Toch niet dat ik weet. Want toen ik vernam dat het genonderzoek bijvoorbeeld ook alzheimer of de ziekte van Huntington, een ongeneeslijke hersenaandoening, aan het licht brengt, schrok ik toch even. ‘Ik wil alleen weten wat me boven het hoofd hangt als er nog iets aan te doen is’, heb ik wijselijk gezegd. Gemoedsrust is ook een goede preventiemaatregel.