Dat er een brede keuze aan borsten in de omloop is, besefte ik pas goed toen de dame van de lingeriewinkel me het prothese-aanbod toonde. Ze stalde de veelzijdigheid van de vrouw uit, zomaar pardoes op de toonbank. Klein en groot. Appels, peren, meloenen en een aantal tussensoorten. Een heel divers aanbod, want borsten blijken even verschillend als vingerafdrukken. Elke tiet is uniek, dat besef maakte mijn verlies zo mogelijk nog erger.
Een stuk of tien juweeltjes lagen als Britse geleipudding te lillen op het geverniste hout. Alsof ze riepen: ‘Kies mij!’ ‘Neen, mij!’ En dat was niet makkelijk. Ik nam ze vast en monsterde ze stuk voor stuk. Om eerlijk te zijn, ze voelden vertrouwd aan: het zachte materiaal waaruit ze vervaardigd waren, nam de warmte van mijn hand op. Het leek bijna levende materie, al wist ik natuurlijk beter.
Ik koos voor wat ik verloren was. Een B-cupje, in evenwicht met mijn resterende borst. Die prothese was mijn noodoplossing tot mijn ‘echte’ restauratie. Mijn hoogstpersoonlijke trompe-l’oeil die me toeliet me ongemerkt in de ongeschonden buitenwereld te begeven. Alhoewel, ongeschonden … Met heel Antwerpen, maar niet met mij. Veel van die omhooggestuwde boezems zijn, bij nader inzien, even vals als mijn prothese. Een helende gedachte en weer schiet het liedje van Verminnen door mijn hoofd. ‘Ach het leven is toch al zo kort. Dat je beter lachend wakker wordt.’