Bij het opruimen van een kast valt mijn hand op een stijve, bruine omslag. Raar, officiële documenten bewaar ik op een andere plaats en die statige enveloppe lijkt op het eerste gezicht bij die categorie te behoren. Er staat geen bestemmeling op en hij is zelfs nooit dichtgekleefd.
Met bevende vingers trek ik de sluiting open en ontdek foto’s die meer dan 40 jaar oud zijn. Ik in zwart-wit, hoogzwanger van mijn oudste zoon. Vrank en vrij, stralend in mijn blootje. Met twee jonge, volle en vooral onbeschadigde borsten.
Toen, lang voor ik borstkanker kreeg, vond ik die borsten van mij maar heel gewoon want ze waren een cupmaat kleiner dan die van Brigitte Bardot. Een doordeweekse B-cup in plaats van de toen bij sterren in zwang zijnde C en dus te weinig voluptueus om over naar huis te schrijven, dacht ik. Ze deden hun werk in bikini en mooie lingerie maar toch vond ik de aandacht die ze kregen fel overdreven. Tot vandaag.
Getekend door de leeftijd, een amputatie en een reconstructie bekijk ik mezelf met de blik van een ander en kan ik mijn toenmalige ik alleen verbaasd bewonderen. Waarom was ik 45 jaar geleden niet trotser op die boezem? Wat was ik dom. Maar je weet pas wat je mist als je het kwijt bent. De linkerborst is ondertussen verouderd en van de rechterborst blijft niks meer over. Ze is vervangen door een nepexemplaar, weliswaar zorgvuldig opgebouwd met mijn eigen buikvet en huid.