Eén ding heb ik wel bijgeleerd. Het betert met training. Voor het lichaam geldt dat, voor de geest ook. Toch zoekt de verhalenmaker die ik ben zelfs ’s nachts wel eens zwetend naar een woord of een naam die me vertrouwd waren en die ik plots niet meer vind. Het is zeldzaam geworden, maar het gebeurt. Helemaal van mijn à propos gebracht, grijp ik dan mijn smartphone van het nachtkastje, die voor verlossing en een nieuwe remslaap zorgt.
Ik troostte me vroeger met de woorden van de oncoloog. ‘Vergeet het niet, het duurt zeker een jaar vooraleer je weer de oude Frieda bent.’ Om eerlijk te zijn, die oude Frieda is nooit helemaal teruggekomen en dat is misschien maar goed ook. Ik prefereer vandaag versie 2.0 die iets vergeetachtiger is maar ook emotioneel intelligenter en milder. Ik hoop van harte, en weet bijna zeker, dat hetzelfde voor onze voorzitter geldt.