Radioligandtherapie

Radioligandtherapie (RLT of RNT) is een nieuwe behandeling die kankercellen van binnenuit bestrijdt met radioactieve stoffen. De therapie is op dit moment beschikbaar voor mensen met vergevorderde kankers, zoals bepaalde vormen van prostaatkanker en neuro-endocriene tumoren.

Wat is radioligandtherapie?

Radioligandtherapie (RLT) is een kankerbehandeling binnen de nucleaire geneeskunde. Het werkt als volgt: een radioactief atoom (het radionuclide) wordt gekoppeld aan een molecule (het ligand) die specifiek tumorcellen herkent en er zich aan zal binden. Met een injectie brengt een arts dat radioactieve geneesmiddel (het radioligand) in je bloed. Het ligand zoekt in je lichaam de kankercellen op, bindt zich eraan, en brengt de radioactieve stof precies tot bij de tumorcellen. De radioactieve stof valt langzaam uiteen en geeft straling af. Die bestraling van binnenuit vernietigt kankercellen. Radioligandtherapie wordt vaak ingezet als andere behandelingen niet meer voldoende effect hebben.

Radioligandtherapie wordt ook wel TRT genoemd (targeted radionuclide therapy), moleculaire radiotherapie of radionuclidetherapie (RNT). Een andere vaak gebruikte term is theranostiek, een samenvoeging van ‘diagnostiek’ en ‘therapie’: een term die benadrukt dat met PET- of SPECT-scans wordt nagegaan of de tumoren het radioligand voldoende opnemen, zowel vooraf als tijdens de behandeling.

Voor welke kankers wordt radioligandtherapie gebruikt?

Radioligandtherapie wordt in ons land momenteel toegepast en terugbetaald bij bepaalde vormen van:

  • Neuro-endocriene tumoren 
    De specifieke vorm van radioligandtherapie bij deze tumoren heet PRRT (peptidereceptor-radionuclidetherapie)
  • Prostaatkanker 
    De specifieke vorm van radioligandtherapie bij deze tumoren heet PRLT (PSMA-radioligandtherapie)

De behandeling wordt op dit moment meestal gebruikt in een gevorderd stadium van de ziekte. Er lopen wereldwijd studies naar de toepassing van radioligandtherapie in combinatie met andere behandelingen of toepassingen bij andere soorten kanker.

Toediening

Je krijgt radioligandtherapie via een infuus toegediend. Meestal is daarvoor een korte ziekenhuisopname van één overnachting nodig. De behandeling bestaat meestal uit meerdere toedieningen, met een rustperiode van enkele weken tussenin.

De radioactieve stof die je tijdens de behandeling toegediend krijgt, zendt straling uit. Om blootstelling aan straling voor anderen te voorkomen, zal je arts je vertellen welke voorzorgsmaatregelen je de dagen na de toediening het best toepast.

Bijwerkingen

De meeste mensen verdragen radioligandtherapie goed. Toch kun je bijwerkingen krijgen, zoals:

  • misselijkheid of braken (vooral kort na de toediening; goed te voorkomen met medicatie)
  • vermoeidheid
  • droge mond
  • veranderde bloedwaarden (te zien uit een bloedonderzoek)  
  • tijdelijke effecten op je nieren of lever. Dat kun je soms voelen of het kan blijken uit een bloedonderzoek.

Meld alle mogelijke bijwerkingen meteen aan je behandelend arts. Die kan je zeggen hoe je er het best mee omgaat. Soms zal de arts medicatie voorschrijven tegen de bijwerkingen. 

Met dank aan dr. Christophe Deroose, dr. Anne-Leen Deleu, dr. Robbe Waterschoot, Erik Briers
Laatst aangepast op
Laatst medisch gereviseerd op