Wat niet in haar en in niemands draaiboek stond, gebeurde uitgerekend de dag na haar laatste bestraling: het hele land ging in lockdown. Binnen zitten werd verplicht, zeker voor een kankerpatiënt met een verminderde weerstand zoals zij en met longen die door de bestralingen kwetsbaarder waren. ‘Ik heb die eerste week zitten janken, mijn gevangenisstraf werd zomaar verlengd’, zegt ze. ‘Ik zat als alleenstaande vrouw al zo lang in afzondering, aan die ellende kwam dus nog altijd geen einde.’
Geduld en berusting waren haar enige wapens in een systeem dat tijdelijk alle initiatief afstrafte. Het ergste was nog dat ze de vrienden die haar zo geholpen hadden, nu niet eens meer mocht binnenlaten. Twee van hen werden bubbel-maatjes met wie ze even kon gaan wandelen, de anderen kwamen niet verder dan het computerscherm en de muismat. L. was op zichzelf aangewezen, maar hoe erg ook, ze besefte dat ze nog van geluk mocht spreken. Lotgenoten in volle behandeling zagen dikwijls helemaal geen kat meer. Probeer zo maar eens overeind te blijven. ‘Dat zou ik mentaal niet hebben aangekund’, bekent ze deemoedig.
Van het ogenblik dat het kon, is L. weer beginnen te werken. Met tien gemaskerde mensen in een grote ruimte: perfect binnen de regels. Die ontmoetingen in vlees en bloed zorgden ervoor dat haar week gebroken was en haar bestaan weer een beetje normaliseerde.