Frieda Joris

Zonder zon geen leven. Maar met te veel zon al evenmin

Column Frieda Joris - Een goeie vriend en toch een vijand

Uit Leven • Editie 95 • Juli 2022

Frieda Joris, journalist en auteur, kreeg in het najaar van 2000 borstkanker. Ze schrijft voor Leven vier keer per jaar deze column.

Auteur: Frieda Joris • Fotograaf: Filip Claessens

Stel je vraag over kanker

Contacteer de Kankerlijn

Bel 0800 35 445
Ma-vr 9-12u en 13-17u
Chat met de Kankerlijn
Ma-vr 9-12u en 13-17u
(vermijd Edge als browser)

De poes rollebolt in het gras en laat gretig haar buikje opwarmen door de eerste zonnestralen. Ze knijpt haar ogen toe, steekt haar vier poten vol overgave in de lucht en geniet op deze zotte morgen ongegeneerd van de zomer.

Ik sta in de schaduw van mijn pergola en heb plezier in haar plezier, maar toch. Toch ben ik jaloers op die kat van mij die zomaar ongeremd en wellustig in de zon kan kroelen. Waar is de tijd dat ik dat ook kon doen, zij het iets bescheidener en meer aangepast aan mogelijk indiscrete blikken. Want ik ken dat gevoel zo goed, dat pure genot bij het plukken van de dag terwijl die hemelse gloed door huid en botten trekt. Het is een herinnering met een wat zure nasmaak want zo zorgeloos zonnebaden mag ik niet meer. Correctie: durf ik niet meer.

De zon die eens mijn beste vriend was, is immers ook mijn vijand geworden. De voorbije jaren moest ik twee keer een kwaadaardig huidvlekje laten wegsnijden. Een basaalcelcarcinoom, de meest voorkomende en meest onschuldige vorm van huidkanker waar zelfs koning Albert last van heeft. Die vlekjes heb ik enkel en alleen aan mezelf te danken. Te veel in de zon gezeten, eigen schuld dikke bult. En wie zijn gat brandt …

 

Meestal verschijnen die gevaarlijke spikkeltjes op plekken die overdadig aan de koperen ploert zijn blootgesteld zoals een neus, een oorschelp of een decolleté. Bij mij was het anders. Stip nummer één openbaarde zich op mijn voorhoofd onder mijn froufrou. Het leek wel een Indische bindi, een derde oog dat me voor boze geesten moest beschermen maar in feite zelf het kwade vertegenwoordigde. Stip nummer twee ontsierde een plek die het zonlicht nooit zag: daar waar mijn rug van naam verandert. ‘Je hebt je zonnekapitaal opgebruikt’, sprak de dermatoloog. Raar vond ik dat. Tegennatuurlijk.

Ik heb ondertussen een aanvaardbare balans gevonden in mijn haat-liefdeverhouding met de zon.

Meestal verschijnen die gevaarlijke spikkeltjes op plekken die overdadig aan de koperen ploert zijn blootgesteld zoals een neus, een oorschelp of een decolleté. Bij mij was het anders. Stip nummer één openbaarde zich op mijn voorhoofd onder mijn froufrou. Het leek wel een Indische bindi, een derde oog dat me voor boze geesten moest beschermen maar in feite zelf het kwade vertegenwoordigde. Stip nummer twee ontsierde een plek die het zonlicht nooit zag: daar waar mijn rug van naam verandert. ‘Je hebt je zonnekapitaal opgebruikt’, sprak de dermatoloog. Raar vond ik dat. Tegennatuurlijk.

Want ik ben in juli geboren, als kind van de zomer. De sunny side of the street is altijd mijn speelterrein geweest, ik floreer niet in de schaduw. Ik heb een huid die altijd een beetje gebronsd is en aan zonnebank-bruinen heb ik nooit gedaan. Of toch, één enkele keer lag ik te zweten in een soort van pashok. Met een knijpbrilletje onder zoemende lampen, mijn rug ongemakkelijk op een harde plastic ondergrond. Afschuwelijk vond ik dat, niet voor herhaling vatbaar. Dan liever mijn zacht ligbed in de zoelte met zicht op bloeiende hortensia’s.

Mijn moeder zong tijdens de vaat liedjes uit de Driestuiversopera. Ze stierf twintig jaar geleden maar ik hoor nog altijd de tekst van Bertolt Brecht weergalmen: ‘En men ziet slechts die in ’t licht staan. Die in ’t donker ziet men niet’. Nog een reden om de helderheid boven het duister te verkiezen. Zonder zon geen leven. Maar met te veel zon al evenmin.

De schrik zit erin en ik heb ondertussen een aanvaardbare balans gevonden in mijn haat-liefdeverhouding met de zon. Liters zonnecrème, een mooie strooien hoed en een vaste plaats onder de schaduwrijke takken van de perenboom. Ik slorp de stralen minder gulzig op, hamster toch vitamine D en gelukshormonen en pak alsnog een kleurtje. Ik kijk naar de poes en zing: Summertime, and the living is easy ...

Jouw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Lees meer verhalen in het magazine Leven

Veel van onze verhalen zijn ook verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. Abonneer je om geen enkel verhaal te missen!