Professor Gert Laekeman over voedingssupplementen en kruidengeneesmiddelen bij kanker

Praat erover met uw arts
Gert Laekeman, professor farmaceutische wetenschappen
Uit Leven, editie 70, maart 2016

‘Als u kruidengeneesmiddelen of voedingssupplementen wil gebruiken, praat er dan altijd eerst over met de arts die u behandelt.’ Deze basisregel geeft professor Gert Laekeman aan patiënten die hun behandeling tegen kanker willen aanvullen met andere middelen.

Auteur: Bart Van Moerkerke - Fotograaf: Leo De Bock
Foto: KotK/Leo De Bock, Leven 70, april 2016

Heel wat kankerpatiënten gaan op zoek naar aanvullende behandelingen voor hun ziekte. Ze doen dat om verschillende redenen: ze willen zelf een actieve bijdrage leveren aan hun genezing, ze willen hun weerstand verhogen, ze willen de nevenwerkingen van de chemo- of radiotherapie milderen … Gert Laekeman, hoogleraar Klinische Farmacologie en Farmacotherapie aan de KULeuven, is een voorstander van het gebruik van kruidengeneesmiddelen en voedingssupplementen. Ze kunnen een meerwaarde hebben, op voorwaarde dat dit in samenspraak gebeurt met de arts die de kanker behandelt. ‘Kruiden en planten mogen dan wel natuurlijke producten zijn, ze zijn lang niet altijd zonder gevaar. Sommige kruidenpreparaten zorgen ervoor dat bepaalde soorten chemotherapeutica hun werk tegen de kankercellen niet naar behoren kunnen doen. Om dezelfde reden is ook voor voedingssupplementen zoals vitamines, mineralen, antioxidanten of probiotica voorzichtigheid geboden. Bovendien is de controle op deze middelen vrij beperkt. Zeker via het internet worden supplementen verkocht waarvan de kwaliteit niet gegarandeerd is.’ Het is dus van belang een onderscheid te maken tussen kruidengeneesmiddelen en voedingssupplementen.

Kruidengeneesmiddelen

Uiterlijk mogen ze dan wel sterk op elkaar lijken – de verpakking is nagenoeg dezelfde, net als hoe de capsules, tabletten, poeders of vloeistoffen in het doosje eruitzien -, toch zijn er zeer belangrijke verschillen tussen een geneesmiddel en een voedingssupplement. 

Kankerpatiënten nemen vanaf twee à drie dagen vóór de radio- en de chemotherapie tot enkele dagen erna beter geen antioxidanten in.

Professor Laekeman: ‘Een geneesmiddel doorloopt een lange fase van onderzoek en van klinische studies op dieren en op mensen, waarin het medicijn bewijst veilig en werkzaam te zijn. De productie gebeurt onder streng gecontroleerde omstandigheden. Ook het eindproduct wordt zorgvuldig gecontroleerd: zit er niet te weinig en ook niet te veel van de werkbare stof in? Bij een geneesmiddel krijgt de patiënt altijd een bijsluiter die volgens een standaardstramien is opgesteld: waarvoor dient het geneesmiddel, wanneer mag je het wel en niet gebruiken en in welke hoeveelheden, hoe moet je het gebruiken, wat zijn de mogelijke nevenwerkingen?’

Kruidengeneesmiddelen zijn, zoals de naam het zegt, geneesmiddelen. Ze moeten dezelfde lange weg naar registratie afleggen waarin de veiligheid, de kwaliteit en de werkzaamheid grondig worden onderzocht. 

Foto: KotK/istockphoto, Leven 70, april 2016

Er wordt een uitzondering gemaakt voor zogenaamde traditionele kruidengeneesmiddelen. Voor planten en kruiden die al minstens dertig jaar als geneesmiddel gebruikt worden, waarvan vijftien jaar in de Europese Unie, moeten producenten niet de hele procedure van onderzoek en klinische studies volgen. Op grond van een soms eeuwenlange traditie worden ze verondersteld werkzaam te zijn, zoals bijv. gember werkt bij misselijkheid en mariadistel voor leverziekten.

Net zoals alle geneesmiddelen worden kruidengeneesmiddelen in ons land enkel in de apotheek verkocht. Vaak kan dat zonder doktersvoorschrift. Op de verpakking staat ook een vergunnings- of registratienummer. Dat wil niet zeggen dat het gebruik altijd zonder gevaar is. ‘Bepaalde kruidengeneesmiddelen kunnen de werking van chemotherapie of van radiotherapie bij kankerpatiënten tegengaan,’ zegt professor Laekeman. ‘Van Sint-Janskruid bijvoorbeeld weten we dat het werkt tegen depressieve gevoelens, maar ook dat het de afbraak en/of eliminatie van sommige geneesmiddelen versnelt waardoor die minder goed hun werk kunnen doen. Maar het kan nog ingewikkelder: eenzelfde plant kan soms goed en soms slecht zijn. Neem de weerstandsversterker echinacea of rode zonnehoed. Bij leukemie heeft die mogelijk een averechts effect. Dus moet een patiënt altijd met de behandelende arts overleggen voordat hij een kruidengeneesmiddel neemt. Ik stel vast dat steeds meer artsen en medische teams openstaan voor zo’n gesprek. Ook bij de apothekers is er veel bereidheid om met de patiënt te praten over het nut en de eventuele risico’s van een kruidengeneesmiddel.’

Voedingssupplementen

Een evenwichtig voedingspatroon zorgt ervoor dat het lichaam alle voedingsstoffen krijgt die het nodig heeft. Extra vitamines, mineralen, eiwitten… zijn dan niet nodig. Radiotherapie, chemotherapie en de nevenwerkingen ervan kunnen er evenwel voor zorgen dat kankerpatiënten minder eten en een tekort hebben aan bepaalde voedingsstoffen, bijvoorbeeld vitamine D. Voedingssupplementen kunnen aan dat tekort tegemoet komen. 

Ik stel vast dat steeds meer artsen en medische teams openstaan voor een gesprek over al dan niet kruidengeneesmiddelen nemen.

Voordat het op de markt kan komen, doorloopt een voedingssupplement een veel eenvoudigere procedure dan een geneesmiddel. Een onderzoekstraject met klinische studies is niet nodig. Bij de productie van het supplement worden de controles van de voedingsindustrie toegepast. Dat betekent dat er vooral gekeken wordt naar het voorkomen van een besmetting en naar de hygiënische procedures. Omdat er geen systematische controle op het eindproduct is, heeft de patiënt geen garantie dat er ook daadwerkelijk voldoende (maar ook niet te veel) van de werkbare stof in zit. En doorgaans zit er wel geschreven informatie in de verpakking, maar die is veel beperkter dan bij een geneesmiddel.

‘Omdat een grondig wetenschappelijk onderzoek met klinische studies ontbreekt, mag de producent van een supplement niet beweren dat zijn product goed is voor het voorkomen, behandelen of genezen van een ziekte, bijvoorbeeld kanker,’ zegt professor Laekeman. ‘Dat is niet wettelijk. Hij mag hoogstens spreken over het behouden van een gezonde toestand, bijvoorbeeld fit blijven. Sinds 2011 moeten dergelijke gezondheidsbeweringen in de Europese Unie door wetenschappelijk bewijs ondersteund worden. Daardoor zullen veel fabrikanten de komende jaren niet-bewezen gezondheidsclaims van de verpakking moeten afhalen. Doen ze dat niet, dan verdwijnt het supplement van de markt.’ 

Antioxidanten en probiotica

Foto: KotK/Leo De Bock, Leven 70, april 2016

Voedingssupplementen met antioxidanten zoals de vitamines A, C en E winnen aan populariteit. Antioxidanten - die onder andere in bosbessen, aardbeien, frambozen, curcumine en groene thee zitten - beschermen weefsels en organen tegen schade door agressieve moleculen. Gert Laekeman: ‘In theorie zouden ze evenwel het doden van de kankercellen door radiotherapie en sommige chemotherapeutica kunnen bemoeilijken. Er lopen momenteel verschillende klinische studies om dat te onderzoeken. Zo lang die geen duidelijkheid brengen, nemen kankerpatiënten zeker vanaf twee tot drie dagen vóór tot enkele dagen na de radio- en de chemotherapie beter geen antioxidanten in.’

Probiotica spelen een rol in het herstellen of in stand houden van de normale, natuurlijke darmflora die uit ongeveer 400 soorten bacteriën bestaat. Behalve in voedingssupplementen komen ze onder meer voor in yoghurt, sojadranken, gefermenteerde en ongegiste melk. De wetenschap heeft pas sinds kort aandacht voor probiotica. De voorlopige onderzoeksresultaten zijn positief. Ze zouden goed zijn tegen de ontsteking van het darmslijmvlies door radiotherapie. Ze zouden ook helpen bij het bestrijden van diarree als nevenwerking van radio- en chemotherapie. Maar er is nog veel bijkomend onderzoek nodig.

Exotische mengsels

‘Wat voor de kruidengeneesmiddelen geldt, gaat nog meer op voor de voedingssupplementen: neem ze nooit op eigen houtje,’ is de conclusie van professor Laekeman. ‘Vaak zijn die producten mengsels van verschillende vitaminen met kruiden. Dat maakt het zeer ingewikkeld om alle gevolgen van het gebruik goed te kunnen inschatten. Vooral op het internet vind je allerlei exotische mengsels. Vaak heeft de samenstelling geen enkele wetenschappelijke grond en wordt de producent louter door commerciële motieven gedreven. Geef daar je centen niet aan uit! Ik raad mensen trouwens altijd aan voedingssupplementen bij de apotheker of in de betere dieetwinkel te kopen. Daar word je geholpen door medewerkers met kennis van zaken. Koop je online, dan weet je helemaal niet wat je in huis haalt.’

 

Uw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Een supplement is geen geneesmiddel

  • De term voedingssupplement is een algemene benaming voor vitaminen, mineralen, antioxidanten, probiotica, kruiden en planten die niet als geneesmiddel erkend zijn. Van sommige heeft onderzoek de gezondheidsvoordelen aangetoond, van andere niet.
  • Een voedingssupplement is geen geneesmiddel, het moet niet aan dezelfde wetenschappelijke eisen voldoen.

Lees ook

Aanvullende kankerbehandelingen: waarmee rekening houden?

  • Geen enkele aanvullende behandeling kan kanker genezen.
  • Een aanvullende behandeling kan de medische behandeling nooit vervangen.
  • Een medische behandeling uitstellen, kan de kans op genezing verminderen.
  • Sommige aanvullende behandelingen hebben invloed op de medische behandeling.
  • Voor u iets neemt of doet, bespreek het altijd met uw oncoloog.
  • Ik-verhalen op het internet hebben geen wetenschappelijke waarde.
  • Let op met aanvullende behandelingen die volgens de aanbieder ‘wetenschappelijk onderbouwd zijn’. Vraag waar en wanneer die informatie gepubliceerd is en bespreek dit met uw oncoloog. Informatie afkomstig van een arts is wellicht veiliger.
  • Probeer te vermijden dat er misbruik gemaakt wordt van uw kwetsbaarheid. Blijf alert (zeker als het over erg dure producten gaat) en laat u helpen: vraag bij de minste twijfel over een behandeling raad aan uw oncoloog of eventueel uw huisarts of apotheker.

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.