Tienkamper Thomas Van der Plaetsen over zijn teelbalkanker

Die ziekte moést uit mijn lijf
Thomas Van der Plaetsen
Uit Leven, editie 69, januari 2016

Amper negen maanden na zijn kankeroperatie won hij in juli goud op de Universiade (Olympiade voor studenten) in Zuid-Korea. En in augustus nam hij in Peking deel aan het WK atletiek. Tienkamper en topsporter Thomas Van der Plaetsen overwon teelbalkanker en vecht zich terug naar de top.

Auteur: Anne Adé - Fotograaf: Lieven Van Assche
Foto: KotK/Lieven Van Assche, Leven 69, januari 2016

Het was een memorabel moment, de persconferentie waarop tienkamper en topsporter Thomas Van der Plaetsen (24) begin oktober 2014 aankondigde dat hij kanker had.  Twee dagen eerder was uitgelekt dat bij een dopingcontrole het zwangerschapshormoon HCG in zijn bloed was gevonden. Een verboden prestatieverhogend middel, wat de geruchtenmolen over dopinggebruik meteen in gang zette. Maar HCG is ook een marker voor teelbalkanker. Amper een dag nadat hij wist dat hij kanker had, trommelde Van der Plaetsen zelf de pers op. En of ze alstublieft wilden stoppen met mensen voorbarig aan de schandpaal te nagelen.

U zag er op de tv-beelden Olympisch kalm uit, maar het moeten voor jou toch heftige momenten zijn geweest?

Thomas Van de Plaetsen: ‘Het gebeurde allemaal zo snel, dat ik niet echt tijd had om emotioneel te worden. Het nieuws van de positieve dopingcontrole en de diagnose dat ik kanker had, kwamen bijna op hetzelfde moment. Want toen er bij de controle HCG was ontdekt, drong mijn dokter meteen aan op verder onderzoek. Binnen de twaalf uur was duidelijk dat ik een tumor had in een teelbal. De volgende dag ging ik ’s ochtends onder de scanner om te zien of er geen uitzaaiingen waren, ’s namiddags naar een ander ziekenhuis om uit voorzorg sperma in te vriezen, in de vooravond was er dan die persconferentie, en ’s avonds werd ik geopereerd. Tussen de onderzoeken door dacht ik na over de boodschap die ik aan de pers wilde geven.'

Op twee dagen tijd was ik gediagnosticeerd, gescand en geopereerd. Je ondergaat dat zonder veel vragen te stellen. Maar al dan niet nabehandelen, daar moest ik zelf over nadenken

'En die is duidelijk overgekomen, ik merkte dat de journalisten met de hele zaak in hun maag zaten. Voor mij is dat nu allemaal achter de rug, ik beschouw dat als een afgesloten hoofdstuk.’

Kanker is geen onbekende in uw familie, uw vader is er aan overleden. Kwam de klap daardoor nog harder aan?

‘Het maakte het vooral moeilijk om het aan mijn moeder te vertellen. Kanker is sowieso een beladen begrip, maar dat geldt des te meer voor wie het al van nabij heeft meegemaakt. Ik heb het de voorbije maanden zelf ondervonden: pas als je zelf kanker hebt, merk je hoe verspreid de ziekte is. Ook in mijn nabije omgeving kent iedereen wel iemand die er het slachtoffer van geworden is.’

Had u voor het onderzoek enig vermoeden dat er iets mis was met uw gezondheid?

Foto: KotK/Lieven Van Assche, Leven 69, januari 2016

‘Achteraf bekeken waren er wel lichte signalen. Ik had al een tijdje een zinderend gevoel in mijn teelbal. Maar je leeft als topsporter voortdurend met allerlei vormen van pijn, dus lang heb ik er toen niet bij stilgestaan. Als topsporter word ik medisch sowieso goed opgevolgd, maar voor die bewuste dopingcontrole was ik toevallig net vijf maanden in het buitenland geweest. Er stonden toen ik thuiskwam een hele batterij onderzoeken klaar, maar de dopingbloedtest kwam eerst. Met alle gevolgen van dien.’

Een van de dingen waarmee u ook meteen werd geconfronteerd toen u de diagnose kreeg, was de kans dat u onvruchtbaar zou worden. Hoe bent u daarmee omgegaan?

‘Het is heel raar dat je op zo’n moment moet denken aan kinderen krijgen, waar ik nog helemaal niet mee bezig was. Ik was in een klap doordrongen van de gedachte dat mijn ziekte niet alleen impact had op mijn eigen toekomst, maar ook op die van mijn toekomstige relatie. Maar natuurlijk wil je alle opties openhouden, dus heb ik op dag één meteen sperma laten invriezen. Op doktersadvies, want dat was zeker niet iets waar ik zelf meteen aan dacht.’

Nog een knoop om door te hakken: na de operatie moest u beslissen of u al dan niet chemo zou ondergaan. Hoe hebt u dat aangepakt?

Ik was in een klap doordrongen van de gedachte dat mijn ziekte niet alleen impact had op mijn eigen toekomst, maar ook op die van mijn toekomstige relatie

‘Kiezen voor chemo was eigenlijk de zwaarste beslissing die ik heb moeten nemen in heel die periode. Tot dan toe hadden de artsen alles voor mij beslist. Op twee dagen tijd was ik gediagnosticeerd, gescand en geopereerd. Je ondergaat dat zonder veel vragen te stellen. Maar al dan niet nabehandelen, daar moest ik zelf over nadenken. In het begin waren mijn waarden goed en werd de kans op herval op 10 à 20% geschat. Maar toen het tumorweefsel in mijn teelbal onderzocht werd, bleek het om een heel agressieve vorm van kanker te gaan, en werd het ineens fifty fifty.  Tja, dan moet je echt beginnen af te wegen. Ik wist dat chemo de kans op herval tot een minimum zou reduceren, maar tegelijk ook mijn conditie zou verwoesten. Uiteindelijk ben ik voor chemo gegaan, vooral om nadien weer zonder zorgen voluit te kunnen gaan, aan 100% te kunnen trainen. Zonder in het achterhoofd de gedachte dat al die inspanningen misschien allemaal voor niets zouden zijn, omdat de ziekte misschien toch weer de kop zou opsteken. Ik snakte ernaar om de ziekte helemaal uit mijn lijf weg te hebben.’

Foto: KotK/Lieven Van Assche, Leven 69, januari 2016

Was u voorbereid op het effect dat de chemobehandelingen zouden hebben?

‘Je kunt daar niet op voorbereid zijn, het is gewoon loodzwaar. Ik was niet misselijk, volgens mijn dokters reageerde ik er erg goed op. Maar fysiek was ik doodmoe, en vooral mentaal kwam de klap heel hard aan. Mijn hoofd was mistig, ik was totaal afwezig en onverschillig voor alles wat er rond mij gebeurde.  Tijdens de recuperatieweken had ik tijd zat, maar niets interesseerde me. Ik begon een film te kijken, maar stopte na een kwartier. Ik kocht een nieuw videospelletje, maar keek er niet naar om. Het ergste was dat ik ook bijna niet reageerde op vrienden die langskwamen. En dat is lastig, want in zo’n periode kun je net alle steun gebruiken die je kunt krijgen. Het enige wat hielp, was lichtjes aan sport doen, zachtjes trainen. Ik ben in die periode opnieuw beginnen te skateboarden. Als jonge gast was dat mijn hobby, tot ik met topsporten begon. Skateboarden gaf me het gevoel dat ik weer ergens controle over had, het maakte me vrij.’  

U bent snel na de behandeling weer beginnen te trainen. Bent u helemaal de oude?

‘In het begin was het heel erg ploeteren om vooruit te komen. Een paar honderd meter joggen was er al te veel aan, en dat terwijl ik enkele maanden eerder nog bij de wereldtop hoorde. Het besef dat je weer van nul moet beginnen, is ook mentaal uitputtend. Ik voelde me heel erg verraden door mijn lichaam. Ik had altijd gezond geleefd, en dan besluipt die ziekte je vanuit het niets, en in een mum van tijd ben je totaal afgetakeld. Mijn haar verliezen was nog zo’n confronterend moment: je kunt niet meer wegstoppen dat je zwaar ziek bent. Gelukkig ging de recuperatie vrij snel. Na twee maanden begon mijn haar al te groeien, en in maart zag ik er weer normaal uit. Uiteraard word ik nog halfjaarlijks gecontroleerd. Dat blijft altijd een moment van spanning en twijfel.’ 

Wat zijn uw toekomstplannen?

‘Ik heb ondertussen een eigen stichting opgericht, Back on Track.

Kanker is sowieso een beladen begrip, maar dat geldt des te meer voor wie het al van nabij heeft meegemaakt

Kijk, ik krijg als bekende sporter met een kankerverleden heel veel aanvragen om mijn gezicht voor goede doelen te lenen. Ik doe dat met plezier, maar ik wil dat zelf kunnen sturen. Met mijn stichting hoop ik vooral steun te werven voor het ziekenhuis waar ik behandeld ben, en waar mijn vader ook heel zijn leven gewerkt heeft als psychiater. Op die manier kan ik iets terugdoen voor de mensen die me geholpen hebben, en zelf anderen helpen.’ 

En op sportief vlak?

‘Ik ben weer totaal gefocust op atletiek. Doelstelling is meer dan ooit volgend jaar de Olympische Spelen in Rio te halen.

Keihard trainen zonder medische zorgen, heerlijk vooruitzicht, ook al omdat ik de helft van de tijd in Zuid-Afrika verblijf. Het is een prachtig land, ik heb er vrienden, ik train er in een geweldige club, en de natuur is er overweldigend. Ik kom er helemaal tot rust.’

Tumormarkers

Tumormarkers zijn stoffen die het lichaam maakt als reactie op kanker of die door de kanker zelf gemaakt worden. Ze kunnen worden gemeten in bloed, urine, hersenvocht of weefsel. Tumormarkers bewijzen niet dat er een tumor zit, ook bij andere ziektes en zelfs bij gezonde mensen komen ze voor. Ze kunnen artsen soms helpen een diagnose te stellen, maar alleen in combinatie met ander onderzoek. Ze kunnen ook iets vertellen over het verloop van een ziekte: of een behandeling aanslaat en of de kanker na de behandeling wegblijft of terugkeert. De meeste tumormarkers zijn echter niet gevoelig genoeg (ze zijn niet altijd aanwezig als er tumorcellen zijn) of niet specifiek genoeg (ze zijn soms verhoogd maar niet door de kanker). Veel gebruikte tumormarkers zijn bijvoorbeeld CEA (darmkanker) en CA15-3 (borstkanker).  

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.