Anderlecht-icoon Michel Verschueren na darmkanker

Mister Michel is back
Michel Verschueren
Uit Leven, editie 80, oktober 2018

Zelfs op een snikhete dag tijdens het voetballuwe seizoen is ex-manager Michel Verschueren in zijn kantoor op RSC Anderlecht te vinden. Anderhalf jaar na zijn gevecht met dikkedarmkanker twinkelen de ogen: ‘Mister Michel is back. Hopelijk voor nog vele jaren.’

Auteur: Marc Peirs - Fotograaf: Lieven Van Assche
Foto Lieven Van Assche/Kom op tegen Kanker

‘Tot mijn 78 wist ik niet wat een dokter was. Ik was nog nooit bij een dokter geweest. Op een ochtend ging mijn vrouw naar de bakker en ze vond me bij terugkeer in bed in coma. Slachtoffer van een nierblokkage. Mijn hele lichaam was vergiftigd. In het ziekenhuis waren ze koortsachtig op zoek naar de juiste medicatie. Ik had nog amper twee uur te leven. Maar op de valreep is het gelukt. Ik ben mijn dokter nog steeds dankbaar. Vijf dagen lang lag ik in coma. Ik moest wekenlang in het ziekenhuis blijven. Ik kon niks meer. Niet schrijven, niet praten. Ik heb gevochten als een beest en me al die vaardigheden weer eigen gemaakt.’

‘Tien jaar later kreeg ik de diagnose kanker. Voorjaar 2017, daags voor mijn verjaardag. Er waren enkele bloedspatjes in mijn stoelgang te bemerken. Mijn vrouw stuurde me meteen naar de dokter, voor een coloscopie. Men vond een tumor op de dikke darm. Ik werd geopereerd en moest zes dagen in het ziekenhuis blijven. Ik recupereerde goed, maar de dokter moest wachten op het onderzoek naar mogelijke metastasen. Na zes dagen zei hij: “Mister Michel, er zijn geen uitzaaiingen, je mag naar huis toe.” Ik kreeg enkel de raad geen alcohol meer te drinken. Ik was tien kilo vermagerd. (toont foto van zichzelf met mager, ingevallen gezicht:) Zo zag ik eruit. Hoe vind je me nu? Veel beter, toch?’

 

Natuurlijk heb ik er rekening mee gehouden dat het fout zou kunnen aflopen. Maar ik voelde me toch nog sterk genoeg en de dokter had me ook gezegd: 'Normaal kom je hier door'.

‘Bij de diagnose was ik niet bang, niet boos. Maar wel verrast. Verbaasd. Ik dacht wel dat er iéts aan de hand was, want ik was dus fel aan het vermageren. Ik had geen zin in ontbijt, ik liep er nukkig bij.’

‘Natuurlijk heb ik er rekening mee gehouden dat het fout zou kunnen aflopen. Maar ik voelde me toch nog sterk genoeg en de dokter had me ook gezegd: “Normaal kom je hier door.” Op geen enkel moment was er sprake van dat ik een tijdelijk stoma zou moeten krijgen. De dokter heeft me verzekerd dat de operatie bijzonder goed was gelukt.’

‘Ik ben nu 87. Ik heb geen honderd jaar meer te leven. Maar ik tracht daar zo weinig mogelijk aan te denken, want als je dat doet, dan word je ziek. Je moet, vind ik, proberen om in het leven zo lang mogelijk positief bezig te blijven. Ik rij nog met de wagen, ik doe wat ik wil, ik heb het clubrestaurant gerund en nu ben ik ambassadeur van de club Anderlecht. Ik hoop dat allemaal nog een paar jaar te kunnen volhouden.’

 

Foto Lieven Van Assche/Kom op tegen Kanker

‘Ik hoef niet meer op controle. Na de operatie waren er twee controlebezoeken. Maar ik was daar helemaal niet ongerust over. Ik wist dat er geen uitzaaiing was. Alles voelde ook normaal aan: eetlust, stoelgang, slaap. Ik ben meer met de club bezig dan met mijn gezondheid.’

‘Ik sta paf van bewondering voor de dokters en het verplegend personeel. De dokter kwam heel geregeld aan mijn ziekbed. Fantastische man. Maar ook de verpleegkundigen, het is prachtig om te zien met welke overgave die mensen zich inzetten. We zijn terecht fier dat we in België tot de top horen inzake gezondheidszorg. Ik hoop dat de politici dat systeem in leven kunnen houden.’   

‘Ik heb dag en nacht gewerkt tot mijn 73. Dan ben ik zogezegd op pensioen gegaan. Mijn job als algemeen manager bij Anderlecht heb ik opgegeven maar ik ben in de Europese voetbalstructuren actief geworden. Twee jaar in het ECF (European Club Forum) en dan vijf jaar in ECA (European Club Association). Unieke jaren. Maar ik ben door mijn werk misvormd (glimlacht). Ik ben een workaholic, al mijn hele leven lang. Mijn vrouw is twintig jaar lang alleen met de kinderen op reis geweest naar de Franse Rivièra. Ik zei altijd maar: “Ik kom in ’t weekend”, maar ik had nooit tijd om te komen. Altijd bezig met transfers, met een bouwdossier, enzoverder. Na twintig jaar dachten de vrienden die mijn vrouw ginds had gemaakt dat ze helemaal geen man hád (lacht).’

‘Ik ben een bezeten man. Toen ik wakker werd na de operatie, vroeg ik meteen: “Tegen wie spelen we zondag? Want ik moet naar het voetbal!”. Zodra ik uit het ziekenhuis mocht, ben ik naar mijn bureau hier op Anderlecht gereden.'

Ik ben een bezeten man. Toen ik wakker werd na de operatie, vroeg ik meteen: 'Tegen wie spelen we zondag? Want ik moet naar het voetbal!'.

'Mijn leven is zo druk gebleven, nu nog trouwens, dat ik niet veel tijd gebruik om aan dood of angst te denken. Dat is mijn boodschap voor mensen die met een ziekte geconfronteerd worden: zoveel mogelijk positief denken. Dat is volgens mij een van de beste medicijnen.’  

‘Ik heb nooit iets voorbereid voor mocht het slecht aflopen. Ook financieel niet. Maar ik heb voor de ziekte al veel aan de kinderen geschonken. Een villa voor de dochter, een appartement aan mijn zoon. Mijn vrouw en ik bezitten alleen nog het huis waarin we zelf wonen.’

‘Mijn vrouw heeft lang gedacht dat zij als eerste zou sterven. Bij de diagnose van kanker dacht ze toch: “Ik zal hem overleven”. Maar dat is nog niet uitgekomen. We praten eigenlijk heel zelden over de dood. We leven zoveel mogelijk voluit. We gaan af en toe op restaurant, al bestellen we niet meer, zoals vroeger, aperitief en pousse-café. We houden het bij een lekkere fles wijn.’

 

Foto Lieven Van Assche/Kom op tegen Kanker

‘De club is gekocht door Marc Coucke. Een ambitieuze, intelligente, gefortuneerde man. Ik heb aan Marc durven zeggen: “Marc, ik heb veel respect voor jou en alle veranderingen die je wil doorvoeren. Maar zorg bovenal dat je een goeie ploeg hebt.” We zijn vierendertig keer kampioen geweest, altijd met een grote, goeie centrumspits: Jef Mermans, Paul Van Himst, Jan Mulder, Erwin Vandenbergh, Alex Czerniatynski.’

‘Ik heb altijd veel respect en positieve respons gekregen van de mensen, vooral van de eigen club. Tijdens de kankerperiode heb ik veel steun gekregen en is een aantal mensen op bezoek gekomen. Maar de eerste week heb ik me bewust wat afgezonderd. Nadien ben ik me zelf weer aan iedereen gaan tonen.’

‘Bij de gemeenteraadsverkiezingen die eraan komen, ben ik lijstduwer voor Open VLD in mijn dorp, Grimbergen. Ik zou graag helpen om een blauwe burgemeester op het schild te hijsen. En zo ben ik altijd bezig. Is het niet met het ene, dan met het andere (lacht).'

'Ik ben er 87. Ik voel me goed maar ik kan elke dag doodvallen, nietwaar? Maar als je daar de hele tijd aan denkt, dan zál je ook doodvallen. Zo simpel is het.’

Meer lezen

Positief denken en vechten?

Je moet positief blijven. Je mag je niet laten gaan. Het zijn woorden die kankerpatiënten heel vaak te horen krijgen. Impliciet wordt ermee aangegeven dat je een grotere kans op overleven hebt als je vecht tegen de ziekte. Maar er is geen wetenschappelijk bewijs voor dat de manier van omgaan met kanker een invloed heeft op de overlevingskans. Lees er meer over in dit interview met psychologe Angelique Verzelen.

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.