Sommige artsen jongleren met medische termen waarmee je een boer van zijn paard kan slaan.

Column Frieda Joris - De proprioceptieve neuromusculaire facilitatie

Uit Leven • Editie 97 • Januari 2023
Frieda Joris

Frieda Joris, journalist en auteur, kreeg in het najaar van 2000 borstkanker. Ze schrijft voor Leven vier keer per jaar deze column.

Auteur: Frieda Joris • Fotograaf: Filip Claessens

Stel je vraag over kanker

Contacteer de Kankerlijn

Bel 0800 35 445
Ma-vr 9-12u en 13-17u
Chat met de Kankerlijn
Ma-vr 9-12u en 13-17u
(vermijd Edge als browser)

Mag ik in dit tranendal eens een positieve noot laten klinken? En wel deze: kanker verbreedt je woordenschat.

Wie rechtstreeks of zijdelings met woekerende cellen geconfronteerd wordt, kan niet anders dan zich het medisch jargon eigen maken of je dreigt buiten spel te staan tijdens de onderhandelingen. Want al is er in het dokterskabinet veel vooruitgang geboekt, toch jongleren sommige artsen nog graag met medische termen waarmee je een boer van zijn paard kan slaan. Een geneesheer of -vrouw gebruikt ze wellicht alle dagen maar debuterende patiënten horen het in Keulen donderen.

Er was veel dat ik niet verstond toen ik voor het eerst met kanker in aanraking kwam. Ik werd horendol van woorden als aromataseremmer, BRCA1-mutatie, lobulair carcinoom, inframammaire huidplooi, mastectomie, neoadjuvante therapie, ductaal carcinoom, triple-negatieve borstkanker … Goed dat ik als journaliste het gewoon ben om onbeschaamd uitleg te vragen, daarop is mijn hele carrière gebaseerd. ‘Wat bedoelt u?’ Of het simpele ‘Dat versta ik niet’. En ik kreeg, dat moet ik toegeven, telkens de gepaste uitleg. Maar o wee als er meer dan één dokter naast je bed staat. Dan toeteren je oren en geraak je onvermijdelijk het noorden kwijt. Voel je je rijp voor de slachtbank, zonder verweer te kunnen bieden.

Uit een studie van enkele jaren geleden bleek dat vier op de tien Belgen niet begrijpen wat hun dokter zegt. Bij de keuze van een huisarts kwam ‘een goede uitleg’ op de derde plaats.

O wee als er meer dan één dokter naast je bed staat. Dan toeteren je oren en geraak je onvermijdelijk het noorden kwijt. Voel je je rijp voor de slachtbank, zonder verweer te kunnen bieden.

Ik denk dikwijls terug aan mijn lieve en eenvoudige grootmoeder, geboren in de 19de eeuw en afkomstig uit een Antwerpse volkswijk. Ze keek torenhoog op naar ‘mijnheer doktoor’ die haar in over-beschaafd Nederlands toesprak alsof hij heel bewust de kloof daarmee nog wat groter wou maken. ‘En mevrouw, hoe gaat het met de stoelgang’, vroeg die man, terwijl hij zijn stethoscoop aaide. Grootmoe bekeek hem met ogen als schoteltjes, stamelde ‘goed, goed’ en zei later: ‘Waarom vroeg die naar mijn meubels?’

De man die me het meest overdonderde met voor witte jassen bestemd koeterwaals was mijn kinesist Huub. Een bijzonder heerschap, niet alleen een bekwame fysiotherapeut maar ook iemand die me met zijn heerlijk fijne humor meer dan eens uit een dipje sleurde en me zelfs tot ingewikkelde bewegingen motiveerde. ‘En nu zal ik je de proprioceptieve neuromusculaire facilitatie in de therapeutische beweging van Kabatt aanleren’, orakelde een grinnikende Huub. Goed dat ik uitgestrekt op zijn behandeltafel lag of ik was steil achterovergevallen. De proprio… Wát? Het leek me een term die paste in een sm-kelder met op de achtergrond het gerammel van knarsende kettingen en gebonk van stampende hakken. Mijn fantasie sloeg op hol in een totaal verkeerde richting. Want de door de heer Kabatt uitgedokterde oefening moest voorkomen dat ik een dikke arm kreeg nadat de lymfeklieren in mijn oksel waren verwijderd. Na de ‘gemodificeerde radicale mastectomie’, nog zo’n term uit het woordenboek voor borstkanker. 

Ik moest met een draaiende beweging mijn hand van rechtsonder met gestrekte arm naar linksboven mijn schouder brengen. ‘Thuis een paar keer per dag herhalen’, zei Huub nog. Heb ik gedaan, en mijn arm is nooit opgezwollen. Sindsdien ben ik grote fan van de proprioceptieve neuromusculaire facilitatie in de therapeutische beweging van Kabatt. Van een ledenclub heb ik helaas nog niets gehoord. Het is ook nogal omslachtig om dat op een lidkaart te zetten.

Jouw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Lees meer verhalen in het magazine Leven

Veel van onze verhalen zijn ook verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. Abonneer je om geen enkel verhaal te missen!