Het is, vind ik, een geschenk van de voorzienigheid om het grappige van sommige situaties in te zien. ‘There is a crack in everything, that’s how the light gets in’, zingt Leonard Cohen. En die barst vind ik doorgaans zonder veel moeite. Zo gemakkelijk dat ik meer dan eens op mijn tong moest bijten om onplezierige situaties te voorkomen. In het bureau van de baas, in de wachtkamer van een arts of tijdens een begrafenis is een schaterlach zelden op zijn plaats. Maar overal elders ...
Ik ben nog altijd vriendin Lily dankbaar die dezelfde ingesteldheid heeft en zo fijngevoelig was om samen met mij ziek te zijn. We lagen, op 50 km afstand, allebei aan de chemo. Zij in Antwerpen, ik in Brussel. Om de tijd te verdrijven en een huilbui of zelfmedelijden radicaal de pas af te snijden, belden we mekaar dagelijks op en vertelden de gruwelijkste moppen. Omdat zij haar linker- en ik mijn rechterborst kwijt was, konden we samen één beha vullen. We hadden als een tweekoppig monster een plaats kunnen krijgen in het rariteitenkabinet van dokter Spitzner. ‘Of nog beter: laat ons een meidengroep oprichten’, zei Lily. ‘The Amazing Amazones’ ter ere van de Griekse vrouwelijke krijgers die een borst amputeerden om beter met pijl en boog overweg te kunnen. Nu ik dat jaren later schrijf, kan ik amper nog begrijpen dat we ons toen de pleuris lachten, maar een snuifje sarcasme helpt ook om in een storm overeind te blijven. Gedeelde smart was aanleiding tot dubbele vreugd. Goed dat zo die dopamine en endorfine vrijkwamen, want het laatste wat we wilden, was kankeren.