Stamceltransplantatie bij chronische myeloïde leukemie

Sommige patiënten met CML in de versnellings- of acute fase krijgen, afhankelijk van hun leeftijd en conditie, een zware chemotherapiekuur en/of totale lichaamsbestraling gevolgd door een stamceltransplantatie.

Eerst krijg je een heel hoge dosis chemotherapie en/of radiotherapie. Het doel is om zoveel mogelijk leukemiecellen te doden. Daarna krijg je gezonde stamcellen toegediend. Bij chronische myeloïde leukemie zijn die altijd afkomstig van een donor (een familielid of iemand anders). Dat heet een allogene stamceltransplantatie.

De donor van de stamcellen krijgt eerst medicijnen die het beenmerg stimuleren om meer stamcellen in het bloed af te geven. Daarna worden die stamcellen uit het bloed verwijderd. De patiënt krijgt ze toegediend langs een infuus.
 

Bijwerkingen

Een allogene stamceltransplantatie heeft gevolgen op korte en lange termijn. De neveneffecten op korte termijn zijn in grote mate dezelfde als van een zware chemotherapie. Omdat het risico op infectie erg groot is, moet je na een stamceltransplantatie een tijdlang in een steriele kamer verblijven.

Op lange termijn is het belangrijkste probleem dat kan voorkomen na een allogene stamceltransplantatie de graft-versus-hostziekte (GVHD). Afweercellen uit het getransplanteerde donorweefsel vallen dan je organen en weefsel aan, met huidproblemen, ernstige diarree, of schade aan lever of longen tot gevolg. Om die aanvalsreacties tegen te gaan, krijg je medicijnen die de afweer onderdrukken.

Stel je vraag over kanker

Contacteer de Kankerlijn

Bel 0800 35 445
Nu beschikbaar
Ma-vrij 9-12u en 13-17u
Chat met de Kankerlijn
Nu offline
Ma 9-12u
Woe 14-17u en 19:30-22:30u
Met dank aan prof. dr. Gregor Verhoef
Laatst aangepast op
Laatst medisch gereviseerd op