Het ging over openheid en kwetsbaarheid. Over de onmeetbare kracht van woorden. Over het luisteren en vragen stellen. Over vreugde in het verdriet.
Bart vertelde ook hoe de stilte van het Kalmthoutse bos eerst geen rust bracht, maar net alles versterkte in zijn hoofd. Hoe eerst die storm moest gaan liggen voor hij rust kon vinden.
Er waren zoveel raakpunten tussen wat Bart Moeyaert vertelde, en het leven in het ziekenhuis, en dat was wonderlijk om te horen en te zien. Hoe patiënten in die vier muren ook de rust moeten terugvinden. Hoe dat denderende, luide, stresserende leven plots stilvalt, maar het hoofd net luider en luider gaat roepen, hoe de vier muren steeds dichterbij lijken te komen.
En hoe dan toch, meestal, die storm gaat liggen en wat echt van belang is zich almaar scherper toont, ook de schoonheid, van mens en leven. En hoe wat de ene mens schrijft tussen vier muren, geworteld in het leven, bij de andere mens binnenkomt, tussen vier muren, en hoe, als was het doorheen een ondergronds netwerk, het leven weer naar binnen groeit.