Versta me goed, ik ben dat zakje met die verdachte vloeistof en alle andere infusen die mijn poortkatheter passeerden heel dankbaar. Ze hebben met zijn allen hun werk gedaan en hun doel bereikt want ik kan het nog altijd navertellen. Ook aan L. die hopelijk wat heeft aan mijn ervaringskennis.
Want al zit L. nu in eenzelfde hospitaalbed en ontsnapt ze aan de realiteit door weg te dromen met andere herinneringen dan de mijne, de twijfels die ze heeft, verschillen niet van mijn gepieker indertijd, en als die van negen op de tien kankerpatiënten. ‘Moet dit nu? Het middel dat de celdeling moet afremmen tast immers ook goede cellen aan.’ ‘Zal ik straks extreem moe zijn en dagenlang mijn bed niet uit kunnen?’ En vooral: ‘Hoeveel overlevingskans heb ik?’
Ze pakt het in elk geval goed aan en omringt zich met positieve mensen die wel medeleven tonen maar geen klaagkoor vormen. Vrouwen als zij en ik willen vooral verder gaan met het leven dat we hadden en de ziekte liefst zo snel mogelijk vergeten. Vooral bezoekers met een beetje humor zijn heel welgekomen, omdat ze ervoor zorgen dat haar pruik niet al te scheef staat. Een bad hair day kan je tijdens die vuurproef helemaal missen.
Daarom, lieve L., zal ik straks een cocktail laten binnensijpelen. Geen epirubicine via een infuus maar zoals in de goeie oude tijd: een mojito in een gekoeld longdrinkglas. Ik toost ermee op jouw gezondheid. Santé!