In zijn hart vond deze kweker het maar niets. Liever zag hij exemplaren met wel drie stammen, of een scheef groeiende boom. Juist in die afwijking ervoer hij de schoonheid. En zagen we die oude boom, de grote stam vol krassen van de familie das? Dat moesten we niet als klauwschade aan een product zien. Het gaf iets extra’s. Met die krassen vertelde zo’n boom een heel eigen levensverhaal. Het droeg bij aan de groei.
Naar huis rijden lukte me niet zonder pauze. Daar en dan viel het kwartje. Werken en nog veel meer, streep erdoor. Toch voelde ik niet alleen verlies. Ik moest spontaan denken aan een heel ander interview. In de psychologie kennen ze zoiets als posttraumatische groei. Dit lichtpuntje laat zien hoe mensen die een levensbedreigende ziekte overleven, in ieder geval in hun hart beter kunnen worden. Ik dacht aan onze wachtkamers, waar ik rij na rij scheefgegroeide patiënten zag. Allemaal voelen we elke dag de klauwschade. Maar misschien is er daarnaast ook groeipijn.
Toen, rustend in de auto, durfde ik voor het eerst die oude man aan te kijken. In de autospiegel knikte hij mij bemoedigend toe.