Frieda Joris

Sinds mijn kankerdiagnose weet ik dat je lichaam je zomaar in de steek kan laten

Column Frieda Joris - Andere tijden

Uit Leven • Editie 100 • Oktober 2023

Frieda Joris, journalist en auteur, kreeg in het najaar van 2000 borstkanker. Ze schrijft voor Leven vier keer per jaar deze column.

Auteur: Frieda Joris • Fotograaf: Filip Claessens

Stel je vraag over kanker

Contacteer de Kankerlijn

Bel 0800 35 445
Ma-vr 9-12u en 13-17u
Chat met de Kankerlijn
Ma-vr 9-12u en 13-17u
(vermijd Edge als browser)

Toen het eerste nummer van Leven in januari 1999 verscheen, schreef ik nog geen column over kanker. Om de simpele reden dat ik pas twee jaar later tegen wil en dank ‘ervaringsdeskundige’ werd.

Voor mij en voor de wereld waren het toen andere tijden. Die maand werd de euro ingevoerd maar stak ons spaarvarkentje nog vol franken. Johan Cruijff werd Voetballer van de Eeuw, Apple bracht de Power Macintosh G3 uit, Dominique Monami werd Sportpersoonlijkheid van het Jaar en het Amerikaans congres opende het impeachmentproces tegen de overspelige president Bill Clinton. Daar was ik als journaliste mee bezig, niet met woekerende cellen. Al heb ik het nieuwe tijdschrift toen wel gelezen. ‘Goed dat mensen stilaan open over kanker durven praten’, zei ik weinig origineel. Een dooddoener van jewelste, excusez le mot.

De goed geschreven verhalen pakten me wel, maar waren tegelijkertijd ver van mijn bed verwijderd. Mijn lieve vader was veel te jong aan een uitgezaaide tumor gestorven, maar daar hadden zijn ontberingen in een krijgsgevangenenkamp veel mee te maken, dachten we toen. Zijn maag en darmen waren al langer beschadigd omdat ze gras hebben moeten verteren. Die kanker had gebruikgemaakt van een lichaam dat al te veel had doorstaan en geen weerstand meer kon opbrengen. De oorlog was voor mij het ongeneeslijke kwaad dat uitgeroeid moest worden.

Zelf was ik ervan overtuigd kerngezond te zijn, en misschien was ik dat toen nog ook. Ik las ook dat (toen) één vrouw op de negen borstkanker kreeg maar ik was ervan overtuigd dat ik bij die acht anderen was. Met reden, ik viel zowat buiten alle risicofactoren. Ik rookte niet en was niet te dik. Mijn borsten hadden twee zoons gevoed en ik zat niet stil. Een doorsneeplaatje van een doorsneevrouw die kans maakte om zonder struikelen honderd te worden. Ik voelde me onaantastbaar. Dat bleek na de eeuwwisseling een grove misrekening.

Een doorsneeplaatje van een doorsneevrouw die kans maakte om zonder struikelen honderd te worden. Ik voelde me onaantastbaar.

‘Er is leven na de ziekte’ was de grote titel van die eerste Leven. Ik kan dat, met mijn kennis van nu, volmondig beamen. Een goed en redelijk onbezorgd bestaan dat in één opzicht verschilt van het vorige. Er is een grote zekerheid weg. De zekerheid van een lichaam dat altijd braaf luistert en zich gedraagt. Ik weet dat het je zomaar in de steek kan laten en zich van de ene dag op de andere tegen je kan keren. Lig ik daar ’s nachts wakker van? Neen. Met die wetenschap, met dat verraad valt te leven, vooral ook omdat je naar dat fijngevoelige lijf leert luisteren.

En toch kan er, ook als na twintig jaar een kanker hopelijk definitief tot zwijgen is gebracht, nog een onprettige verrassing volgen. Zo vernam ik nu pas, na een scan, dat mijn rechterlong nog maar gedeeltelijk functioneert door littekens van de radiotherapie twintig jaar geleden. Het verklaart mijn kortademigheid bij grote inspanningen. Maar ach, ik hoef geen bergen meer te beklimmen. Ik pas me aan en ben vooral blij dat diezelfde bestralingen nu veel gerichter gebeuren en het risico op schade vandaag veel beperkter is. Ook in dat opzicht zijn het andere tijden. Nu die andere oorlog nog …

Jouw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Lees meer verhalen in het magazine Leven

Veel van onze verhalen zijn ook verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. Abonneer je om geen enkel verhaal te missen!