In moeilijke, bedreigende situaties hebben we allemaal behoefte aan hulp en steun. Familieleden, vrienden en vriendinnen kunnen u wellicht troost bieden of een handje toesteken in uw huishouden. Ook kinderen hebben baat bij vertrouwenspersonen buiten het gezin.

Meisje praat met lerares

 Laat hen daarom vrij om aan te kloppen bij de juf, bij de voetbaltrainer, bij oma of bij een ander gezin. Daar kunnen ze de spanning van thuis misschien even achter zich laten. U kunt hun ook zelf de weg wijzen naar andere vertrouwenspersonen die troost en begeleiding kunnen bieden. Zo geeft u hun de toelating om deze mensen op te zoeken.

Kinderen verwerken de situatie gemakkelijker als ze terechtkunnen bij vertrouwenspersonen die niet alleen vragen hoe het met de zieke ouder is, maar die ook aandacht opbrengen voor de gevoelens en het verdriet van de kinderen zelf. De ouders kunnen soms zo in beslag genomen zijn door hun eigen verdriet, dat het voor hen moeilijk is om aandacht te hebben voor het verdriet van de kinderen.

Sommige kinderen praten zelfs liever met anderen om hun eigen ouders niet extra te belasten. Bij een andere vertrouwenspersoon kunnen ze boos worden zonder hun zieke ouder te kwetsen of kunnen ze huilen zonder hun zieke ouder verdriet te doen. Opvoeders en leerkrachten op school kunnen bepalend zijn voor de manier waarop kinderen omgaan met de ziekte van één van hun ouders.

De school vervult in elk geval vaak een belangrijke functie wanneer ouders kanker krijgen. Soms gaat het thuis goed, maar komen de emoties op school tot uiting. Dat is niet zo vreemd als u bedenkt dat kinderen, naast thuis, de meeste tijd op school doorbrengen en daar een eigen leven opbouwen. Bij kleine kinderen is het goed om de school snel in te lichten. U kunt de schoolleiding en de klasleraar informeren over wat er gaande is en wat dat betekent voor u en uw gezin.

'Onlangs liep er bij onze jongste dochter Iris op school een project rond angst. Iedereen moest zeggen waar hij bang voor was. De meeste kinderen antwoordden dat ze bang zijn voor spoken of dat ze bang zijn in het donker, maar Iris zei dat ze bang was dat haar papa weer leukemie zou krijgen.’
Ann

U kunt hun vragen om een oogje in het zeil te houden en u tijdig te verwittigen als het gedrag van uw kind verandert. Dat hoeft niet alleen maar over ‘lastig’ gedrag te gaan. Kinderen die eerst heel vrolijk en spontaan waren, kunnen zich heel stil en teruggetrokken gaan gedragen. Ook dat kan wijzen op een vraag om aandacht en begrip.

Bij pubers ligt het informeren van de school gevoeliger. Misschien wil uw puberzoon of -dochter dat stukje van zijn of haar leven intact houden, zonder vragen en gesprekken over kanker. Bespreek dit vooraf en houd ook rekening met de wensen van uw kind. Wijs hen er wel op dat het goed is om minstens een paar vrienden in vertrouwen te nemen. Vrienden kunnen heel veel steun bieden. Heeft uw puberzoon of -dochter liever niet dat u de school inlicht, maar wenst u dat als ouder toch te doen, informeer de directie en de leraars dan ook over de terughoudendheid van uw kind en geef aan waarom het voor u belangrijk is om de school toch op de hoogte te brengen. Eventueel kunt u de school vragen om zelf ook discreet met het onderwerp om te springen.

U kunt met uw kinderen ook afspreken hoe u omgaat met de reacties van mensen uit de omgeving. Misschien krijgt u wel veel goede raad, vragen of antwoorden, waar u zelf niet op zit te wachten. 

'De avond voor ik naar het ziekenhuis moest, riepen we Lotte bij ons, zoals we altijd doen om iets te plannen of te beslissen. Papa zei: "Mama is ziek" en Lotte antwoordde: "Ja, mama heeft een knobbeltje in haar borst." Toen ze een tijd later zelf zei dat ik kanker had, stonden we allebei versteld. Waar had ze dat opgevangen? Hoe klein ze ook was, ze had het verdriet gevoeld en het verband gelegd met wat ze hier en daar had gehoord.’ Hilde en haar man voelden dat ze Lotte niet van de ziekte konden afschermen en speelden open kaart, weliswaar op haar niveau. ‘Die openheid betekende ook veel voor mij, want daardoor hoefde ik, naast het verwerken van de ziekte, niet voortdurend te verbergen wat er met mij en met mijn lichaam aan de hand was.’
Hilde. Haar dochter Lotte was vijf jaar bij de diagnose.

Ook kinderen krijgen vaak ondoordachte en spijtige reacties te horen van leerkrachten, buren en andere kinderen uit hun omgeving. Dat is soms moeilijk, maar als de kinderen zich thuis geborgen weten, kunnen ze gemakkelijker met dit soort problemen omgaan. Met oudere kinderen kunt u afspreken dat u het samen zult uitzoeken en dat de reacties van andere mensen op dit ogenblik niet zo belangrijk zijn. Of u kunt uw kinderen aangeven hoe ze kunnen reageren op diverse opmerkingen.

Misschien staat u er in uw gezin alleen voor. Dan draagt u zowel de last van uw ziekte als de zorg voor uw kinderen. Dat is zwaar.

Alleenstaande ouders proberen soms alles alleen te doorworstelen. Dat is begrijpelijk. Maar wie zichzelf te veel wegcijfert, zorgt slecht voor zichzelf en kan ook slecht voor anderen zorgen. In dat geval gaan kinderen soms voor hun ouders zorgen, wat niet goed is voor hun ontwikkeling. Probeer iemand te vinden bij wie u uw grootste zorgen kwijt kunt, zodat uw kinderen niet te veel worden belast. Als u meer kinderen hebt, kunt u hen stimuleren om elkaar te steunen en te helpen.

Misschien kunt u ook in overleg met uw kinderen een persoon aanduiden die als eerste aanspreekpunt optreedt en die telefonisch bereikbaar is. Wacht daar niet te lang mee. Hoe graag u het ook anders zou willen, er kan een moment komen dat u (tijdelijk) niet meer in staat bent om uw kinderen op te vangen. Misschien was u al gewend om als alleenstaande ouder een beroep te doen op mensen in uw omgeving. Dat maakt het wellicht gemakkelijker om ook nu aan de hulp te komen die u nodig hebt. Breng ook uw huisarts van uw situatie op de hoogte. Ook hij kan extra ondersteuning bieden. 

U kunt zich ook laten adviseren in het ziekenhuis. Vraag de hoofdverpleegkundige, de sociale dienst of een oncopsycholoog van de dienst waar u behandeld wordt, wat ze voor u kunnen doen. In een aantal ziekenhuizen zijn er zelfs begeleidingsruimtes en/of activiteiten waar u als (groot)ouder uw (klein)kinderen mee naartoe kunt nemen. Vraag ernaar aan de Kankerlijn van Kom op tegen Kanker (mail kankerlijn@komoptegenkanker.be, tel. 0800 35 445, elke werkdag 9-12u en 13-17u) of bekijk hier waar u terechtkunt.

Kortom

  • Toon uw kinderen de weg naar andere vertrouwenspersonen.
  • Bij kleine kinderen is het goed om de school snel in te lichten. Leerkrachten kunnen u wijzen op veranderingen in het gedrag van uw kind. Met pubers kunt u overleggen of en hoe u de school informeert.
  • Tracht kwetsende, ondoordachte opmerkingen van de omgeving samen met uw kinderen op te vangen in de geborgenheid van het gezin. Geef aan hoe ze hierop kunnen reageren.
  • Voor wie er als ouder alleen voor staat, is hulp en steun nog belangrijker. Doorworstel niet alles alleen. Zoek mensen of organisaties die u kunnen helpen. Duid samen met uw kinderen iemand aan bij wie ze terechtkunnen als u het (tijdelijk) niet meer aankunt. 

Meer lezen