Om haar gemoedsrust voor een stuk toch te kunnen bewaren heeft L. een ingenieuze oplossing bedacht. Ze heeft haar gezwel een naam gegeven: Toby de Tumor. Het lijkt wel de titel van een vrolijke kinderserie en net daarin zit de kracht van de vondst. Het gezwel van L. heeft alleen al door dat koosnaampje alle boosaardigheid verloren. Want remember Mega Toby die nooit met kanker af te rekenen had maar als superheld wel achter ander geboefte aan zat. Ach, je kan toch onmogelijk kwaad blijven op een ‘Toby’? Zelfs al gaat het om een profvoetballer met Alderweireld als achternaam, je verwacht alleen fair play. Die Rode Duivel heeft voor volk, voor vrijheid en voor recht de kathedraal van Antwerpen over de hele lengte van zijn rechterarm getatoeëerd: daar kan je toch ook niet serieus bij blijven? Een echte Toby dus.
Ik heb mijn oor te luisteren gelegd en blijkbaar zijn er nog mensen die hun tumor van een naam voorzien. Daan noemde hem ‘Joske’, en Joske leerde hem gezonder te leven. Een jongen die tijdens een vakantie op Costa Rica een kwaadaardige zwelling ontdekte bestempelde zijn insluiper als ‘mijn krokodilletje’ en een man met twee tumoren sprak over Barry en Larry, net als in de film Mad Max. Iets minder geslaagd vind ik, die verwijzing naar zo’n horrorprent. Je bereikt in penibele situaties immers meer met honing dan met azijn. Kijk naar Toby de Tumor die vriendelijk werd aangesproken en ondertussen verdwenen is. Oké, ik geef toe, dat was veeleer het werk van de chemo. Tiens, kunnen we daar geen grappige naam voor bedenken?