Groeipakket

Het Groeipakket vervangt voor kinderen geboren vanaf 1 januari 2019 het systeem van de kinderbijslag. Het pakket staat voor het geheel van gezinsbijlagen en andere financiële tegemoetkomingen die de Vlaamse overheid voorziet op maat van elk kind in elk gezin.

Elk kind dat in Vlaanderen woont, krijgt een startbedrag bij de geboorte of adoptie, een maandelijks basisbedrag (onvoorwaardelijk tot de leeftijd van 18 jaar en onder voorwaarden maximaal tot de leeftijd van 25 jaar) en een schoolbonus (de vroegere schoolpremie).

Daarnaast zijn er nog verschillende toeslagen voor kinderen die meer ondersteuning nodig hebben. De zorgtoeslag voor kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte (in het oude systeem de ‘verhoogde kinderbijslag’) wordt bijv. toegekend bij kinderen met een handicap of aandoening. Het bedrag van deze toeslag wordt bepaald op basis van de beoordeling van een door Kind en Gezin erkende arts.

Op basis van het gezinsinkomen kan eventueel ook een sociale toeslag worden toegekend. Deze toekenning gebeurt automatisch. Een aparte sociale toeslag voor langdurige zieken en arbeidsongeschikten, langdurig werklozen of éénoudergezinnen bestaat niet meer. Kinderen geboren voor 2019 die recht hadden op een van deze aparte sociale toeslagen behouden deze echter zolang zij hier volgens de oude kinderbijslagreglementering recht op hebben.

Zieke jongeren

Studenten

Voor +18-jarigen is het recht op kinderbijslag als student in principe voorbehouden aan wie ingeschreven is voor een voldoende uitgebreid studieprogramma:

  • hoger onderwijs: ten minste 27 studiepunten per academiejaar
  • graduaatsopleiding die nog niet wordt uitgedrukt in studiepunten: minstens 13 lesuren, inclusief stage, per week
  • geen vorm van hoger onderwijs (bijv. secundair onderwijs, ondernemersopleiding, leertijd): minimaal 17 lesuren per week

Sinds 1 januari 2019 is er een uitzonderingsregeling voorzien voor studenten die door ziekte niet aan de vereiste studiepunten of lesuren geraken. Met voldoende medische attestering behouden zij in dit geval hun kinderbijslag. Meer informatie

Wie zich uitschrijft als student, moet zich onmiddellijk bij de VDAB aanmelden als 'schoolverlater in beroepsinschakelingstijd'.

In de beroepsinschakelingstijd

Een jongere die in zijn beroepsinschakelingstijd zit, behoudt zijn recht op kinderbijslag op voorwaarde dat hij niet meer uren werkt dan toegelaten (bekijk hoeveel uren in de vraag 'Hoe zit het met mijn kinderbijslag als ik pas van school kom?' op de VDAB-site). Wanneer hij ziek wordt tijdens de beroepsinschakelingstijd wordt het recht op kinderbijslag stopgezet. Als de jongere zich binnen de vijf werkdagen na het einde van de ziekte opnieuw inschrijft als werkzoekende, krijgt hij opnieuw kinderbijslag en dit tot het einde van de hervatte beroepsinschakelingstijd.

Na de beroepsinschakelingstijd

  • Wie geen recht meer heeft op kinderbijslag en door zijn ziekte niet kan werken, kan in aanmerking komen voor een ziekte-uitkering na een correct doorlopen beroepsinschakelingstijd. Indien de jongere niet in aanmerking komt voor een ziekte-uitkering, kan hij wel recht hebben op een tegemoetkoming voor personen met een erkende handicap, bijv. een inkomensvervangende tegemoetkoming of een integratietegemoetkoming.
  • Het is belangrijk dat jongeren zich niet laten afschrikken door het (tijdelijke) statuut van 'persoon met een handicap'.
  • Voor wie geen erkenning krijgt als 'persoon met een handicap', is er nog het vangnet van de sociale bijstand. Dat garandeert iedereen een minimuminkomen (het leefloon van het OCMW ) en andere voorzieningen (o.a. gewaarborgde gezinsbijslag).

Stel je vraag over kanker

Contacteer de Kankerlijn

Bel 0800 35 445
Nu niet beschikbaar
Ma-vrij 9-12u en 13-17u
Chat met de Kankerlijn
Nu offline Beschikbaar op 12/12/2022 om 09:00
Ma 9-12u
Woe 14-17u en 19:30-22:30u
Laatst aangepast op