Miet Smet over het verlies van haar man en zielsgenoot Wilfried Martens

Zijn geluk was het mijne
Miet Smet
Uit Leven, editie 63, juli 2014

Op de deurbel hangen de beide namen onveranderlijk naast elkaar: Miet Smet – Wilfried Martens. Op 9 oktober 2013 werd het drukbezette politicikoppel in snelheid gepakt door pancreaskanker die Wilfried van Miets zijde wegrukte. Met een hart vol liefde en een hoofd vol herinneringen vertelt ze over het verlies: 'Privé waren de zes jaren met Wilfried de gelukkigste tijd van mijn leven'.

Auteur: Marc Peirs - Fotograaf: Lieven Van Assche
Miet Smet, foto Lieven Van Assche

'Wilfried was fel vermagerd. De dokters besloten een scan te maken en zo is de ziekte ontdekt. De diagnose viel rond Kerstmis 2012: pancreaskanker. Maar je realiseert je de volle impact niet. Wilfried, en ik met hem, heeft heel lang gedacht dat hij zou overleven. Hij kreeg wat lichte chemo en in januari 2013 onderging hij een operatie die goed was geslaagd. Hij moest twee weken in het ziekenhuis blijven. Hij lag op een kamer met twee bedden dus ik kon bij hem overnachten.'

'In de maanden daarna leek Wilfried er bovenop te komen. Hij werkte volop, als voorzitter van de EVP (de Europese christendemocratie verenigd in de Europese Volkspartij, red.), ging vaak naar het buitenland, stuurde me sms'jes: "Het gaat goed, ik voel me uitstekend!"'

'In juli is het slecht beginnen te gaan. Hij verzwakte, vermagerde nog meer, hij kreeg last van hypoglycemie, wat ik telkens een ronduit verschrikkelijk zicht vond. Hypoglycemie heb je als je een te laag bloedglucosegehalte hebt. Want net als zoveel andere patiënten met pancreaskanker was Wilfried diabeticus geworden. Bij zulk een hypo lag hij soms helemaal verkrampt op de grond. Echt verschrikkelijk. Ik heb geleerd om glucagonspuiten toe te dienen, maar toch is Wilfried een zestal keren met zulk een ernstige hypo naar een ziekenhuis gemoeten.'

'Eind juli, onderweg naar ons vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk, kregen we telefoon van de dokter dat Wilfried bloed moest bijkrijgen om de zwakte te lijf te gaan. Hij is daarvoor twee dagen opgenomen in een Zuid-Franse kliniek.'

'Dat vakantiehuis was Wilfrieds lievelingsplek. Hij kon er zo van genieten om op het terras te zitten en de tuin te bekijken. Of hij zat voor de televisie naar de Ronde van Frankrijk te kijken (lacht). Hij miste niet één tourrit op televisie. Hij zei altijd: "Mocht ik niet in de politiek actief zijn, dan was ik wielrenner geworden." De kinderen zijn nog op bezoek geweest: zijn zoontje Simon van 13, de tweelingzussen Sarah en Sophie van 17.'

Tot enkele weken voor zijn dood leefde Wilfried met de gedachte: ik ga het halen. Die hoop, dat perspectief, was ontzettend belangrijk voor hem. Voor mij ook.

'Tot september, enkele weken voor zijn dood leefde Wilfried met de gedachte: ik zal het halen. Die hoop, dat perspectief, was ontzettend belangrijk voor hem. Voor mij trouwens ook. Net daarom bleef hij tot bijna het einde aan de slag. Hij was stevig betrokken bij de uitbouw van het Eastern Partnership, de brug tussen de Europese Unie en de Oost-Europese landen. Vol enthousiasme werkte hij aan de voorbereiding van de Europese verkiezingen van 25 mei. Wilfried reisde, vergaderde, werkte. Alsof er niets aan de hand was; dat werk was zijn plezier. Ik kon en wou hem dat niet afnemen. Want wat is er mooier dan je partner gelukkig en vervuld te zien? Zijn geluk was het mijne.'

'In september moest hij een zware chemokuur ondergaan. Maar die kuur bleek tevergeefs. Dan, pas dan, wist en besefte hij dat hij ging sterven. We zijn toen nog een tocht gaan maken in het Meetjesland, zijn geboortestreek. De kinderen zijn afscheid komen nemen. Zijn broers ook. De bisschop is hier aan huis de laatste sacramenten komen toedienen.'

'Afscheid nemen, wat is dat? Zeggen dat je elkaar graag ziet? Wij zeiden dat elke dag. Dat Wilfried zo lang is blijven doorwerken, vind ik dus helemaal geen nadeel. Liever dat dan samen maandenlang uit te kijken naar de onvermijdelijke dood. Liever elk sprankeltje hoop koesteren dan moeten beseffen dat je nog amper enkele weken of maanden te leven hebt. Ik weet het, andere mensen geven de voorkeur aan klare taal en een uitgesproken levensverwachting, maar Wilfried en ik vonden het zoveel aangenamer te blijven hopen tot het niet meer realistisch was hoop te koesteren.'

Miet Smet, foto Lieven Van Assche

'Toen de artsen me het finale verdict vertelden dat Wilfried zou sterven, voelde ik me totaal alleen staan. Zulk een gesprek duurt hooguit vijf, tien minuten en dan sta je daar, als partner. Ik heb op dat moment psychologische ondersteuning gemist. Artsen hebben daar overigens ook niet altijd tijd voor. Ze moeten én opleiding geven én patiënten begeleiden én wetenschappelijk op de hoogte blijven, waardoor het denkbaar is dat je behandelende arts in de laatste fase van je ziekte een tijdje afwezig is omdat hij op een congres in het buitenland zit. Die drie taken combineren, is voor een specialist aartsmoeilijk.'

'Wat ik nog terdege heb geleerd is: neem een hospitalisatieverzekering. Zulk een ziekte, zulk een zware kanker behandelen is anders onbetaalbaar. Zelfs met een hospitalisatieverzekering zoals wij hadden, moet je allerlei extra kosten maken. Echt, ik wil iedereen op het hart drukken een hospitalisatieverzekering af te sluiten.'

'Ik was als verdoofd. Ik stortte me op allerlei praktische zaken van afscheid en begrafenis. Wilfried verdiende een mooi afscheid en ik heb, al zeg ik het zelf, het maximum voor hem gedaan. Ik ben ook actief betrokken bij de vele huldigingen die Wilfried te beurt vallen. Er wordt een gebouw van de Europese instellingen in Brussel naar hem genoemd. Een straat in zijn geboortedorp Evergem bij Gent zal zijn naam dragen. De EVP noemt het studiecentrum naar hem en bekroonde hem met de Merit Award voor zijn bijdrage aan de partij en de politiek. Die prijs is in Dublin uitgereikt en aan mij overhandigd. Ik heb er dan ook een toespraak gehouden. Dat waren moeilijke momenten, maar ik vind die huldigingen belangrijk. Dat is mijn milieu, de politiek, Wilfried en ik deelden die passie.'

Miet Smet, foto Lieven Van Assche

'Wat troost mij? Wilfried putte waarschijnlijk kracht uit zijn geloof. Hij geloofde in het overleven van de ziel. Ik hoop dat het waar is ... Ik hoop het voor hem, en voor mij. Maar ik haal iets minder troost uit religie. Ik ben daar, laten we zeggen, realistischer in (glimlacht). Ook cultuur schenkt mij, voorlopig toch, geen troost. Naar muziek kan ik nog altijd niet luisteren.'

'Gelukkig heb ik zodanig veel familie en vrienden dat ik er geen dag alleen voor sta. Sinds Wilfrieds sterven heb ik nog geen dag hoeven te koken. Er komt altijd wel iemand langs met eten. Ik ben niet alleen. Ik krijg veel steun. Mijn werk ook, dat is belangrijk. Met de organisatie AWEPA bieden we opleiding aan Afrikaanse parlementsleden: hoe een begroting te lezen, hoe een regering op een democratische manier te controleren.'

'Ik had gehoopt vijftien jaar met Wilfried samen te kunnen zijn. Was het nu tien jaar geweest, dan had ik daar à la limite vrede mee kunnen nemen. Maar vijf jaar, bijna zes: dat is kort, te kort. Niet dat ik revolteer, dat heeft geen zin. Ik ken zoveel mensen die met een zware ziekte worden geconfronteerd en hun plannen of dromen niet meer kunnen waarmaken. Wanneer ik terugkijk, heb ik in de politiek prachtige tijden beleefd. Maar privé waren die zes jaren met Wilfried de gelukkigste tijd van mijn leven.'

 

Uw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Wat is pancreaskanker?

Pancreaskanker ontstaat in de klieren van de pancreas of alvleesklier. Meestal wordt de ziekte pas ontdekt als er al uitzaaiingen zijn of als de tumor al ver doorgegroeid is in het omliggende weefsel. Dat verklaart waarom voor de meeste patiënten met pancreaskanker de overlevingskansen beperkt zijn. De Stichting Kankerregister registreerde in 2011 in België 1.524 nieuwe gevallen van pancreaskanker (ter vergelijking: er waren in 2011 in totaal 64.301 nieuwe kankerdiagnoses), waarvan 766 bij mannen en 758 bij vrouwen. Pancreaskanker komt vooral voor bij mensen boven de 60 jaar.

Als (een deel van) de pancreas weggenomen kan worden, kan er een insulinetekort en dus suikerziekte ontstaan, met risico (door de behandeling ervan) op mogelijk ernstige hypoglycemie, zoals Miet Smet beschrijft. Suikerziekte wordt in vele gevallen behandeld door het toedienen van insuline. Indien er bijv. een onevenwicht onstaat tussen het energieverbruik, de voedselinname en de hoeveelheid insuline die voorafgaand aan de maaltijd werd toegediend, kan dit hypoglycemie of een tekort aan suiker veroorzaken. De hypoglycemie is dus een complicatie van de behandeling en niet van de suikerziekte zelf.

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.