Frieda Joris

Door de nachtmerries vlak ervoor, blijft op controle gaan een penibele onderneming.

Column Frieda Joris - De ‘voor’ en de ‘na’

Uit Leven • Editie 104 • Oktober 2024

Frieda Joris, journalist en auteur, kreeg in het najaar van 2000 borstkanker. Ze schrijft voor Leven vier keer per jaar deze column.

Auteur: Frieda Joris • Fotograaf: Filip Claessens

Stel je vraag over kanker

Contacteer de Kankerlijn

Bel 0800 35 445
Ma-vr 9-12u en 13-17u
Chat met de Kankerlijn
Ma-vr 9-12u en 13-17u
(vermijd Edge als browser)

I will survive zingt Gloria Gaynor terwijl ik mijn auto redelijk behendig op de parking van het ziekenhuis manoeuvreer. Vriendelijk van die zangeres, maar mij moed inspreken om dit vervloekte oord te betreden is niet echt meer nodig. Het is immers niet de eerste keer dat ik de deur van de kankerafdeling open. Dat is al meer dan twintig jaar een jaarlijkse gewoonte die ik niet kan of wil missen. Omdat bij een verleden met kanker die vaste controles beter werken dan hout afkloppen of een konijnenpoot op zak hebben.

Ik zal niet beweren dat ik de pijlen naar de afdeling oncologie fluitend volg. Want - al geef ik het niet graag toe - ergens diep vanbinnen blijft een klein duiveltje alert. Overdag snoer ik dat onding de mond maar ’s nachts, als ik weerloos ben, profiteert de kwelgeest ervan om zijn staart te roeren. Door de nachtmerries vlak voor een controle blijft die visite een penibele onderneming, hoezeer ik er ook van overtuigd ben dat het wel mee zal vallen. Maar zodra ik klaarwakker ben, hou ik de moed erin. Vandaar dat ik het lied van de discoqueen een beetje overbodig vind.

Tot ... Tot ik de kankerafdeling en de voor mij verleden tijd betreed. Ik steek een vrouw in een rolstoel voorbij en de vage geur van chemo die ze uitademt, zet in mijn hoofd alle lichten op rood. Ocharme denk ik, die dame zit er nog middenin en bij haar heeft dat duiveltje ook overdag nog vrij spel. Mijn hart bloedt en als ik de wachtzaal binnenkom, wordt het niet beter. De patiënten, lotgenoten die nog in behandeling zijn, zitten er met hun rug tegen de muur. Letterlijk en figuurlijk. Met pruiken, bleke gezichten en hier en daar een infuus. Stilletjes afwachtend en zich afvragend: wanneer ben ik aan de beurt? Voor de afspraak, of misschien voor erger.

Jaren geleden zat ik daar zelf. Net zo woordeloos, verslagen en verbijsterd omdat ik de controle was verloren op mijn eigen leven.

Jaren geleden zat ik daar zelf. Net zo woordeloos, verslagen en verbijsterd omdat ik de controle was verloren op mijn eigen leven. Ik voel weer wat zij voelen. Ik met een huid die vandaag de zonnegloed nog uitstraalt. Met mijn eigen losse, nonchalant verwarde haren. Met lippenstift en eyeliner die een gezonde aanblik nog wat onderlijnen. Me, myself and I staan in schril contrast met de omgeving. Past het wel dat ik hier zo normaal en zelfs redelijk goedgemutst plaatsneem? Is het wel een goed idee om zieken en herstelden samen te zetten in dit voorgeborchte?

Hoe dacht ik daar zelf over toen ik hier ook deel uitmaakte van het vast meubilair? Ik bewonderde toen de pruik van een buurvrouw en zei: ‘Goeie kapper hebt u. Ik begrijp niet dat sommige mensen hier met verward haar durven binnenkomen’. We bekeken zo’n verwaaid exemplaar en lachten allebei. Groen, uiteraard.

Ik word binnengeroepen bij dezelfde arts als de anderen en ik zie hoe iemand toch het moede hoofd heft en me keurt. Ik begrijp dat zij weet: die is erdoor. En dat is misschien het goede aan die gezamenlijke wachtruimte. Je ziet de ellende, maar ook de wederopstanding. De ‘voor’ en de ‘na’ noemen ze dat bij modeproducties in de damesbladen. Een foto van wat trieste aankomst puur natuur naast het glorieuze resultaat na allerlei kunstgrepen. En de goede verstaander beseft: zo kan ik er straks ook uitzien. Als het seffens een beetje meezit.

Jouw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Lees meer verhalen in het magazine Leven

Veel van onze verhalen zijn ook verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. Abonneer je om geen enkel verhaal te missen!