Zorgvrijwilligers van Kom op tegen Kanker

Een oor voor kankerpatiënten
Chris Peeters
Uit Leven, editie 74, april 2017

Wie ziek is, kan al eens een babbel gebruiken. Over de ziekte zelf of net niet. Kom op tegen Kanker heeft daar meer dan 350 vrijwilligers speciaal voor opgeleid. Ze bezoeken geregeld kankerpatiënten in het ziekenhuis of begeleiden activiteiten zoals praatcafés. Chris Peeters (59) en Lief De Backer (74) zijn twee van die zorgvrijwilligers die elke week hun hart en oren openzetten voor mensen die daar nood aan hebben.

Auteur: Grete Flies - Fotograaf: Filip Claessens

Lief De Backer: ‘Iedereen leeft mee en begrijpt de ander meteen’

Foto KotK/Filip Claessens Lief De Backer is zorgvrijwilliger en gastvrouw in het praatcafé van ‘A touch of Rose’ in Bornem

‘Mijn man is in 2011 gestorven aan longkanker. Acht jaar hebben we gevochten tegen de ziekte en dokter Ann-Marie Morel heeft ons al die tijd geweldig ondersteund. Toen ze met het psychosociaal oncologisch welzijnscentrum ‘A touch of Rose’ begon, nam ik me voor om daar ooit vrijwilliger te worden. En ondertussen organiseer ik daar nu al 4,5 jaar de praatcafés op vrijdagnamiddag. Ik zorg dat de koffie geurt, de kaarsen branden, de koekjes op tafel staan … kortom dat de mensen zich welkom voelen. Ons publiek bestaat uit kankerpatiënten, ex-patiënten, koppels, mensen van wie de partner overleden is … Iedereen kent elkaars verhaal en volgt dat op de voet. Iedereen leeft mee en begrijpt de ander meteen. Dat missen mensen in hun omgeving: de mogelijkheid om hun verhaal voor de twintigste keer te doen en nog altijd begrepen en aanvaard te worden.’

‘Sommige onderwerpen worden in de hele groep gegooid, andere mensen verkiezen een babbeltje onder vier ogen op een rustigere plek. Het kan allemaal bij ons en iedereen respecteert dat. Mijn taak is om te luisteren, me open te stellen voor de nood van de ander, zijn verhaal te ontvangen met een open hart, geen oordeel te vellen of advies te geven, hoogstens wat hoop of moed. En ondertussen schenk ik koffie bij.’

Dat missen mensen in hun omgeving: de mogelijkheid om hun verhaal voor de twintigste keer te doen en nog altijd begrepen en aanvaard te worden.

‘In die verhalen van de patiënten herken ik veel uit mijn eigen situatie van vroeger. In het begin had ik het daar moeilijker mee dan nu. De opleiding en de tussentijdse cursussen van Kom op tegen Kanker hebben me daarover veel geleerd. Dat neemt natuurlijk niet weg dat ik geregeld geraakt word. Ik ben niet van steen, dus er vloeit al eens een traan.’

‘Maar ondanks de verdrietige momenten, zijn het vooral de verrijkende, hartverwarmende en enthousiaste contacten die dit vrijwilligerswerk zo verslavend maken. In mijn omgeving weet iedereen dat ik op vrijdag niet bereikbaar ben. Dan zit ik bij mijn “familie” en dat wil ik voor geen geld van de wereld missen. Na zo’n praatcafé ga ik al eens doodmoe naar huis. Maar die oprechte dankbaarheid die ik heb gevoeld, is voor mij een teken dat ik goed bezig ben. Dat gevoel is onbetaalbaar.’

Chris Peeters: ‘Ik geef de patiënt waar hij op dat moment behoefte aan heeft’

Foto KotK/Filip Claessens Chris Peeters gaat wekelijks op bezoek bij patiënten in het Heilig-Hartziekenhuis in Lier

‘Negen jaar geleden was mijn dochter betrokken bij een ernstig verkeersongeval, waarna ze enkele maanden in het ziekenhuis belandde. Tijdens die moeilijke periode heb ik veel steun gehad aan de vrijwilligers van Slachtofferhulp en heb ik besloten hetzelfde te gaan doen. In plaats van Slachtofferhulp is het Kom op tegen Kanker geworden, omdat ik via kennissen bij deze organisatie betrokken raakte.’

‘Natuurlijk vroeg ik me af of ik het wel ging aankunnen. Of het niet te zwaar zou worden. Maar de opleiding van Kom op tegen Kanker en de daaropvolgende stage hebben veel vragen en onzekerheden weggenomen, waardoor ik goed voorbereid kon beginnen. Ik ga nu elke dinsdagvoormiddag langs bij mensen op de oncologische verblijfsafdeling. Wanneer ik een kamer binnen ga om mezelf voor te stellen, weet ik nooit wat me te wachten staat. Wil de patiënt praten of staat hij er helemaal niet voor open? Soms krijg ik eerst te horen dat iemand geen nood heeft aan een gesprek, maar uiteindelijk vraagt hij of ik volgende week terug kom.’

‘Er zijn eenmalige ontmoetingen, en sommige mensen komen hier geregeld, bijvoorbeeld voor chemotherapie. Hen ken ik ondertussen een beetje. De onderwerpen van onze gesprekken zijn heel uiteenlopend. Wie net slecht nieuws heeft gekregen, ventileert dat graag. Het doet ook deugd om gewoon over dagdagelijkse onderwerpen te praten. Anderen ontsnappen liever uit hun wereld door mij te laten vertellen. Maar over mezelf blijf ik kort. Het gaat tenslotte niet om mij. Zo probeer ik de patiënten te geven waar zij op dat moment behoefte aan hebben.'

Foto KotK/Filip Claessens

'Het doet hen zichtbaar deugd dat er iemand met hen meeleeft. Die opluchting op hun gezicht, die woorden van dank, dat kneepje in mijn hand … Het maakt dat ik telkens met een goed gevoel de kamer weer verlaat.’

‘Dat ik echt iets voor die patiënten kan betekenen, geeft me heel veel voldoening. Zij betekenen ook iets voor mij, hoor. Intussen ben ik het leven anders gaan bekijken: waardevoller. Ik ben dankbaar voor mijn geluk en voor de warme menselijkheid die ik elke week in het ziekenhuis mag ervaren. Sommige contacten kruipen dan ook onder mijn vel. Zo werd een mevrouw na enkele weken naar de afdeling palliatieve zorg overgebracht. Ik had beloofd haar daar ook een bezoekje te brengen, maar toen ik de week nadien langs kwam, herkende ze mij niet meer. Daar was ik wel van geschrokken.’

‘Eigenlijk had ik gevreesd dat ik het er als gevoelig type nog moeilijker mee zou hebben. Ik hecht me namelijk nogal snel aan mensen. Daar waak ik dus wel over en voorlopig heb ik niet het gevoel dat mijn rugzak zwaar weegt.'

'Als vrijwilliger word ik ook goed opgevolgd. Indien nodig kan ik altijd terecht bij de regioverantwoordelijke van Kom op tegen Kanker of het ziekenhuispersoneel. Iedereen heeft tenslotte al eens behoefte aan een babbel.’

Patiënt Gilbert: ‘Dat gesprek gaf mij elke keer een boost’

Gilbert Colaes (72) kreeg een jaar geleden de diagnose pancreaskanker. Na een zware Whipple-operatie moest hij nog meerdere keren opgenomen worden in het ziekenhuis met complicaties. In die periode leerden Gilbert en zorgvrijwilligster Chris elkaar kennen.

Foto KotK/Filip Claessens

‘Omdat ik met een gevaarlijke bacterie te kampen had, werd ik in isolatie gelegd. Verplegend personeel en beperkt bezoek mochten enkel met beschermingsmiddelen binnen. Zo alleen in dat kleine kamertje had ik het best moeilijk: de muren kwamen op me af en even zag ik het allemaal niet meer zitten. Ach, ik dacht gewoon te veel na. Over de afgelopen maanden die erg beangstigend en onzeker waren geweest. Over de huidige toestand, die ook nog mistig en kritiek is. Over een mogelijke fatale afloop. Die confrontatie met mijn eindigheid vond ik een erg beklemmende ervaring.’

‘Na zeventien dagen werd ik ervan verlost en kwam Chris mijn kamer binnengewandeld. Of ik zin had in een babbeltje? Dat hoefde ze me geen twee keer te vragen! Sowieso ben ik een onverbeterlijke babbelaar, maar in deze situatie deed het echt deugd om nog eens mijn zegje te kunnen doen.’

Sowieso ben ik een onverbeterlijke babbelaar, maar in deze situatie deed het echt deugd om nog eens mijn zegje te kunnen doen.

‘Onze gesprekken gingen echt over van alles en nog wat: de kinderen en kleinkinderen, onze vroegere jobs, het bankwezen, het leven, de maatschappij en hoe die zou moeten zijn … (grinnikt) Ook over de kanker hebben we het gehad: Chris kent de hele historie. Niet dat ik daar nog dag in dag uit lag over te piekeren, hoor. Maar als de kinderen op bezoek kwamen, informeerden ze natuurlijk meer naar de bloeduitslagen of onderzoeksresultaten dan naar mijn visie op het leven en de maatschappij. (lacht) Het was plezant om er eens met iemand anders over te kunnen kletsen en zo even te ontsnappen uit het ziekenhuis. Dat gaf me elke keer een boost.’

‘In totaal is Chris vier keer langs geweest. Toen er een psychologe voorstelde om eens te praten, heb ik ook dat niet afgeslagen. Ik neem nu eenmaal elke kans te baat om stoom af te laten. Ik vond dat Chris een menselijkere aanpak had, die me meer lag dan de professionele houding van de psychologe. Hoeveel ik ook babbelde, ze luisterde altijd naar mij. Ik heb haar aanwezigheid altijd erg positief ervaren. Mijn tijd in het ziekenhuis is al bij al niet onaangenaam geweest en Chris heeft daar op haar manier een belangrijke bijdrage aan geleverd.’

 

Uw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Waar vind ik een zorgvrijwilliger?

Wil u uw verhaal eens doen bij iemand anders dan uw partner, familie of het verplegend personeel? Vraag aan de hoofdverpleegkundige naar een zorgvrijwilliger van Kom op tegen Kanker. Bekijk hier de permanenties van zorgvrijwilligers in de ziekenhuizen. Praatcafés in uw regio vindt u in de agenda.

Word zelf vrijwilliger

Hebt u vrije tijd? Hebt u een warm hart? Staat u open voor opleiding? Vervoeg dan snel de meer dan 350 zorgvrijwilligers van Kom op tegen Kanker die in de ziekenhuizen een luisterend oor bieden, activiteiten voor kinderen of jongeren begeleiden, administratieve taken vervullen ... Kom op tegen Kanker heeft al een groot netwerk van vrijwilligers, maar omdat er kankerpatiënten bijkomen en de vraag toeneemt, zijn we altijd op zoek naar nieuwe mensen. Bekijk de verschillende mogelijkheden en meld u nu aan om zorgvrijwilliger te worden.

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.