Frieda Joris

Niemand kon me na de laatste chemo tegenhouden om van mijn herwonnen vrijheid te genieten

Column Frieda Joris - Wie schrijft, die blijft

Uit Leven • Editie 107 • Juli 2025

Frieda Joris, journalist en auteur, kreeg in het najaar van 2000 borstkanker. Ze schrijft voor Leven vier keer per jaar deze column.

Auteur: Frieda Joris • Fotograaf: Joost Joossen

Stel je vraag over kanker

Contacteer de Kankerlijn

Bel 0800 35 445
Ma-vr 9-12u en 13-17u
Chat met de Kankerlijn
Ma-vr 9-12u en 13-17u
(vermijd Edge als browser)

Wie schrijft, die blijft 

‘Weer een boek over kanker’, hoor ik iemand zuchten. Wellicht dacht Robbert Welagen dat eerst ook, maar hij schreef dat boek (Averij) toch. ‘Mijn manier om de zwarte gedachten uit mijn hoofd te krijgen’, bekent de schrijver ootmoedig. En nu hij is wellicht heel verbaasd dat er zoveel zijn die het relaas over zijn lymfeklierkanker lezen en zich herkennen in de tekst. Ik ook, al zijn Robbert en ik blijkbaar heel verschillende mensen.

‘Ga leuke dingen doen’, zei zijn oncoloog na de kankerbehandeling, maar Robbert was daar op dat moment niet toe in staat. In zijn hoofd was hij nog ziek. Hij was bang en voelde zich vervreemd van zijn vroegere ‘normale’ leven.

Ik was veel ongeduldiger toen de arts me mijn vrijbrief gaf. Ik had er maandenlang naar gesnakt om mijn leven van vroeger weer op te nemen. Om de stilte te breken, de muren te slopen. Na de laatste chemo was ik doodmoe maar de zon scheen en niemand kon me tegenhouden om van mijn herwonnen vrijheid te genieten. Ondanks kortademigheid en flanellen benen zwalpte ik door de stad die er frisser en vrolijker uitzag dan ooit tevoren. Alles leek nieuw, ik bekeek de mensen en de etalages met de ogen van een pasgeborene. Lang duurde het niet voor het licht dreigde uit te gaan en ik noodgedwongen op een terrasje neerplofte waar ik hijgend en puffend zat bij te komen. 

Ik wist dat ik overmoedig was en dat herstellen van kanker tijd vraagt, maar toch bleef ik euforisch genieten van mijn wederopstanding. I’m still standing zingt Elton John met enige trots. Ik zat dan wel het grootste deel van de tijd rechtop in een rieten zeteltje, ik lag tenminste niet meer op apegapen. Dit kunnen ze me niet meer afpakken, dacht ik. En: hier ben ik weer. Mijn verwerkingsproces was buitenkomen. Mensen zien. Mezelf zijn. Schrijven ook natuurlijk, dat hoort bij de aard van het beestje. Zelfs in tijden van grote ellende. Wie schrijft, die blijft, nietwaar.

Tijdens mijn behandeling publiceerde ik columns, fris van de lever. 25 jaar geleden was de kankerbibliotheek nog heel bescheiden, Facebook en aanverwanten bestonden nog niet met als gevolg dat ik honderden brieven en kaarten kreeg van lotgenoten. Getuigenissen die me hielpen, troostten en moed gaven. Dat was maar goed ook want psychische hulp stond een kwarteeuw geleden nog niet in het programmaboekje van de kankerpatiënt. Het waren die onbekende lotgenoten die me deden beseffen dat ik niet alleen was. Dat kanker meestal geen doodvonnis is en het leven daarna bij velen niet moet onderdoen voor dat van tevoren.

De angst heeft zich gelukkig niet blijvend in mijn hoofd genesteld en roert zich alleen even bij de jaarlijkse controle. Kwestie van niet te vergeten waar ik vandaan kom en hoeveel geluk ik heb gehad. De dag weer onbezonnen plukken lukt jou vroeg of laat ook wel, Robbert.

Ik moet er geen zwarte gedachten meer mee verdrijven, maar toch heb ik weer een column geschreven. De zoveelste over kanker. Ik hoop alleen, lieve lezer, dat je nu niet zucht … 

Jouw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Lees meer verhalen in het magazine Leven

Veel van onze verhalen zijn ook verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. Abonneer je om geen enkel verhaal te missen!