Ik wil zo graag nog eens iets nieuws meemaken. Het begon ermee dat ik aan vroeger moest denken. Aan die keer dat ik in de lift van een Arabische wolkenkrabber snel met de redactie belde. Sprintje naar de hotelkamer. Laptop open. Vlug een stuk over de in staatsbezoek verpakte handelsmissie tikken. Eten overslaan. Sprintje terug naar de lift, inmiddels niet meer in pak maar in smoking met vers gestrikte vlinderdas. Hop, de warme nacht in, naar een avond met diplomaten en directeuren. In krap 45 minuten in en uit.
En ik dacht aan heel vroeger, die keer in de jaren tachtig bij de start van de eerste Elfstedentocht in decennia. De vertrekplaats in het noorden van Nederland vol schaatsers, door een hek van het donkere ijs gescheiden. Terwijl ik de laatste letters nog tikte, trok de meelezende brommerkoerier mijn kopijvel al uit de typmachine om ermee naar de plaatselijke krant te racen. Had ik tien minuten voor de volgende alinea’s.
Zo maakte ik bijna veertig jaar nieuwe dingen mee. Vandaag lijkt dat onvoorstelbaar. Ik rust thuis uit van de supermarkt waar ik vlak voor de kassa voorbij werd gelopen door een blits rood bebrilde bejaarde met rollator die wél haastig op weg was naar wat nieuws.