Frieda Joris

Als ik “cocktail” hoor of lees, zie ik mezelf niet in de bar van een hotel zitten, maar liggend als lijdend voorwerp in een saaie ziekenhuiskamer

Column Frieda Joris - Santé

Uit Leven • Editie 106 • April 2025

Frieda Joris, journalist en auteur, kreeg in het najaar van 2000 borstkanker. Ze schrijft voor Leven vier keer per jaar deze column.

Auteur: Frieda Joris • Fotograaf: Filip Claessens

Stel je vraag over kanker

Contacteer de Kankerlijn

Bel 0800 35 445
Ma-vr 9-12u en 13-17u
Chat met de Kankerlijn
Ma-vr 9-12u en 13-17u
(vermijd Edge als browser)

Alles verandert, en toch blijft veel hetzelfde. Neem nu de chemobehandeling van vandaag. Het rode zakje dat samen met soortgenoten aan de staander bengelde en 24 jaar geleden zijn reddende inhoud in mijn door kanker aangetaste lichaam liet binnendruppelen hangt er, zovele jaren en honderdduizenden kankerpatiënten later, nog altijd. Hoe ik dat zo goed weet? Omdat schoonzus L. nu ook borstkanker heeft. 

Epirubicine is nog altijd een van de hoofdingrediënten van de chemococktail die ik indertijd met een heel scheef oog bekeek en waarvan ik de naam nooit vergeten ben. De verpleegkundige had me immers verwittigd: dat zakje zorgt ervoor dat je al je haar zal verliezen. De kaalheid die mijn spiegelbeeld veranderde in een kankerpatiënt was elke morgen mijn grootste nachtmerrie. Een confrontatie die ik nooit gewoon werd en pas aanvaardde na het opzetten van mijn pruik. Dan herkende ik mezelf weer, zo belangrijk was dat valse haar. 

L. is, terwijl ik dit schrijf, nog een groentje in de materie. ‘Goeie cocktail’, heb ik haar gezegd toen ze haar eerste chemo geserveerd kreeg. Terwijl ik ‘cocktail’ in mijn jonge jaren associeerde met Bloody Mary, Virgin Mojito of Tequila Sunrise heeft het feestelijke woord ondertussen zijn smakelijke betekenis verloren. Ook het bijbehorende beeld is veranderd. Als ik ‘cocktail’ hoor of lees, zie ik mezelf niet meer met een Singapore Sling in de bruine bar van het Raffles Hotel zitten, maar liggend als lijdend voorwerp in een saaie ziekenhuiskamer.

De kaalheid die mijn spiegelbeeld veranderde in een kankerpatiënt was elke morgen mijn grootste nachtmerrie

Versta me goed, ik ben dat zakje met die verdachte vloeistof en alle andere infusen die mijn poortkatheter passeerden heel dankbaar. Ze hebben met zijn allen hun werk gedaan en hun doel bereikt want ik kan het nog altijd navertellen. Ook aan L. die hopelijk wat heeft aan mijn ervaringskennis. 

Want al zit L. nu in eenzelfde hospitaalbed en ontsnapt ze aan de realiteit door weg te dromen met andere herinneringen dan de mijne, de twijfels die ze heeft, verschillen niet van mijn gepieker indertijd, en als die van negen op de tien kankerpatiënten. ‘Moet dit nu? Het middel dat de celdeling moet afremmen tast immers ook goede cellen aan.’ ‘Zal ik straks extreem moe zijn en dagenlang mijn bed niet uit kunnen?’ En vooral: ‘Hoeveel overlevingskans heb ik?’ 

Ze pakt het in elk geval goed aan en omringt zich met positieve mensen die wel medeleven tonen maar geen klaagkoor vormen. Vrouwen als zij en ik willen vooral verder gaan met het leven dat we hadden en de ziekte liefst zo snel mogelijk vergeten. Vooral bezoekers met een beetje humor zijn heel welgekomen, omdat ze ervoor zorgen dat haar pruik niet al te scheef staat. Een bad hair day kan je tijdens die vuurproef helemaal missen. 

Daarom, lieve L., zal ik straks een cocktail laten binnensijpelen. Geen epirubicine via een infuus maar zoals in de goeie oude tijd: een mojito in een gekoeld longdrinkglas. Ik toost ermee op jouw gezondheid. Santé!

Jouw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Lees meer verhalen in het magazine Leven

Veel van onze verhalen zijn ook verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. Abonneer je om geen enkel verhaal te missen!