Chemotherapie bij acute myeloïde leukemie

De meest patiënten met acute myeloïde leukemie krijgen een intensieve behandeling met chemotherapie.

Bij acute myeloïde leukemie krijg je meestal chemotherapie in twee fasen:

  • De inductietherapie heeft tot doel zoveel mogelijk leukemiecellen te vernietigen en het normale aantal bloedcellen te herstellen. Ze bestaat meestal uit twee inductiekuren. Je wordt daarvoor telkens vier tot vijf weken opgenomen in het ziekenhuis: de eerste week krijg je dagelijks chemotherapie, gevolgd door een aantal weken in isolatie. Dat is nodig omdat de chemotherapie je weerstand tot bijna nul herleidt. 

  • De consolidatietherapie pakt leukemiecellen aan die niet onmiddellijk opspoorbaar zijn maar mogelijk nog in kleinere aantallen aanwezig zijn. Die kan bestaan uit twee tot drie aanvullende chemokuren (opnieuw telkens drie tot vier weken opname) en/of uit een allogene stamceltransplantatie (met cellen van een donor). 

Ook teruggekeerde acute myeloïde leukemie wordt meestal behandeld met chemotherapie, behalve als het gaat om een vorm waarop chemotherapie geen effect heeft (chemoresistente AML).

De naam ‘chemotherapie’ verwijst naar een behandeling met geneesmiddelen die kankercellen vernietigen of de groei ervan afremmen. Die medicijnen (ook cytostatica genoemd) krijg je meestal met een infuus, zodat ze zich via de bloedbaan in je hele lichaam kunnen verspreiden. Niet alle kankercellen zijn even gevoelig voor dezelfde medicijnen. Daarom schrijft je arts meestal een combinatie van verschillende soorten voor.

Vaak krijg je chemotherapie via een centraal veneuze katheter. Voor chemotherapie zijn er verschillende soorten katheters. Je arts kiest op basis van de soort kanker, de chemomedicijnen, de intensiteit en de duur van de behandeling. Je arts kan uitleggen waarom een bepaald soort katheter in jouw geval wel of niet aangewezen is.

Bijwerkingen

Chemotherapie tast ook gezonde sneldelende cellen aan. Daardoor kun je te maken krijgen met bijwerkingen als vermoeidheid, misselijkheid en braken, verlies van eetlust, een ontstoken mond, meer kans op infecties door te weinig witte bloedcellen, een doof of slapend gevoel of tintelingen in handen en voeten, haarverlies. Niet iedereen heeft evenveel last. De bijwerkingen hangen onder andere af van de dosis en de duur van de behandeling en van individuele gevoeligheid. Om klachten zoals misselijkheid en braken tegen te gaan, start de arts meestal preventief al de gepaste medicatie op. Als het nodig is, kan die in de loop van de behandeling nog aangepast worden.

Na de behandeling verdwijnen de meeste bijwerkingen. Bepaalde bijwerkingen kunnen wel maanden of jaren voelbaar blijven, zoals vermoeidheid, concentratieproblemen of een doof gevoel in handen en voeten. Meld bijwerkingen altijd aan je behandelend arts die je raad kan geven hoe je er het best mee kan omgaan.

Stel je vraag over kanker

Contacteer de Kankerlijn

Bel 0800 35 445
Ma-vr 9-12u en 13-17u
Chat met de Kankerlijn
Ma-vr 9-12u en 13-17u
(vermijd Edge als browser)
Met dank aan prof. dr. Daan Dierickx
Laatst aangepast op
Laatst medisch gereviseerd op