Frieda Joris

Oog en oor registreerden in die koortsige wereld ook hilarische situaties

Column Frieda Joris - Intimitutifrutikutimuti

Uit Leven • Editie 82 • April 2019

Frieda Joris, journaliste en auteur, kreeg in het najaar van 2000 borstkanker. Ze schrijft voor Leven vier keer per jaar deze column.

Auteur: Frieda Joris • Fotograaf: Filip Claessens

Stel je vraag over kanker

Contacteer de Kankerlijn

Bel 0800 35 445
Ma-vr 9-12u en 13-17u
Chat met de Kankerlijn
Ma-vr 9-12u en 13-17u
(vermijd Edge als browser)

De verpleegster kwam mijn kamer met vaste stap binnen, gewapend met een paar protheses. Nepborsten waarvan er eentje, tot aan de reconstructie, mijn rechtse behacup moest vullen. Ik bekeek die vleeskleurige peer- en appelvormen en kreeg op slag de slappe lach. De bijpassende uitleg van de dame ben ik vergeten, maar ik herinner me wel dat ik na afloop mijn notitieboekje nam en mijn verbijstering neerpende. Eens journalist, altijd journalist. Niets aan te doen.

Het begon allemaal met een klein schriftje uit de Priba, een laagdrempelig waren-huis dat alleen babyboomers nog hebben gekend. Een schrift met lijntjes en een blauwe omslag, in niks uitzonderlijk tenzij in het feit dat ik er af en toe iets in noteerde dat me op- of inviel. Geen echt dagboek, daar ben ik altijd te lui voor geweest en ik vond zeker wat me toen overkwam, het noteren niet waard. Dat eerste boekje was in die tijd net als ikzelf te dun voor het betere werk. Te groot voor de poppen, te klein voor de kerels zoals in het lied over de niet zo gelukkige meisjes van dertien. De hele wereld lag aan mijn voeten om ontdekt te worden, vol teksten en invallen die ik trouw bleef noteren. Al waren er ook weken dat ik niets opschreef. Omdat de inspiratie ontbrak of ik gewoon geen goesting had.

Meer dan eens zag ik midden in de nacht Het Licht, maar kon ik ‘s morgens mijn ongetwijfeld bevlogen woorden niet meer lezen of begrijpen.

Ik zeulde het boekje overal mee in een grote schoudertas waarin zowat mijn halve huis-houden vervat zat. Ik loop er tot vandaag een beetje scheef door, maar dat opschrijven was goed voor mijn innerlijke evenwicht.

Ik schreef overal. Te land, ter zee en in de lucht. Bij een koffie op een terras, tussen de rozenstruiken in mijn tuin, wachtend  op de trein of in mijn bed. Want ik ont-dekte algauw dat de beste ideeën soms vlak voor het indutten kwamen en legde daarom een potlood en een cahier in mijn nachtkastje. De gedachten worden op dat ontiegelijke uur meestal niet belemmerd door dagelijkse stress en, uitzonderingen niet te na gesproken, door intimiteit, intimidatie, intimitutifrutikutimuti ... Meer dan eens zag ik midden in de nacht Het Licht, maar kon ik ‘s morgens mijn ongetwijfeld bevlogen woorden niet meer lezen of begrijpen. Weer een kans gemist op de Prijs der Nederlandse Letteren. Het Priba-exemplaar kreeg opvolgers voorzien van de meest bizarre covers. Met bloemen en psychedelische tekenin-gen uit de seventies. Het handschrift van Casanova na een reis naar Firenze. Fladderende vogels uit een ondergrondse souvenirshop. Tot ik de afdeling bon chic bon genre ontdekte en voor de onvolprezen Moleskine viel. Zwart en sober, klasse quoi. En die kwam, bij mij toch, pas met de jaren.

In het ziekenhuis duurde het even voor ik in staat was de angst en beklemming van me af te schrijven.

De vorm veranderde, de toon soms ook. In het ziekenhuis duurde het even voor ik in staat was de angst en beklemming van me af te schrijven. De humor waarnaar ik altijd op zoek was, werd wat bijtender en neigde zelfs naar sarcasme, tot ik mezelf en mijn pen na de eerste schokgolf iets be-ter in de hand had. Oog en oor registreer-den in die koortsige wereld met bevreem-dende rituelen ook hilarische situaties. Scènes zoals die nepborsten waren uiter-mate geschikt om mijn humeur weer wat op peil te brengen. Het beeld in de spiegel was dan wel geblutst, in mijn hoofd had ik ze nog allemaal op een rij. Met mijn schriftje als ultiem bewijs. Mijn toeverlaat, mijn maatje in goede en slechte tijden. Ik kan het iedereen aanraden.

Jouw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Lees meer verhalen in het magazine Leven

Veel van onze verhalen zijn ook verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. Abonneer je om geen enkel verhaal te missen!