Het rare was dat mijn neus fijnzinnig overeind bleef en nog altijd de heerlijk pruttelende stoofpotjes op het vuur opsnoof, maar die sensatie kon het werk van mijn tong niet vervangen. Zodra ze in mijn mond zaten, waren de kip uit Bresse of het rundvlees met Belgisch bier onherkenbaar. Zelfs een gekarameliseerde appel smaakte zuur - een enorme afknapper. Ik bleef vertwijfeld op mijn honger zitten. Het was hardnekkig doorbijten om mijn maag toch met iets te kunnen vullen want als kankerpatiënt heb je die extra energie broodnodig.
Ik kauwde en kauwde dus zonder te proeven, mijn mond bleef kurkdroog en ongevoelig voor al het geurende lekkers. Ik at met bijzonder lange tanden, helemaal in tegenstelling tot mijn veeleer bourgondische natuur. Alleen fondantchocolade en een glas stevige bordeauxwijn konden de pijn enigszins verzachten, twee smaakmakers die helaas niet geschikt waren om me weer op de been te brengen. Ik slikte dus verbeten gips en karton, in afwachting van betere tijden.
Wat ik toen nog niet besefte, was dat ik ook voor dat probleem muziek had kunnen inschakelen. Een krachtig en zinderend ritme doet gulziger eten en helpt restaurateurs aan een tweede service, weet ik nu. Meer nog, zoetgevooisde klanken en zoutgebekte teksten beïnvloeden zelfs de smaakintensiteit aan je eigen keukentafel. Zo zorgen hoge noten voor een zoetere smaak, is dat geen goede tip? Zet La Bohème van Puccini op met een jonge Maria Callas als Mimi en zure room verandert misschien in een zoete zonde. Jammer maar helaas. Heavymetalfans moeten er iets anders op vinden.