Frieda Joris

Waarom was ik 45 jaar geleden niet trotser op mijn boezem?

Column Frieda Joris - De schoonheid van het onvolmaakte

Uit Leven • Editie 102 • April 2024

Frieda Joris, journalist en auteur, kreeg in het najaar van 2000 borstkanker. Ze schrijft voor Leven vier keer per jaar deze column.

Auteur: Frieda Joris • Fotograaf: Filip Claessens

Stel je vraag over kanker

Contacteer de Kankerlijn

Bel 0800 35 445
Ma-vr 9-12u en 13-17u
Chat met de Kankerlijn
Ma-vr 9-12u en 13-17u
(vermijd Edge als browser)

Bij het opruimen van een kast valt mijn hand op een stijve, bruine omslag. Raar, officiële documenten bewaar ik op een andere plaats en die statige enveloppe lijkt op het eerste gezicht bij die categorie te behoren. Er staat geen bestemmeling op en hij is zelfs nooit dichtgekleefd.

Met bevende vingers trek ik de sluiting open en ontdek foto’s die meer dan 40 jaar oud zijn. Ik in zwart-wit, hoogzwanger van mijn oudste zoon. Vrank en vrij, stralend in mijn blootje. Met twee jonge, volle en vooral onbeschadigde borsten.

Toen, lang voor ik borstkanker kreeg, vond ik die borsten van mij maar heel gewoon want ze waren een cupmaat kleiner dan die van Brigitte Bardot. Een doordeweekse B-cup in plaats van de toen bij sterren in zwang zijnde C en dus te weinig voluptueus om over naar huis te schrijven, dacht ik. Ze deden hun werk in bikini en mooie lingerie maar toch vond ik de aandacht die ze kregen fel overdreven. Tot vandaag.

Getekend door de leeftijd, een amputatie en een reconstructie bekijk ik mezelf met de blik van een ander en kan ik mijn toenmalige ik alleen verbaasd bewonderen. Waarom was ik 45 jaar geleden niet trotser op die boezem? Wat was ik dom. Maar je weet pas wat je mist als je het kwijt bent. De linkerborst is ondertussen verouderd en van de rechterborst blijft niks meer over. Ze is vervangen door een nepexemplaar, weliswaar zorgvuldig opgebouwd met mijn eigen buikvet en huid.

Ik kijk met bewondering naar lotgenoten die hun mooie maar verminkte lijven ongegeneerd aan de buitenwereld tonen. Ze hebben natuurlijk gelijk, ook in het onvolmaakte zit veel schoonheid.

Ik heb van die rechterborst niet eens afscheid genomen voor de kanker eruit werd gesneden. Keihard was ik voor dat kostbare kleinood waar het kwaad was in geslopen. Die borst had haar werk gedaan, over and out. Dat ding moést weg. Ik heb er niet eens een laatste foto van laten nemen, zo ontgoocheld was ik in dat vroegere juweeltje.

Aan het pijnlijke verraad wou ik later liever niet herinnerd worden. Toen mijn gehavende lichaam meermaals in het dokterskabinet werd gefotografeerd, heb ik ook niet om een afdruk gevraagd. Een mens moet zich soms beschermen tegen zichzelf.

Na de operatie en alle behandelingen liep ik een klein jaar met maar één borst rond. Boven op het litteken van de amputatie droeg ik een prothese die de uiterlijke schijn hoog en mijn beha in evenwicht hield. De reconstructie ervaarde ik als een bevrijding. Eindelijk weer twee borsten en ik werd ’s morgens en ’s avonds niet meer met die leegte aan de rechterkant geconfronteerd. Ik was er heel blij mee. Maar hoe competent mijn plastisch chirurg ook was en hoe trots ik weer in de spiegel keek, ik heb het resultaat van al dat bloed, dat zweet en die tranen ook niet voor het nageslacht laten vastleggen. Een foto laten nemen van mijn herboren uiterlijk, het kwam niet eens in mijn hoofd op.

Heb ik daar nu spijt van? Neen. Ik kijk wel met bewondering naar lotgenoten die hun mooie maar verminkte lijven ongegeneerd aan de buitenwereld tonen. Ze hebben natuurlijk gelijk, ook in het onvolmaakte zit veel schoonheid. Kijk maar naar de schilderijen van Michaël Borremans die net door dat hoekje af opvallen. Maar dat neemt niet weg dat ik nu even van de kaart ben door die volmaakte foto’s van vroeger.

Jouw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Lees meer verhalen in het magazine Leven

Veel van onze verhalen zijn ook verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. Abonneer je om geen enkel verhaal te missen!