Operatie bij dunnedarmkanker

Bij een operatie voor dunnedarmkanker neemt de arts de tumor en het weefsel errond weg.

De arts verwijdert de tumor ruim. Dat betekent dat de arts ook een aangrenzend deel gezonde darm wegneemt en het aanhangende vetweefsel met daarin de lymfeklieren, lymfevaten en bloedvaten. Zo is de kans klein dat er tumorcellen achterblijven.

De chirurg haalt het deel van de dunne darm met de tumor weg en hecht de overgebleven delen van de dunne darm aan elkaar. De verbinding is op die manier hersteld.

Soms groeit de tumor door in omliggende weefsels, zoals de buikwand of de blaas. Indien mogelijk verwijdert de arts dan ook het aangetaste deel van die weefsels. 

Bijwerkingen en risico’s

Bij elke operatie kunnen complicaties ontstaan, zoals een longontsteking of een trombose (bloedpropje). Een specifieke complicatie bij een dunnedarmoperatie is dat de naad waar de twee delen van de darm aan elkaar gehecht zijn, gaat scheuren of lekken.

Na een dunnedarmoperatie is de spijsvertering meestal enige tijd ontregeld, met mogelijk verstopping of diarree, verminderde eetlust en gewichtsverlies tot gevolg. Een gevarieerde, aangepaste voeding helpt je te herstellen. Vraag je arts of een verpleegkundige om het advies van een diëtist als je voeding speciale aandacht vereist.

Bypass bij dunnedarmkanker

Als je veel last hebt van de tumor en die geopereerd kan worden, maakt de chirurg soms een omleiding om de tumor heen. Dat heet een bypass. De chirurg maakt dan twee gezonde delen van de dunne darm aan elkaar vast. 

Stel je vraag over kanker

Contacteer de Kankerlijn

Bel 0800 35 445
Ma-vr 9-12u en 13-17u
Chat met de Kankerlijn
Ma-vr 9-12u en 13-17u
(vermijd Edge als browser)
Met dank aan prof. dr. Karen Geboes en prof. dr. Daniël Urbain
Laatst aangepast op
Laatst medisch gereviseerd op