‘Wat gebeurt er?’, vraag ik. ‘Mijn vrouw’, antwoordt hij met enige moeite. Ik had haar nog op de Boekenbeurs gezien, ik wist dat ze een uitgezaaide borstkanker had en ongeneeslijk ziek was. Nu is ze terminaal en zelfs hij, specialist ter zake, kan haar niet meer behoeden voor erger. Is niet in staat om haar te helpen, hij die honderden, misschien duizenden weer op de been hielp. Afgezien van het wanhopige verdriet dat hij zijn partner moet afstaan, woekert onder die witte doktersjas ongetwijfeld ook het verstikkende gevoel van onmacht.
Ik weet niet meer goed wat zeggen en mijn arts gaat, op automatische piloot, over tot de gewone gang van zaken. Die is wat mij betreft banaal, mijn jaarlijkse controle. Vannacht schoot er weer even een donkere nachtmerrie door mijn hoofd, een klassiek gebeuren bij de inspectie. Maar vandaag lijkt dat allemaal futiel nu ik geconfronteerd word met het schrikbeeld van die andere realiteit.
‘Het ziet er goed uit’, zegt hij, terwijl hij de resultaten van de bloedanalyse, mammo- en echografie bekijkt. En ik schaam me bijna, omdat ik zo gezond ben.
In het buitengaan kruist mijn oog de sixpack die tegen de koffieautomaat leunt. Even schijnt de zon en ik besef: schoonheid troost.