Bart van Eldert

Mensen die een levensbedreigende ziekte overleven, kunnen in ieder geval in hun hart beter worden

Column Bart van Eldert - Groei

Uit Leven • Editie 88 • Oktober 2020

Bart van Eldert (°Amsterdam, 1966) werkte vroeger als verslaggever en columnist voor het Algemeen Dagblad en schreef samen met Danielle Pinedo het brievenboek Beter worden is niet voor watjes. Hij heeft leukemie en kan door zijn ziekte niet meer werken. Zijn vrouw is behandeld voor borstkanker. Ze hebben twee kinderen.

Auteur: Bart van Eldert • Fotograaf: ID / Koen Verheyden

Stel je vraag over kanker

Contacteer de Kankerlijn

Bel 0800 35 445
Ma-vr 9-12u en 13-17u
Chat met de Kankerlijn
Ma-vr 9-12u en 13-17u
(vermijd Edge als browser)

Een oude man loopt voortdurend met mij mee. Zodra het hem allemaal te veel wordt, laat hij zich langzaam in mijn lichaam zakken. Onzichtbaar maar onontkoombaar neemt hij mij over. Eerst de benen. Daarna al even slap mijn armen. Mijn vingers en door de medicatie vergroeide tenen steken en tintelen. Mijn hoofd wordt traag.

 

Lang heb ik deze hoogbejaarde man niet durven aankijken. Ik wilde me jonger voelen. Langzaam leven, niets is mooier dan dat als je echt oud bent. Het was knap lelijk toen ik nog geen vijftig was.

Daarom probeerde ik, al volledig afgekeurd, toch nog te werken. Een kasplantje wil ook weleens naar buiten. Ik ging op reportage naar een bijzondere boomkwekerij. Natuurlijk was ik te vroeg. Rustig wachtte ik tot de kwekers uit hun ochtendvergadering kwamen. De uiteraard houten deur van de vergaderkamer zwaaide al snel open en blij kwispelend rolden er zo vijf hondjes uit. Die mochten altijd mee met de buitenwerkende baasjes. Een levenslustig bedrijf.

De boomlange directeur kon me goed uitleggen waarom zijn halve bos – toch een natuurproduct – eruitzag alsof boom na boom uit de fabriek kwam. De stam altijd kaarsrecht. De zijtakken allemaal op dezelfde hoogte. Het bleken de regels. Dat snoeit goedkoop en al het verkeer kan er moeiteloos onderdoor.

Werken en nog veel meer, streep erdoor. Toch voelde ik niet alleen verlies.

In zijn hart vond deze kweker het maar niets. Liever zag hij exemplaren met wel drie stammen, of een scheef groeiende boom. Juist in die afwijking ervoer hij de schoonheid. En zagen we die oude boom, de grote stam vol krassen van de familie das? Dat moesten we niet als klauwschade aan een product zien. Het gaf iets extra’s. Met die krassen vertelde zo’n boom een heel eigen levensverhaal. Het droeg bij aan de groei.

Naar huis rijden lukte me niet zonder pauze. Daar en dan viel het kwartje. Werken en nog veel meer, streep erdoor. Toch voelde ik niet alleen verlies. Ik moest spontaan denken aan een heel ander interview. In de psychologie kennen ze zoiets als posttraumatische groei. Dit lichtpuntje laat zien hoe mensen die een levensbedreigende ziekte overleven, in ieder geval in hun hart beter kunnen worden. Ik dacht aan onze wachtkamers, waar ik rij na rij scheefgegroeide patiënten zag. Allemaal voelen we elke dag de klauwschade. Maar misschien is er daarnaast ook groeipijn.

Toen, rustend in de auto, durfde ik voor het eerst die oude man aan te kijken. In de autospiegel knikte hij mij bemoedigend toe.

Jouw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Lees meer verhalen in het magazine Leven

Veel van onze verhalen zijn ook verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. Abonneer je om geen enkel verhaal te missen!