Frieda Joris

Ik werd door mijn collega’s begroet alsof ik de Ronde van Vlaanderen had gewonnen.

Column Frieda Joris - Man tegen boom in Paal

Uit Leven • Editie 103 • Juli 2024

Frieda Joris, journalist en auteur, kreeg in het najaar van 2000 borstkanker. Ze schrijft voor Leven vier keer per jaar deze column.

Auteur: Frieda Joris • Fotograaf: Filip Claessens

Stel je vraag over kanker

Contacteer de Kankerlijn

Bel 0800 35 445
Ma-vr 9-12u en 13-17u
Chat met de Kankerlijn
Ma-vr 9-12u en 13-17u
(vermijd Edge als browser)

Het was geleden van mijn eerste werkdag dat ik de deur naar de redactie opende met een lijf dat strak trok door gierende zenuwen. Acht maanden waren verlopen nadat een tumor in mijn borst werd ontdekt. Acht maanden waarin niet alleen mijn uiterlijk werd gemutileerd maar waarbij ook mijn innerlijk blutsen opliep. Maar hier was ik weer. Herrezen en veranderd terwijl het vertrouwde decor hetzelfde was gebleven en de mensen achter de schermen ook.

Ik werd door mijn collega’s begroet alsof ik de Ronde van Vlaanderen had gewonnen. Met kussen en knuffels maar … op mijn stoel zat een totaal onbekende. De vele vrienden die me bezocht en gesteund hadden, waren vergeten me precies dat te vertellen. Bewust vergeten, ze wisten dat ik mijn leven terug wou zoals het vroeger was. Ik ging ervan uit dat ik op een dag de draad als journaliste weer zou opnemen, zo moeilijk kon dat niet zijn toch? Ik had zelfs tijdens mijn chemo columns geschreven over mijn ziekte, soms met het kotsbakje naast mijn laptop. ‘Nie neute, die pleuje’ lachten mijn Gentse vrienden, maar mijn terugkeer viel anders uit. Realiteit en verwachtingen verschillen vaak grondig.

Ook al hadden mijn bazen het goed met me voor, ik kon me niet verzoenen met dat ‘aangepast takenpakket’. Ik wou mijn boeiende job terug, al kostte dat massa’s energie die ik verondersteld was te doseren.

Die ene altijd norse hoofdredacteur lachte zijn tanden bloot, keek stiekem naar mijn rechterborst en schoof een stoel bij. Hij verzekerde me ervan dat hij blij was met mijn terugkeer maar mijn vraag om voorzichtig met halve dagen te herbeginnen, veegde hij gulhartig van tafel. ‘We betalen je weer fulltime, en als je moe bent ga je gewoon naar huis’, zei hij. De man, die ik eerder als een onverbeterlijke cynicus zag, meende het en toonde voor een keer zijn hart. Ik was gelukkig. Zie je wel, ik hoorde er weer helemaal bij. Ik stroopte mijn mouwen op en vloog erin, terwijl de jonge kracht die mijn plaats had bezet prompt naar een ander bureau verhuisde. Sorry, D. Maar ik vermoed dat je mijn overgevoeligheid wel begreep.

‘Begeleiding op maat bij werkhervatting’ bestond meer dan twintig jaar geleden niet en die eerste weken, neen maanden, was ik ’s avonds pompaf. Ik kon alleen nog wat avondeten verorberen en voor de televisie in slaap sukkelen, maar … ik was content. Ik had mijn goed gevulde leven terug, taterde bij de koffiemachine met collega’s en hing niet meer af van een ziekte-uitkering. Maar het werk, dat kon beter. Ik werd ‘gespaard’ en in plaats van grote interviews te doen zat ik gebogen over faits divers. Als: ‘Man tegen boom in Paal’. Heel frustrerend, ik had geen zin om mijn carrière van voren af aan te herbeginnen. Ook al hadden mijn bazen het goed met me voor, ik kon me niet verzoenen met dat ‘aangepast takenpakket’. Ik wou mijn boeiende job terug, al kostte dat massa’s energie die ik verondersteld was te doseren.

Van die gul aangeboden halve werkdagen heb ik nooit gebruikgemaakt, ook al zat ik meer dan eens op mijn tandvlees. Ik heroverde met hoogoplopende discussies mijn vroegere plaats en al snel ging iedereen ervan uit dat ik weer de oude was. Dat was niet het geval, ik liep mezelf soms te pletter. Zoals die man tegen die boom in Paal.

Jouw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Lees meer verhalen in het magazine Leven

Veel van onze verhalen zijn ook verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. Abonneer je om geen enkel verhaal te missen!