Frieda Joris

Tijdens de chemo at ik met bijzonder lange tanden

Column Frieda Joris - Moe is moe

Uit Leven • Editie 99 • Juli 2023

Frieda Joris, journalist en auteur, kreeg in het najaar van 2000 borstkanker. Ze schrijft voor Leven vier keer per jaar deze column.

Auteur: Frieda Joris • Fotograaf: Filip Claessens

Stel je vraag over kanker

Contacteer de Kankerlijn

Bel 0800 35 445
Ma-vr 9-12u en 13-17u
Chat met de Kankerlijn
Ma-vr 9-12u en 13-17u
(vermijd Edge als browser)

‘Pa is moe, moe is moe. Oom is moe en tante moe. Waar moet ‘t naartoe?’ Wie die tekst herkent, heeft al aardig wat levensjaren op de teller staan. Ter info aan alle anderen: het is een succesnummer van cabaretier Toon Hermans dat ik als tiener voor de eerste keer hoorde en dat me voor de rest van mijn leven zal vergezellen.

Het deuntje groeide uit tot mijn persoonlijke oorwurm toen ik na de zoveelste chemo in een zetel naar adem lag te happen en de stem van Toon uit het niets opdook. Eerst ernstig, gelaten en, euh, moe. Vervolgens uptempo vrolijk opzwepend naar een lichtelijk bombastische climax. En zie. Nog voor Hermans zijn rode loper uitrolde, zat ik rechtop te wiebelen en vergat zelfs even de vervaarlijk bengelende katheter.

Toon Hermans bracht de moed er bij mij weer in

Toon bracht de moed er weer in ondanks al het, zoals hij het noemde, ‘gepietepeuter’. Ik beken. Ik zou zonder dat liedje wellicht veel meer medelijden met mezelf hebben gehad. I Will Survive van Gloria Gaynor en Don’t Stop Me Now van Queen lieten me ook boven mezelf uitstijgen, net als de weelderig bloeiende lente van Vivaldi. Ja, ik heb een eclectische smaak. En ik ben er nog trots op ook.

Die eclectische smaak heb ik ook als het over voeding gaat, al hielp me dat weinig in die verwarrende tijd. Mijn smaakpapillen sloegen op hol onder de invloed van de driewekelijks in mijn ader druppelende chemo Epirubicine. Vlees smaakte naar karton, koekjes naar piepschuim en een pizza leek van gips gemaakt. 

Vlees smaakte naar karton, koekjes naar piepschuim en een pizza leek van gips gemaakt

Het rare was dat mijn neus fijnzinnig overeind bleef en nog altijd de heerlijk pruttelende stoofpotjes op het vuur opsnoof, maar die sensatie kon het werk van mijn tong niet vervangen. Zodra ze in mijn mond zaten, waren de kip uit Bresse of het rundvlees met Belgisch bier onherkenbaar. Zelfs een gekarameliseerde appel smaakte zuur - een enorme afknapper. Ik bleef vertwijfeld op mijn honger zitten. Het was hardnekkig doorbijten om mijn maag toch met iets te kunnen vullen want als kankerpatiënt heb je die extra energie broodnodig. 

Ik kauwde en kauwde dus zonder te proeven, mijn mond bleef kurkdroog en ongevoelig voor al het geurende lekkers. Ik at met bijzonder lange tanden, helemaal in tegenstelling tot mijn veeleer bourgondische natuur. Alleen fondantchocolade en een glas stevige bordeauxwijn konden de pijn enigszins verzachten, twee smaakmakers die helaas niet geschikt waren om me weer op de been te brengen. Ik slikte dus verbeten gips en karton, in afwachting van betere tijden. 

Wat ik toen nog niet besefte, was dat ik ook voor dat probleem muziek had kunnen inschakelen. Een krachtig en zinderend ritme doet gulziger eten en helpt restaurateurs aan een tweede service, weet ik nu. Meer nog, zoetgevooisde klanken en zoutgebekte teksten beïnvloeden zelfs de smaakintensiteit aan je eigen keukentafel. Zo zorgen hoge noten voor een zoetere smaak, is dat geen goede tip? Zet La Bohème van Puccini op met een jonge Maria Callas als Mimi en zure room verandert misschien in een zoete zonde. Jammer maar helaas. Heavymetalfans moeten er iets anders op vinden.

Jouw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Lees meer verhalen in het magazine Leven

Veel van onze verhalen zijn ook verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. Abonneer je om geen enkel verhaal te missen!