Blaasspoelingen bij niet-spierinvasieve blaaskanker

Bij een blaasspoeling brengt de arts met een blaassonde een medicijn in de blaas. Het type, de duur en de frequentie van de spoelingen hangen af van je individuele risicoprofiel.

Bij blaasspoelingen kunnen twee soorten medicijnen gebruikt worden: medicijnen die de kankercellen vernietigen of de groei ervan remmen (chemotherapie) of medicijnen die de natuurlijke afweer of immuniteit stimuleren om de kankercellen aan te vallen en op te ruimen (immunotherapie). Daaronder valt bijvoorbeeld BCG (Bacillus Calmette-Guérin). De blaas reageert op BCG met een krachtige afweerreactie. Die leidt tot de vernietiging van de abnormale cellen.

Bijwerkingen

Bij een blaasspoeling circuleren de medicijnen niet door het hele lichaam, waardoor de kans op ongewenste neveneffecten klein is. Wel kunnen er plaatselijke bijwerkingen opduiken zoals bloed in de urine of pijn als je plast.

In heel uitzonderlijke gevallen kunnen de medicijnen toch opgenomen worden in de bloedbaan en ernstige neveneffecten veroorzaken.

Stel je vraag over kanker

Contacteer de Kankerlijn

Bel 0800 35 445
Ma-vr 9-12u en 13-17u
Chat met de Kankerlijn
Ma-vr 9-12u en 13-17u
(vermijd Edge als browser)
Met dank aan prof. dr. Wouter Everaerts
Laatst aangepast op
Laatst medisch gereviseerd op