Een dag uit het leven van ... Ernest Debrun

Hoe tackel je kanker in je lijf?
Ernest Debrun

De laatste chemo en bestraling vóór zijn operatie: alweer een horde die Ernest Debrun (79) bijna genomen heeft. Hij is een sportman die zijn ziekte tackelt zoals een tegenstander in de jujutsu. Weten waar hij vóór staat, helpt hem door een moeilijke periode.

Auteur: Els Put - Fotograaf: Filip Claessens
Foto Filip Claessens

Pikdonker is het nog, wanneer Ernest op een winterochtend de deur achter zich dichttrekt. De straten zijn nat, druk en vol. Iedereen is op weg naar werk en school. Ernest rijdt naar het Heilig-Hartziekenhuis in het centrum van Leuven voor een bloedafname en chemotherapie, straks moet hij nog naar de bestralingsafdeling in het UZ Gasthuisberg.

Ernest Debrun sportte zijn leven lang en heeft nog steeds een puike conditie. Maar twee maanden geleden kwam daar een barst in: bloedverlies bracht endeldarmkanker, dicht tegen de sluitspier, aan het licht. Ernest heeft al vijf weken chemo en dagelijkse bestralingen achter de rug. Vandaag wordt de laatste weekdosis continue chemotherapie gestart, hij moet nog vijf keer een bestraling, daarna volgt een operatie.

Een heerlijke douche

Foto Filip Claessens

Met een ‘dat deed deugd' en een blije blik stapt Ernest terug de ziekenhuiskamer in. Hij heeft net een douche genomen. Dat kan maar een keer per week wanneer de verpleegkundige van dienst de continue chemo loskoppelt om nadien weer een volle cassette te bevestigen aan de poortkatheter.

‘Ik zou deze weken een cursus zelfverdediging geven aan senioren. Maar die is nu uitgesteld tot na de zomer. Dat moet lukken', vertelt Ernest bij een kop koffie terwijl hij wacht op de uitslag van de bloedafname. ‘De diagnose was echt een klap, toen ik hoorde dat ik kanker had. Ik heb altijd zo gezond geleefd, en tot op vandaag veel gesport. Ik ben nooit ziek geweest. En een stoma (een buikopening en uitgang voor stoelgang, red.) moeten, dat wou ik niet, dat kon niet voor mij. Daarom besloot de arts om eerst met chemo en bestraling de tumor te verkleinen voor hij opereerde, zodat ik maar tijdelijk een stoma moet en hij nog een hersteloperatie kan uitvoeren.

Ik hoop dat ik daarna snel mijn leven weer kan oppakken. Ik heb ook weinig last van de chemo, ben niet misselijk, misschien wat meer moe. En ik heb geen uitzaaiingen, ik kan de ziekte overwinnen.

Ik vind dit ziekzijn vooral erg voor Maria, mijn vrouw. Ze is niet zo sterk en niet goed ter been. Ik help haar met poetsen, koken en afwassen. Ik haal ook elke dag Jonas, onze kleinzoon, van school, al gaat dat nu niet altijd door de afspraken voor de bestralingen. Dat vind ik spijtig. Ik had er gewoon nooit op gerekend dat ik diegene zou zijn die ziek zou worden.'

Ik vind dit ziek zijn vooral erg voor Maria, mijn vrouw. Ik had er gewoon nooit op gerekend dat ik diegene zou zijn die ziek zou worden.

De arts komt de ziekenkamer binnen: ‘Je bloedwaarden zijn goed. We starten vandaag de laatste chemo,' legt hij uit. ‘Volgende week moet je dus enkel komen om de cassette te laten weghalen. Dat duurt maar vijf minuten. Drie weken later kom je 's morgens nuchter voor een CT-scan en 's namiddags voor een afspraak. Dan bespreken we de verdere behandeling.' Meteen wil Ernest weten: ‘Dat was toch een operatie, niet?' De arts reageert: ‘Ja, een operatie staat zeker op de planning, maar misschien moeten we nadien nog een nabehandeling met chemo starten. Radiotherapie moet je zeker niet meer.' Ernest laat de arts de uitleg nog eens herhalen, hij wil zeker weten waar hij voor staat. Die mogelijke extra nabehandeling zit hem niet lekker.

Jonas

Foto Filip Claessens

‘Hier ga je weer', komt de verpleegster binnen. Ze ontsmet de huid boven de poortkatheter en brengt het naaldje in. Ze kleeft het vast met een grote witte kleefpleister en spuit een geneesmiddel tegen de misselijkheid in. Daarna bevestigt ze de leiding naar de chemocassette. ‘Je laatste keer?, polst ze. ‘Zeker,' weet Ernest terwijl hij de cassette in de draagzak opbergt. Hij kleedt zich weer aan en drinkt nog een kop koffie terwijl hij wacht tot het tijd is om Jonas van school te halen. ‘Hij gaat niet graag met de bus naar huis, dat duurt hem te lang. Op zijn vrije woensdagmiddag doet hij liever andere dingen.'

Klokslag twaalf uur vertrekt Ernest naar Woudlucht, de school van Jonas. Jonas staat op de stoeprand te wachten, blij dat hij zijn opa ziet. Hij geeft hem meteen een kus en Ernest knuffelt hem eens flink. Thuis heeft Maria soep met balletjes klaar staan, Jonas' favoriet. ‘Ze smaakt anders,' merkt die op.

‘Ja ventje, je weet dat opa nu geen ajuin mag. Nog een heleboel groenten niet. En eet jij maar bruine boterhammen, laat de witte maar voor opa', reageert zijn oma. Ernest volgt een darmsparend dieet tijdens de radiotherapie om zijn darmen niet nog extra te belasten.

Jonas eet twee volle borden soep en verdwijnt naar boven, waar de computer staat. Ernest helpt zijn vrouw met het wegzetten van de afwas. Daarna toont hij trots zijn sportalbums: ‘Tijdens mijn legerdienst leerde ik vechtsporten kennen: judo, karate en jujutsu. Na enkele jaren judo vond ik in de zachte kracht van jujutsu ‘mijn' sport en heb er het hoogst mogelijke in bereikt. Ik werd een soke, een sensei of meester die zijn eigen stijl ontwikkeld heeft, en kreeg internationaal erkenning. Mijn sport heeft me over heel de wereld gebracht, van Amerika tot Japan!'

Het gevecht aangaan

Bij een gevecht is het belangrijk dat je niet bang bent voor je tegenstander. Dat doe je door in te schatten wat hij van plan is. Zo probeer ik ook met mijn ziekte om te gaan.

Het is allemaal klein begonnen, mijn ervaring, mijn lesgeven en mijn club: in 1983 begon ik als eerste leraar ooit met een cursus zelfverdediging voor senioren en dat doe ik nog steeds. Een 60-plusser kan je natuurlijk niet leren vechten als een jonge judoka maar met één enkele vuistregel kan je elke frontale aanval afweren. Bij een gevecht is het belangrijk dat je niet bang bent voor je tegenstander. Dat doe je door in te schatten wat hij van plan is. Zo probeer ik ook met mijn ziekzijn om te gaan: niet bang te zijn voor wat op me afkomt maar weten waar ik voor sta, me informeren over wat ik kan verwachten. Dat helpt me angst te overwinnen en maakt me weerbaarder.'

Foto Filip Claessens

‘Kom, we gaan', dringt hij aan. Tijd voor een volgende afspraak, die laatste beurten kunnen maar beter zo snel mogelijk voorbij zijn. Op de bestralingsafdeling van het UZ Gasthuisberg spreekt Ernest meteen enkele patiënten aan. Ze kennen elkaar van vorige dagen. Snel is hij aan de beurt. De bestraling is vlug voorbij, Ernest merkt er weinig van. ‘Mijn huid ziet wat rood en is gevoelig. Maar ik moet nog maar enkele dagen, dat komt wel goed,' weet hij.

Opgelucht vertrekt hij weer naar huis. De laatste week behandeling is ingezet, het aftellen begint. Thuis trekt hij op zijn schema een dikke zwarte streep door de dag van vandaag.

Meer info over jujutsu en de sportclub die Ernest oprichtte: www.asahidojo.be.

Met dank aan het Heilig-Hartziekenhuis Leuven en UZ Gasthuisberg Leuven die ons toelieten deze reportage te maken.

Medisch

Bij endeldarmkanker wordt radiotherapie in combinatie met chemotherapie (zoals bij Ernest Debrun) vaak gebruikt vóór een operatie. Het kan de tumor verkleinen en kan een operatie vergemakkelijken. De kans dat de tumor terugkeert, wordt hierdoor kleiner. Zo’n behandeling vóór een operatie met de bedoeling een tumor te verkleinen zodat hij makkelijker weg te nemen is, heet een neoadjuvante behandeling.

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.