Beter worden, het blijkt een rámp. In mijn toch al kleine wereld is het stiller dan ooit. De mensen denken dat niet doodgaan hetzelfde is als gewoon doorgaan met leven. Dat beter worden bij mij net zoiets is als het gips dat eraf mag van een op de wintersport gebroken been. Komt vanzelf wel weer goed. En dus krijg ik geen zinnen verzettende raambezoekjes meer, geen wandelverzoeken, geen lieve telefoontjes.
In mijn eerste verziekte jaren ging ik na het ziekenhuis vaak langs mijn moeder die er tenslotte vlakbij woont. Dan zat ze klaar met een kopje thee en een luisterend oor, zoals eerder na een beenmergpunctie of nog veel eerder na een moeilijk proefwerk. ‘En hoe wás het nou, en wat zei de dokter precies?’ Tegenwoordig is het van: ‘O, heb je weer een afspraak?’ Nou, zij ook. Diepgaande telefoongesprekken met de leesclub en zelfs wandelafspraken met andere überfitte bejaarden. En verder gaat iedereen gewoon door met overwerken, buiten bewegen, weekendjes weg en ergens anders zoomend op ziekenbezoek. Hallo, is daar iemand? Het doet nog steeds zeer, hoor!