Goede herinneringen kan zelfs een virus niet afpakken

Column Frieda Joris - Back to the future

Uit Leven • Editie 88 • September 2020
Frieda Joris

Frieda Joris, journalist en auteur, kreeg in het najaar van 2000 borstkanker. Ze schrijft voor Leven vier keer per jaar deze column.

Auteur: Frieda Joris • Fotograaf: Filip Claessens

Stel je vraag over kanker

Contacteer de Kankerlijn

Bel 0800 35 445
Ma-vr 9-12u en 13-17u
Chat met de Kankerlijn
Ma-vr 9-12u en 13-17u
(vermijd Edge als browser)

Een korte vakantie had L. gepland, een voorzichtige voettocht op weinig hellend vlak met een paar goeie boeken in haar rugzak. Eerst zou ze nog een feestje geven om het einde van haar kankerbehandeling te vieren en de vele vrienden te bedanken die haar doorheen de zwartste periode van haar leven hebben geloodst. En daarna: halftijds werken, halftijds van het leven genieten en op adem komen. Vooral niet thuis in de zetel zitten, daar had ze lang genoeg gevegeteerd. Wég wou ze, back to the future. Op naar de vrijheid en mondjesmaat weer de smaak van het volle leven proeven. Het leven van vroeger, toen geluk nog heel gewoon was.

Dat vooruitzicht hield haar een jaar lang op de been, hielp bij het doorslikken van bittere pillen en de aanvankelijk uitzichtloze isolatie. Nog drie maanden, nog zeven weken, nog vijf … Ze telde af tot ze de deur weer wagenwijd kon opengooien.

Op naar de vrijheid en mondjesmaat weer de smaak van het volle leven proeven. Het leven van vroeger, toen geluk nog heel gewoon was.

Wat niet in haar en in niemands draaiboek stond, gebeurde uitgerekend de dag na haar laatste bestraling: het hele land ging in lockdown. Binnen zitten werd verplicht, zeker voor een kankerpatiënt met een verminderde weerstand zoals zij en met longen die door de bestralingen kwetsbaarder waren. ‘Ik heb die eerste week zitten janken, mijn gevangenisstraf werd zomaar verlengd’, zegt ze. ‘Ik zat als alleenstaande vrouw al zo lang in afzondering, aan die ellende kwam dus nog altijd geen einde.’

Geduld en berusting waren haar enige wapens in een systeem dat tijdelijk alle initiatief afstrafte. Het ergste was nog dat ze de vrienden die haar zo geholpen hadden, nu niet eens meer mocht binnenlaten. Twee van hen werden bubbel-maatjes met wie ze even kon gaan wandelen, de anderen kwamen niet verder dan het computerscherm en de muismat. L. was op zichzelf aangewezen, maar hoe erg ook, ze besefte dat ze nog van geluk mocht spreken. Lotgenoten in volle behandeling zagen dikwijls helemaal geen kat meer. Probeer zo maar eens overeind te blijven. ‘Dat zou ik mentaal niet hebben aangekund’, bekent ze deemoedig.

Van het ogenblik dat het kon, is L. weer beginnen te werken. Met tien gemaskerde mensen in een grote ruimte: perfect binnen de regels. Die ontmoetingen in vlees en bloed zorgden ervoor dat haar week gebroken was en haar bestaan weer een beetje normaliseerde.

Haar behandeling was net op tijd gedaan, wist ze. En al evenzeer net op tijd begonnen. ‘Stel dat de corona-uitbraak vorig jaar was gebeurd, toen ik dat bolletje in mijn borst voelde. Ik zou uit schrik misschien wel mijn doktersafspraak hebben uitgesteld.'

De eerste controle waar elke patiënt met dichtgeknepen billen naar uitkijkt, werd bij L. met een maand uitgesteld. En toen ze eindelijk mocht gaan, kwam ze in een derderangs sf-film terecht. De haar vertrouwde en tamelijk gezellige dagkliniek was tot een versterkte burcht vertimmerd met dokters en verpleegkundigen in vacuümverpakking die nog weinig menselijks hadden. Haar behandeling was net op tijd gedaan, wist ze. En al evenzeer net op tijd begonnen. ‘Stel dat de corona-uitbraak vorig jaar was gebeurd, toen ik dat bolletje in mijn borst voelde. Ik zou uit schrik misschien wel mijn doktersafspraak hebben uitgesteld met als mogelijk gevolg dat ik het nu niet meer zou navertellen.’

Ondertussen heeft L. opnieuw een feestje gepland. Ze huurde zelfs een huisje in het buitenland waar ze van alle emoties bijkwam. Al ze ooit nog eens verplicht in haar kot moet blijven, kan ze zich troosten met de legendarische woorden van Humphrey Bogart op het einde van de film Casablanca: ‘We’ll always have Paris’. Want goede herinneringen kan zelfs een virus niet afpakken.

Jouw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Lees meer verhalen in het magazine Leven

Veel van onze verhalen zijn ook verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. Abonneer je om geen enkel verhaal te missen!