Ik heb liefst twee jubilea in handen. Maar wat valt er te vieren? Tien jaar geleden kreeg ik als veertiger de gevaarlijke diagnose chronische leukemie. Vijf jaar geleden ben ik ontslagen op het werk omdat – eerlijk is eerlijk – de ziekte beter functioneerde dan ik.
Ziek thuiszitten was voor mij en mijn leukemie in het begin niet gemakkelijk. Als je hele dagen op elkaars lip zit, gaan kleine dingen je irriteren en voor je het weet ben je zo’n kibbelend echtpaar. Ik heb mijn leukemie verwijten gemaakt en haar de meest verschrikkelijke ziektes toegewenst. Toen leek het nodig, maar het blijven onnodige verwijten. Als ik één ding heb geleerd in tien jaar leven met mijn ziekte is het dit: je moet het toch sámen doen.
Het tweede jubileum was vijf jaar geleden ook niet meteen feest. Mijn veel fittere ziekte bleef nog de hele dag actief terwijl ik, zoals dat heet na een ontslag, op zoek ging naar een nieuwe uitdaging. Denk daarbij aan overdag niet slapen en toch aanspreekbaar zijn tijdens het avondeten.
Eerst dacht ik dat met mijn job een groot deel van mijn leven was verdwenen. Met ruim 900 nutteloze nummers in mijn telefoon, ontdekte ik al snel dat slechts mijn werk ontbrak. Zelf was ik er nog. Veel langzamer, dat wel.