Soms deed ik wat anders. In de zomers van mijn gezonde jaren pakte ik onderweg naar huis op de snelweg graag een paar afslagen eerder. Dan reed ik rustig langs boerderijen en bosranden. Stopte ik zodra de eerste nachtploeg van de natuur opdook, reeën in de schemering. Of plukte ik thuis nog vlug de dag in de fruittuin en bewonderde ik de rode buikjes van salamanders in mijn vijver. Zo nam ik regelmatig een extra afslag van de snelweg, weg van het voortrazende werkende leven.
In een weekend interviewde ik eens een chronisch zieke dame. Ik had geen dienst. Ik had op maandag wel de voorpagina. ‘Zorg je wel goed voor jezelf ?’, vroeg ze mij. Nu, na tien jaar zonder gezondheid en vijf jaar zonder werk en voorpagina’s, begrijp ik pas haar vraag. Hoeveel afslagen heb ik gemist?
Opnieuw bekijk ik de gedichtenmails in mijn telefoon. ‘Vanavond’. ‘Nacht’. De woorden lezen als blauwe littekens. Het is geen softwarefout. De hapering zit ’m in ons denken over werk. Zag ook ik dat te veel als vervulling en te weinig als vervuiling? Niet onze mobieltjes maar wijzelf zijn verkeerd geprogrammeerd. We zijn toe aan software die niet de potentiële werk-woorden blauw verft maar ons helpt leven als in een gedicht. Zo scrol je op maandagochtend door je mail. Klik-klik naar je agenda. Het staat er al. Zeven uur ’s ochtends: zwaluw bij zonsopgang. Half acht ’s avonds: herten aan de bosrand. Nacht: salamanders zien zwemmen in de weerspiegeling van bloesems in het maanlicht.