Afhankelijk van het soort prothese worden röntgenstralen niet of slechts gedeeltelijk doorgelaten. Alleen op de delen van de borst die wel op de foto staan, kan gekeken worden of er eventuele afwijkingen zijn.

Zeg voor het nemen van de foto’s aan de medewerker in de mammografische eenheid dat u (een) prothese(n) heeft. Eventueel kan een speciale techniek gebruikt worden waardoor meer borstweefsel zichtbaar wordt. Lees er meer over op de website van het bevolkingsonderzoek.