Frieda Joris

Elke tiet is uniek, dat besef maakte mijn verlies zo mogelijk nog erger

Column Frieda Joris - Oh mooie dagen

Uit Leven • Editie 111 • Juli 2026

Frieda Joris, journalist en auteur, kreeg in het najaar van 2000 borstkanker. Ze schrijft voor 'Leven' vier keer per jaar deze column.

Auteur: Frieda Joris • Fotograaf: Joost Joossen

Stel je vraag over kanker

Contacteer de Kankerlijn

Bel 0800 35 445
Ma-vr 9-12u en 13-17u
Chat met de Kankerlijn
Ma-vr 9-12u en 13-17u
(vermijd Edge als browser)

Oh mooie dagen. Ik hou er zo van, net als Johan Verminnen. De zonnejurken waaien op en de halsuitsnijding wordt alsmaar dieper. Toch denk ik elke zomer onvermijdelijk terug aan dat ene jaar dat ik met een losse prothese de rechterkant van mijn beha opvulde. Mijn kankerbehandeling was voorbij, voor een reconstructie was het nog te vroeg maar ik wou ten volle genieten van mijn tweede leven. Alleen … de diepe inkijk waarmee al die real housewives op straat liepen te pronken, herinnerde me meer dan me lief was aan mijn gemis na de amputatie.

Een bijzonder frustrerende periode want ik beschikte niet over het lef van ‘De Mol’-kandidate Karla die haar litteken in de sauna ongegeneerd blootgeeft. Vijfentwintig jaar geleden moest elk bloesje dat ik aantrok en zeker elk badpak netjes aansluiten om de illusie van perfectie intact te houden. En dat lukte wonderbaarlijk, met dank aan het preutse model dat ik met zorg had uitgekozen.

Niet dat ik in onverdachte tijden met mijn charmes in het openbaar te koop liep. Ik heb nooit een decolleté gehad met een kloof die beelden van de Grand Canyon opriep. Bij mij geen overdadig volume al viel me dat als tiener tegen in een tijd met zuiderse blikvangers als Brigitte Bardot, Sophia Loren en La Cicciolina. Dames die, net als de vrouwen uit de tv-serie ‘The Real Housewives of Antwerp’, niet getuigden van le charme discret de la bourgeoisie. Hoewel ik toen rondborstiger had willen zijn, miste ik toch mijn doordeweekse B-cup die, achteraf bekeken, perfect bij me paste. Want al voorzag de natuur mij van een eerder bescheiden volume, ik heb er niemand over horen klagen.

Ach het leven is toch al zo kort. Dat je beter lachend wakker wordt.

Dat er een brede keuze aan borsten in de omloop is, besefte ik pas goed toen de dame van de lingeriewinkel me het prothese-aanbod toonde. Ze stalde de veelzijdigheid van de vrouw uit, zomaar pardoes op de toonbank. Klein en groot. Appels, peren, meloenen en een aantal tussensoorten. Een heel divers aanbod, want borsten blijken even verschillend als vingerafdrukken. Elke tiet is uniek, dat besef maakte mijn verlies zo mogelijk nog erger.

Een stuk of tien juweeltjes lagen als Britse geleipudding te lillen op het geverniste hout. Alsof ze riepen: ‘Kies mij!’ ‘Neen, mij!’ En dat was niet makkelijk. Ik nam ze vast en monsterde ze stuk voor stuk. Om eerlijk te zijn, ze voelden vertrouwd aan: het zachte materiaal waaruit ze vervaardigd waren, nam de warmte van mijn hand op. Het leek bijna levende materie, al wist ik natuurlijk beter.

Ik koos voor wat ik verloren was. Een B-cupje, in evenwicht met mijn resterende borst. Die prothese was mijn noodoplossing tot mijn ‘echte’ restauratie. Mijn hoogstpersoonlijke trompe-l’oeil die me toeliet me ongemerkt in de ongeschonden buitenwereld te begeven. Alhoewel, ongeschonden … Met heel Antwerpen, maar niet met mij. Veel van die omhooggestuwde boezems zijn, bij nader inzien, even vals als mijn prothese. Een helende gedachte en weer schiet het liedje van Verminnen door mijn hoofd. ‘Ach het leven is toch al zo kort. Dat je beter lachend wakker wordt.’ 

Jouw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Lees meer verhalen in het magazine Leven

Veel van onze verhalen zijn ook verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. Abonneer je om geen enkel verhaal te missen!