Slapeloosheid of een slechte slaap (waar je niet van recupereert) kan veel oorzaken hebben, zoals pijn of andere lichamelijke klachten. Ook nevenwerkingen van je behandeling kunnen je uit je slaap houden. Denk bijvoorbeeld aan nachtelijke opvliegers door hormoontherapie. Het kan ook zijn dat je slaap verstoord is doordat je piekert of angstige gedachten hebt. Als een opname in het ziekenhuis nodig is, kun je moeite hebben om in slaap te geraken of door te slapen door de drukte om je heen. In het ziekenhuis slaap je in een bed en op een kussen dat je niet gewoon bent. Ook dat beïnvloedt misschien je slaap.
Enkele tips die je mogelijk kunnen helpen om je lichaam de rust te geven die het nodig heeft:
- Bespreek je slaapproblemen met je (huis)arts.
- Respecteer je biologische ritme. Je slaapt het beste als je elke dag rond dezelfde tijd naar bed gaat en opstaat.
- Probeer overdag of vroeg in de avond wat te bewegen.
- Zorg voor een zachte overgang van dag naar nacht. Drink in de uren voor je gaat slapen geen alcohol en dranken met cafeïne, vermijd minimaal twee uur voor je gaat slapen zware maaltijden en zet een uur voor je gaat slapen alle schermen uit. Dim de lichten en zet wat ontspannende muziek op.
- Probeer ontspanningstechnieken uit. Denk bijvoorbeeld aan meditatie, mindfulness, massage, spierontspanning of tai-chi.
- Overnacht je in het ziekenhuis? Neem je eigen kussen, oordopjes of oogmasker mee. Vraag om minder nachtelijke onderbrekingen als die je slaap te veel verstoren.
- Lukt het niet om ’s avonds rustig te worden? Vraag hulp aan een oncopsycholoog of relaxatietherapeut.