Een dag uit het leven van ... Verzorgende Lutgart, aan het werk bij Martine

Stap voor stap vertrouwen winnen
Lutgart Andries, verzorgende
Uit Leven, editie 64, oktober 2014

Mensen helpen zodat ze zo lang mogelijk in hun vertrouwde thuisomgeving kunnen wonen. Dat is de nobele opdracht van al wie in de thuiszorg werkt. In het huis van Martine Van Ackerbroeck volgen we Lutgart Andries van thuiszorg vleminckveld, een dienst voor gezinszorg en aanvullende thuishulp. 'Gezinszorg is voor mij het verschil tussen thuis wonen en me in een instelling laten opnemen.'

Auteur: Frederika Hostens - Fotograaf: Filip Claessens
Thuisverzorgende Lutgart, foto Filip Claessens

Een zomerse woensdag in Mortsel, iets voor halfnegen. Lutgart komt gezwind aangefietst. Aanbellen doet ze niet, want Martine slaapt op dit uur nog. Lutgart stalt haar elektrische fiets in Martines garage en gaat stilletjes naar boven. De kinesist is er, dus toch al snel even dag zeggen aan Martine, die na het vertrek van de kinesist nog een uurtje rust bijtankt.

Lutgart bindt haar schort om en leest Martines kattebelletje op de koelkast. 'Daarop staat wat er vandaag allemaal moet gebeuren. Mijn eerste werkje is een vaste waarde: rijstpap maken. Martine is allergisch voor gluten en soja: als ontbijt eet ze daarom rijstpap in plaats van brood. Ik zie dat er ook aardbeien zijn, die snijd ik alvast in fijne schijfjes.'

Geconcentreerd werkt Lutgart het lijstje verder af: peren en pruimen stoven, watermeloen snijden, kalkoenfricassee maken... 'Martine woont alleen en kan zelf geen boodschappen meer doen, ze vertrouwt die toe aan een vriendin', vertelt Lutgart. 'Voor het huishouden schakelt Martine drie halve dagen per week gezinszorg in. Ik ben hier één keer per week, mijn collega's Gretel en Nadine komen de twee andere dagen.'

Wat houdt gezinszorg zoal in? Lutgart: 'Bij Martine is dat vooral de boodschappen naar boven brengen, koken, de keuken en slaapkamer opruimen, wassen en strijken, eens een knoop aannaaien... Als Martine zich goed genoeg voelt en als het weer het toelaat, doen we al eens samen een boodschap of gaan we wandelen. Ik help Martine dan naar beneden met de traplift en duw haar rolstoel. Bij elke cliënt is onze tijdsinvestering anders. In sommige gezinnen helpen we bijvoorbeeld bij de administratie, maar dat is bij Martine helemaal niet nodig, ze doet die vanuit haar bed zelf op de computer.'

Thuisverzorgende Lutgart, foto Filip Claessens

Tien uur, de deur van Martines slaapkamer gaat open. 'Hier ben ik dan', glimlacht ze. Even naar de badkamer en dan terug naar de slaapkamer. 'Naarmate ik zieker werd, is mijn huis als het ware kleiner geworden. Mijn huis, dat is nu mijn slaapkamer. Hier rust ik, eet ik, krijg ik kinesitherapie, luister ik naar muziek, kijk ik televisie, ontvang ik bezoek...' Lutgart brengt de rijstpap, de aardbeien en een kop thee. Ze gaat even zitten. Martines ontbijt blijkt meer dan een ontbijt: het is Martines en Lutgarts 'babbelkwartiertje'. Over de voorbije nacht, over het lijstje aan de koelkast, over het politieke kluwen in ons landje...

Als Lutgart opnieuw de keuken induikt, stopt Martine me een getypte tekst toe. 'Door mijn pijnmedicatie heb ik geheugenproblemen. Daarom heb ik een en ander op voorhand op papier gezet.' 'Gezinszorg is voor mij het verschil tussen thuis wonen en me in een instelling laten opnemen', lees ik op het blad. 'Omdat de gezinszorg het huishouden draaiende houdt, kan ik met de weinige energie die ik nog heb, leuke dingen doen.' Martine ziet de vragen in mijn ogen. Sinds wanneer is ze ziek? Hoe komt het dat ze zoveel pijnmedicatie moet nemen? 'In 2006 kreeg ik de diagnose inflammatoire borstkanker (een heel zeldzame, maar erg agressieve vorm van borstkanker, red.). Ik werd behandeld met chemotherapie en mijn linkerborst werd geamputeerd. Het is niet gelukt om de uitzaaiingen die er al bij de diagnose waren onder controle te krijgen, daarom krijg ik sindsdien om de drie weken chemotherapie. Ik weet dat ik nooit meer kan genezen. In trappen heb ik geleerd om mijn ziek zijn te aanvaarden, in trappen wen ik eraan dat ik almaar minder kan. De laatste maanden lig ik bijna constant in bed.'

Thuisverzorgende Lutgart, foto Filip Claessens

Toen Martine kanker kreeg, was de stap naar thuiszorg snel gezet. 'In 1993 lag ik na een zwaar verkeersongeval lange tijd in het ziekenhuis. Het ziekenhuis regelde toen gezinszorg en poetshulp voor mij. Zodra ik me weer alleen kon beredderen, zette ik de gezinszorg stop, de poetshulp behield ik. Enkele jaren later werd ik geopereerd, toen ondervond ik opnieuw tijdelijk hoe ondersteunend gezinszorg kan zijn. Sinds 2006 combineer ik de poetshulp opnieuw met gezinszorg. De laatste jaren komt er vier keer per week ook een zelfstandig thuisverpleegkundige. Die helpt me om me te wassen en kleden, prikt mijn poortkatheter (een slangetje verbonden met een ader, red.) aan en zet mijn medicatie klaar. Vijf keer per week komt de kinesist langs voor manuele lymfedrainage van mijn linkerarm. Ik heb veel vertrouwen in al die mensen die hier komen en ben hen ontzettend dankbaar. Ze geven me echt zorg op maat en respecteren mijn gewoontes, mijn tempo en mijn manier van organiseren.'

In de keuken maakt Lutgart intussen een slaatje van rode biet en appel klaar. 'Gretel, Nadine en ik koken altijd voor meerdere dagen. We zetten alles op verdeelborden klaar in de koelkast. Door de jarenlange chemotherapie kan Martine sommige voedingsstoffen niet goed meer verdragen of verteren. We weten wat Martine mag eten en wat ze graag eet. Het menu kiest ze meestal zelf, maar we mogen altijd suggesties doen. Het is fijn zoveel vertrouwen te voelen.' Hoe bouwen gezinshelpsters dat op, dat vertrouwen? 'Door het stap voor stap te winnen', antwoordt Lutgart filosofisch. 'Het verschilt van cliënt tot cliënt hoe lang het duurt en hoe ver het gaat. Soms kom je heel dicht, soms blijft er een afstand. Ik vind dat geen probleem, het is niet nodig om met iedereen even vertrouwelijk om te gaan. Vertrouwen winnen betekent ook dat je bij elke cliënt voorzichtig aftast hoe je het best communiceert en je taak invult. Gezinszorg blijft een interactie tussen mensen. Als het echt niet klikt, bespreken we dat met onze regioverantwoordelijke. Zij bekijkt dan of het eventueel aangewezen is om in een bepaald gezin een andere verzorgende in te zetten.'

Thuisverzorgende Lutgart, foto Filip Claessens

Lutgart heeft al vaker bij mensen gewerkt die kanker hebben. 'In mijn allereerste werkjaar kwam ik in een gezin waar de vrouw darmkanker had en de man botkanker. De vrouw stierf eerst, een week later haar man. Dat was enorm hard en confronterend. In die tijd was er nog geen begeleiding: je moest dat soort situaties maar alleen zien te verwerken. Gelukkig is die begeleiding er nu wel. Ik kan de regioverantwoordelijke bellen om iets onmiddellijk te bespreken of om een afspraak te maken. Om de drie weken zie ik mijn collega's en de regioverantwoordelijke op de wijkwerkingvergadering. Als ik met iets zit, dan kan ik dat daar ook bespreken. Navorming krijgen we ook geregeld, bijvoorbeeld over hoe omgaan met dementie in thuiszorgsituaties. Ik heb dus zeker niet het gevoel dat ik er alleen voorsta.'

Terwijl Lutgart de vaatwasmachine vult en het aanrecht schoonmaakt, pols ik voorzichtig naar haar leeftijd. 65??? 'Ja, je hoort het goed', lacht Lutgart. 'Eigenlijk ben ik sinds november 2013 met pensioen. Ik vroeg zelf om nog een jaar langer te mogen werken. Wettelijk gezien mag ik tot eind november 2014 nog zestien uur per week werken, die kans wou ik niet laten liggen. Ik heb deze job altijd zielsgraag gedaan en blijf hem graag doen, ook al gaat alles nu misschien een beetje trager. Bij Martine kom ik nu al acht jaar, ik kon het vorig jaar echt niet over mijn hart krijgen om te zeggen: "en nu kom ik niet meer". Ik werk ook nog bij een andere cliënt waar ik al jarenlang over de vloer kom, ook daar heb ik het afscheid kunnen uitstellen.'

Thuisverzorgende Lutgart, foto Filip Claessens

Het 'tweede' pensioen van Lutgart komt er eind dit jaar dan toch onvermijdelijk aan. Hoe kijkt Martine daartegenaan? 'Ik zal Lutgart heel hard missen. Ze kent mij, mijn huis en mijn zorgnood intussen door en door en heeft altijd heel open met mij gecommuniceerd. Ik zie en voel diezelfde toewijding bij haar collega's, dus ik ben er gerust in dat ik goede gezinszorg zal blijven krijgen.' De keuken ligt er weer kraaknet bij, de koelkast is gevuld met gezonde lekkernijen, het ontbijtgerief is afgeruimd. Lutgart komt nog even op 'haar' stoel in Martines slaapkamer zitten. Of ze nog even samen op de foto willen? Dat hoeft de fotograaf geen twee keer te vragen. 'Weet je, Lutgart, er is ook een voordeel aan dat pensioen van jou', laat Martine zich plots ontvallen. 'Een voordeel?', vraagt Lutgart. 'Zolang ik je cliënt ben, mag ik strikt genomen je vriendin niet zijn. Vanaf 1 december kan onze vriendschap dus eindelijk officieel worden!'

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.