Zanger Thé Lau over de tijd die hem nog rest

Ik wil liever beter dan langer
Thé Lau, zanger
Uit Leven, editie 64, oktober 2014

De laatste druppel creativiteit uit zijn ziekte persen, dat is zo’n beetje de missie van de Nederlandse zanger Thé Lau (61). Terwijl de uitgezaaide keelkanker binnensmonds zijn dagen telt, schrijft en zingt Thé Lau vurig voort. ‘Mijn kanker heeft me veel gegeven, maar hij neemt me ook veel af.’

Auteur: Carla Rosseels - Fotograaf: Lieven Van Assche
Thé Lau, foto Lieven Van Assche

Amsterdam. Het is de dag na de verloren halve finale van het Nederlandse elftal in het wereldkampioenschap voetbal. De zon zindert en smelt het verdriet uit de voetbalharten weg. De stad wappert nog steeds vrolijk oranje. Thé Lau wacht ons op - met een Gauloises en een glaasje Campari - op het terras van café De Walvis in de volkse Spaarndammerbuurt.

We keuvelen wat over de afgelopen voetbalwedstrijd. 'Maar we gaan toch niet de hele tijd over voetbal praten', kijkt Thé plots op en maant ons zo kordaat ter zake. Die 'zaak', dat is de uitbehandelde kanker die hem sinds enkele maanden te grazen heeft en die binnensmonds zijn dagen telt. Hoeveel dat er precies zijn, weet Thé niet. 'Met deze kanker is heel weinig zeker', zegt hij. Maar één ding stond voor Thé van meet af aan vast, hij zou het onderste uit die klerekanker proberen te halen.

Het begon in de zomer van 2013. Bij Thé Lau wordt keelkanker vastgesteld. Een behandelbare kanker. Thé krijgt drie chemokuren - met de medicijnen cysplatin en carboplatin - en 35 bestralingen in het hoofd-halsgebied. 'Dat was heftig', zegt Thé. 'Ik kreeg de zwaarste dosis die er is. De eerste chemokuur, dat trokken mijn nieren niet. Ik lag toen een week in het ziekenhuis om die weer aan de gang te krijgen. Vanaf de tweede chemobeurt ging het beter. Ik werd er niet misselijk van en kreeg ook geen haaruitval. Ik ging er toen wel van uit dat het goed zou komen en ik verwachtte te genezen. Tegelijk knipte ik meteen een schakelaar om in mijn hoofd. Iets in me zei dat ik me op de positieve kant van dit hele verhaal moest richten. Je maakt iets mee wat niet iedereen meemaakt en als artiest kan je daar wat mee.' Dus schreef hij in die tijd van de behandeling een nieuwe plaat: 'Platina Blues'. Een veertig minuten durend bezwerend muzikaal relaas van zijn ziekenhuisnachten en de fysieke en emotionele stormen die in hem woedden.

Overdag had ik wel afleiding. Maar de nachten, die zijn eng en zwaar.

In november 2013 zijn de behandelingen achter de rug en blijkt de keelkanker verdwenen. Tot Thé in maart 2014 op visite bij de arts na een controle-onderzoek heel slecht nieuws te horen krijgt. De kanker is uitgezaaid naar zijn linkerlong en valt niet meer te behandelen. De dokter vertelt hem dat hij volgens de statistieken nog zes tot negen maanden te leven heeft. 'Dat is een bijl die in je nek valt', zegt Thé. 'Ik ben op slag weer beginnen te roken, heb een sigaretje gevraagd aan een van mijn zonen, die toen bij me waren. Op dat moment overvalt je een grote somberte. Je moet wennen aan het idee dat je dood gaat. Je bent dan alleen met jezelf bezig. Overdag had ik wel afleiding. Als muzikant heb je optredens, volg je CD-reviews en geef je interviews. Dat hield me bezig. Maar de nachten, die zijn eng en zwaar. Ondertussen weet ik dat dat voor de meeste kankerpatiënten zo is.'

Thé Lau, foto Lieven Van Assche

Thé besluit er op dat moment ook meteen mee naar buiten te komen. Hij verstuurt een persbericht en gaat in op uitnodigingen van radioprogramma's en televisieshows. 'Kijk, als je dit krijgt, dan is het meest afschuwelijke wat er kan gebeuren dat je dit in eenzaamheid moet ondergaan. Ik heb geen moment gedacht: waarom ik? Nee, het kan iedereen overkomen. Daarom heb ik de publiciteit gezocht en ik kreeg er ook meteen reactie op. Mensen stapten op me af en zeiden dat ze steun hadden aan mijn verhaal, zelfs als ze zelf niet uitbehandeld waren. Ik vergelijk kanker wel eens met oorlog. Als ik het Antoni Van Leeuwenhoek Ziekenhuis in Amsterdam binnenloop, dan voel ik me als een soldaat in de kazerne. Er komen daar geen mensen met gebroken benen of zwangere vrouwen. Er wordt daar alleen kanker behandeld. Iedereen behoort er tot dezelfde troep. Niemand hoeft de kust van Normandië alleen op te gaan, niemand hoeft dit niemandsland alleen binnen te trekken. Sommige patiënten kwamen me vertellen dat dat idee het voor hen meteen ook een stuk makkelijker maakte. En zeker de behandeling, dat is toch een echt gevecht. Ik wilde bijvoorbeeld absoluut geen sondevoeding krijgen maar kon niet goed meer slikken door de bestralingen. Dan moet je dus slikoefeningen doen en moet je eten, ook al heb je er absoluut geen zin in. Het is dan ook geen parelhoen op Vlaamse wijze die daar wordt geserveerd (lacht).'
Maar soms houdt het vechten ook op. 'Ik had hier in Nederland nog een andere chemokuur kunnen krijgen en in België is er me ook nog een voorgesteld. Maar in ruil voor 2,5 maanden levensverlenging zou ik er dan zes weken totaal beroerd aan toe zijn. Dat hoeft voor mij niet. Ik wil liever beter dan langer.'

Ik vind het jammer dat ik mijn kleinkinderen niet zal zien, ik zou een talentvolle opa zijn geweest.

Ondertussen is Thé Lau's prognose weer wat bijgesteld. 'Mijn behandelend arts liet vallen dat de statistieken zelden kloppen. Het kan zes tot negen maanden duren maar misschien ook wel een jaar, twee jaar of misschien zelfs vijf jaar. Dat hoop ik dan wel', zegt Thé, 'maar anderzijds is dat hopen net moeilijk. Enerzijds krijg je de boodschap: "er is geen hoop meer, hoop hoef je niet meer te hebben" en moet ik aanvaarden dat ik doodga. En anderzijds krijg ik dan toch weer iets aangereikt. Dat is een spagaat. Nu ja, we hebben allemaal een enkele reis richting dood en de mijne zal dus niet heel erg lang zijn. Tijdens ons laatste gesprek zei mijn behandelend arts: "De wonderen zijn de wereld niet uit. Hope for the best, prepare for the worst". Dat vond ik wel een goeie opmerking.'

Hoe is het voor zijn vrouw Marijke - met wie hij 28 jaar heel fijn is getrouwd - en zijn zonen van 20 en 26 om hiermee om te gaan?
'Dat is wisselend', zegt Thé. 'Voor Marijke is het natuurlijk een nachtmerrie. Ik zal het niet meer weten want ik zal er zelf niet meer zijn, maar zij, ja, ... zij moet verder zonder mij (stokt en huilt). Dat doet het meeste pijn. Kijk, de patiënt zelf is het meest in staat tot stabiliteit. Hij kent zijn lot, de anderen kennen dat van hun niet. En hun emoties gaan soms alle kanten op, tot ruzie toe. Op andere momenten proberen ze me dan weer te sparen. Onlangs zei ik nog, ik kan zelf de was nog wel opvouwen hoor.'

Thé Lau, foto Lieven Van Assche

Fysiek voelt Thé zich op dit moment prima en het succes van zijn afscheidsconcerten in Nederland en België zindert nog na. 'Het was ontzettend fijn om die concerten te doen', zegt hij. 'Ik heb een scheepslading erkenning voor mijn werk gekregen, daar ben ik heel blij mee.' Thé Lau heeft trouwens naast het podium ook niet stilgezeten. Nu elk uur telt. 'Ik heb mijn roman geschreven', zegt Thé. 'Dit najaar verschijnt hij. Dat boek is trouwens beter geworden door wat me overkomt. Uiteindelijk is het toch iets heel bijzonders, wel akelig soms, maar wel bijzonder.'
'Ja, de kanker heeft me veel gegeven', zegt Thé, 'maar hij neemt me ook veel af, je betaalt er dus wel een prijs voor.'

Dat houdt Thé nog weleens wakker. 'Als man van mijn leeftijd moet je 's nachts een paar keer naar het toilet', zegt Thé. 'Dan gebeurt het weleens dat ik niet meer in slaap geraak en op een niet-productieve manier aan de dood begin te denken. Dan stel ik me soms voor hoe het zal zijn op die bewuste dag als de dokter langskomt om me een spuitje te geven. Maar daar probeer ik dan zo snel mogelijk mee op te houden. Twee glazen wijn, daar los ik het mee op, dan kan ik weer slapen.'

Voor Thé staat dus vast dat hij voor euthanasie kiest?
'Waarschijnlijk wel', zegt hij. 'Al weet je uiteindelijk nooit hoe het gaat. Ach, het kan me eigenlijk ook niet zo veel schelen. Ik wil vooral, in de tijd die ik nog heb, kunnen geven wat ik in me heb.' In de komende weken gaan Thé en Marijke met vakantie richting Italië. 'Ik ben er heel vaak naartoe gereden toen mijn zus er nog woonde. Op de terugweg zal ik deze keer wel denken: "Is dit nu de laatste keer dat ik de Mont Blanc zie?", ... maar ach, ik heb hem ook best wel vaak gezien, die Mont Blanc. Maar ik vind het wel jammer dat ik mijn kleinkinderen niet zal zien, dat had ik hartstikke leuk gevonden, ik zou best een talentvolle opa zijn geweest.' (even stil)
'En gaan we nu met z'n allen nog iets echts drinken?', vraagt hij dan, wenkt de ober en laat droge witte wijn aanrukken. 'Santé', zegt hij, 'op de gezondheid dan maar.'

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.