Ik word even weer die schim. Die kankerpatiënt die twintig jaar geleden het onvermijdelijke zonder hoorbaar protest leerde ondergaan. Wreed tegen mijn goesting overigens, elke vezel van mijn lichaam verzette zich en schreeuwde ‘neen, hier hoor ik niet thuis’. Maar van buitenaf zag je niks aan mij, ik gaf geen kik. Ik besefte immers heel goed dat de mensen die me in dit vagevuur bijstonden, het beste met me voorhadden. Dat ze me automatisch ook beroofden van een eigen wil, was maar een verwaarloosbaar neveneffect uit een eindeloos lange bijsluiter.
Het hemdje van vandaag is de boosdoener die alles weer naar boven haalt. Ik weet dat het onzinnig is, deze controle is niets meer dan een voorzorgsmaatregel die de overheid aanbeveelt, te vergelijken met de jaarlijkse keuring van mijn auto. Het geprik en gezoem doen me niks. Maar mezelf in de spiegel tegenkomen met dat schortje …