Radiotherapie bij hoofd-halskankers

Radiotherapie kan gebruikt worden als behandeling bij hoofd-halskankers. De meeste kankers in de keelholte en het strottenhoofd worden met radiotherapie behandeld.

Radiotherapie is een behandeling met ioniserende stralen die kankerceldeling probeert te stoppen of vertragen. De stralenbundel wordt gericht op de plaats van de tumor of de plaats waar de tumor zich bevond, met een marge eromheen.

Bijwerkingen

De radiotherapeut-oncoloog bepaalt wat de dosis moet zijn om de beste kans op genezing te bereiken, zonder de omliggende organen te beschadigen. Toch heeft bestraling, afhankelijk van de dosis, ook invloed op de gezonde cellen in het bestraalde gebied. De volgende bijwerkingen kunnen voorkomen: een minder heldere stem, een droge mond en keel, smaakverlies, een verminderde eetlust, een branderig gevoel tijdens het eten, slikproblemen, een pijnlijke mondslijmvliesontsteking, vermoeidheid en huidirritatie. Deze bijwerkingen worden door de radiotherapeut-oncoloog in de mate van het mogelijke bijgestuurd door bijvoorbeeld aangepaste medicatie, aangepaste voeding of een aangepast spoelmiddel. De bijwerkingen verdwijnen normaal een tijd na de therapie. Door de radiotherapie maakt de patiënt na de behandeling dikwijls minder speeksel aan. Die verminderde speekselaanmaak is definitief.

Tijdens de behandeling en gedurende een paar maanden erna kunnen de reuk en smaak afnemen of veranderen. Die smaak en reuk worden na de behandeling weer normaal, maar niet bij iedereen.

Een tijdige en adequate aanpak van bijwerkingen is belangrijk. Hiervoor wordt u bijgestaan door een multidisciplinair team. Een logopedist kan bijv. nuttige technieken aanleren bij slik- en praatproblemen. Een diëtist kan hulp bieden bij eetproblemen. De verpleegkundig consulent oncologie is de brug tussen u en het multidisciplinair oncologisch team.

Meer informatie