Zorgvrijwilligers bezoeken mensen met kanker in het ziekenhuis

De zorgvrijwilligers van Kom op tegen Kanker leveren fantastisch werk, daar neem ik mijn hoed voor af!
Jaak Duchateau

In een veertigtal ziekenhuizen en campussen in ons land zijn vrijwilligers van Kom op tegen Kanker actief. Elke week gaan ze op bezoek bij de kankerpatiënten die er opgenomen zijn of er langskomen voor een behandeling. Ze bieden een luisterend oor, ze geven moed, ze staan open voor een gewone, gezellige babbel. ‘Ze leveren fantastisch werk, daar neem ik mijn hoed voor af’, getuigt Jaak Duchateau.

Auteur: Bart Van Moerkerke - Fotograaf: Filip Claessens (Jaak Duchateau), Stefaan Beel (andere foto's)
Foto KotK/Stefaan Beel, Leven 55, juli 2012

Dinsdagmorgen in het AZ Sint-Jan in Brugge. Op de afdeling hematologie zitten Noëlla Haerinck en Roland Legein voor een korte briefing samen met Sabine De Baets. Noëlla en Roland zijn twee van de drie vrijwilligers op de afdeling (sinds eind 2014 spreken we van 'zorgvrijwilligers van Kom op tegen Kanker', red.). Ze komen zoals elke week op patiëntenbezoek. Sabine is de hoofdverpleegkundige. Ze overlopen samen de lijst van de patiënten. Noëlla en Roland spreken af welke patiënten ze in de loop van de ochtend zullen bezoeken. ‘Op de afdeling hebben we drie groepen patiënten’, zegt Sabine De Baets. ‘Patiënten met de ziekte van Kahler en met lymfeklierkanker worden meestal op de dagkliniek behandeld en worden niet zo vaak opgenomen, en zeker niet voor lange tijd. De patiënten met leukemie daarentegen verblijven hier gedurende een lange periode. Ze krijgen doorgaans vier tot vijf behandelingen met intensieve chemotherapie waarbij ze telkens drie tot vijf weken in het ziekenhuis zijn en twee weken thuis.'

Foto KotK/Stefaan Beel, Leven 55, juli 2012

'Het is vooral voor die patiënten dat onze drie zorgvrijwilligers belangrijk kunnen zijn. Iedere patiënt krijgt tijdens de eerste weken van zijn of haar opname zeker het bezoek van een vrijwilliger. Soms blijft het op vraag van de patiënt bij die ene keer, maar voor de meesten wordt het een wekelijkse babbel waar ze echt naar uitkijken.’

Het eerste bezoek

Bij opname krijgen de patiënten een onthaalbrochure over de afdeling hematologie. Daarin komen ook de VLK-vrijwilligers ter sprake. Niet alle patiënten lezen evenwel de informatie en velen zijn dus verrast als een vrijwilliger bij hen aanklopt. ‘Het eerste bezoek is altijd moeilijk’, zegt Noëlla. ‘Ik begin met me voor te stellen als vrijwilliger van Kom op tegen Kanker. Dan vraag ik of de patiënt het goed vindt dat we even kennismaken. De reactie verschilt van persoon tot persoon. Veel patiënten voelen zich opgelucht hun verhaal te kunnen doen. Bij een aantal mensen voel je terughoudendheid en dan is het gesprek korter. De ene patiënt praat er makkelijker over dan de andere. Dat er nog een tweede patiënt in dezelfde kamer ligt, maakt het niet eenvoudig om over persoonlijke zaken te praten.'

Foto KotK/Stefaan Beel, Leven 55, juli 2012

'Als die kamergenoot nog mobiel is, gaat hij of zij tijdens het gesprek al eens een wandelingetje maken in de gang. Maar in het begin is het altijd wat aftasten. Aan het eind van het eerste gesprek vraag ik of de patiënt graag heeft dat ik de week erna nog eens langskom. Het is aan de patiënt om te beslissen.’

‘Wat de patiënt tegen me zegt, blijft tussen ons’, benadrukt Roland. ‘Het gebeurt natuurlijk wel eens dat een patiënt iets niet durft te zeggen of te vragen aan de verpleegkundigen of de artsen en ons vraagt om dat in zijn of haar plaats te doen. We polsen dan eerst hoe het komt dat iemand iets niet durft te zeggen en stimuleren de patiënt om zelf de verpleegkundige of de arts aan te spreken. Maar indien nodig geven wij toch zelf iets door aan Sabine.’

Stof tot gesprek

Stefaan Standaert is sinds het najaar van 2011 opnieuw halftijds aan het werk als leerkracht fysica.

Foto KotK/Stefaan Beel, Leven 55, juli 2012

Drie jaar geleden kreeg hij acute myeloïde leukemie. Alles bij elkaar verbleef hij nagenoeg een jaar op de afdeling hematologie. Hij kreeg er bijna wekelijks bezoek van Roland. ‘Toen ik pas was opgenomen, kwam Roland met me kennismaken. Het klikte tussen ons. Ik weet dat hij lang geleden ook kanker heeft gehad, maar daarover hebben we nooit gepraat. Ik wilde ook niet over mijn ziekte spreken, dat heb ik van bij het begin duidelijk gezegd. Alles wat daarmee te maken heeft, is het domein van de dokters en de verpleegkundigen. Met Roland had ik het over van alles: over fotografie, de natuur, reizen, het gezin en de familie. Hij is een jazzliefhebber, op dat vlak heeft hij mijn nieuwsgierigheid echt geprikkeld.’

 

Verpleegkundigen hebben niet altijd de tijd voor een goed en diepgaand gesprek, de vrijwilligers wel. We vullen elkaar aan.
Sabine De Baets, hoofdverpleegkundige Hematologie AZ Sint-Jan Brugge

Sabine De Baets kan zich helemaal vinden in die manier van aanpakken. ‘Het team van artsen, verpleegkundigen, oncologisch psychologen, maatschappelijk assistenten is bezig met alles wat de ziekte aangaat. Het medische is niet het domein van de vrijwilligers. Ik probeer hen te stimuleren om een losse babbel te hebben met de patiënten. Dat neemt niet weg dat het soms wel gaat over hoe de patiënt zich voelt. Als een patiënt behoefte heeft om daarover te praten, moet dat natuurlijk kunnen. Verpleegkundigen hebben niet altijd de tijd voor een goed en diepgaand gesprek, de zorgvrijwilligers wel. We vullen elkaar aan.’

‘Vooral de eerste keer gaat het toch dikwijls over de ziekte’, zegt Noëlla. ‘De eerste vraag van een patiënt is vaak: “Waarom ik?”. Ze voelen zich machteloos. Ik kan dan alleen maar zeggen dat niemand kanker verdient.'

Foto KotK/Stefaan Beel, Leven 55, juli 2012

'Het komt er vooral op aan goed te luisteren. Ik ben een buitenstaander, aan mij kunnen patiënten veel kwijt: hun dromen, angsten, frustraties. Je mag ook niet bang zijn voor stiltes. Dat heb ik geleerd.’

‘Het is voor een patiënt soms makkelijker om met een vrijwilliger over de ziekte te praten dan met bijvoorbeeld de partner of de kinderen. Patiënten houden zich tegenover hun familie soms in omdat ze hen emotioneel geen pijn willen doen. Tussen de patiënt en de vrijwilligers is die familieband er niet, wel een vertrouwensband’, vult Roland aan. ‘Over de ziekte kunnen praten, haalt bij sommigen een last van de schouders. Maar je mag dat niet veralgemenen. Er zijn ook patiënten die het er niet over willen of kunnen hebben. Ik denk dat gesprekken over het algemeen misschien maar voor vijf procent over de ziekte als dusdanig gaan.’

Moed geven

Jaak Duchateau verbleef in 2010 vijf maanden in het AZ Sint-Jan voor de behandeling van acute myeloïde leukemie. Begin 2012 herviel hij. Na een nieuwe chemobehandeling volgde midden april een stamceltransplantatie.

Foto KotK/Filip Claessens, Leven 55, juli 2012

De voorbije twee jaar vond hij heel veel steun bij Roland. ‘Roland is zeer tactvol, hij zegt de juiste dingen op het juiste moment, hij heeft me op sommige momenten de moed gegeven om te blijven vechten’, zegt Jaak. ‘We praten over de meest uiteenlopende zaken, zelfs over het snoeien van bomen. Ook af en toe over kanker. Roland heeft het zelf meegemaakt, hij weet wat het is. Ik ben van nature niet iemand die zich snel blootgeeft, maar daar ben ik toch van teruggekomen: ik kan elke patiënt alleen maar de raad geven te babbelen over de ziekte en de zorgvrijwilligers van Kom op tegen Kanker in vertrouwen te nemen. Dat doet goed, daar haal je energie uit. Ik ben in elk geval telkens blij als het dinsdag is en Roland op bezoek komt. De vrijwilligers leveren fantastisch werk, daar neem ik mijn hoed voor af.’ Dat zegt ook Stefaan Standaert: ‘Je moet het maar doen, vrijwillig op bezoek gaan bij mensen met kanker. Het is een hele opgave en het loopt niet altijd goed af.’

‘Ik heb al van enkele mensen afscheid moeten nemen en da’s moeilijk’, knikt Noëlla. ‘Ik leer ook bij, ik kan altijd zelf voor een gesprek terecht bij onze regiocoördinator van Kom op tegen Kanker en bij het verplegend personeel in het ziekenhuis. We komen ook regelmatig samen met de vrijwilligers om ervaringen te delen. Ik doe dit werk uit maatschappelijke betrokkenheid. Ik ben met brugpensioen en wil mijn vrije tijd zinvol invullen. Ik vind het ook belangrijk bij een organisatie en een groep te horen. Ik haal voldoening uit het vertrouwen dat mensen in me stellen, ik vind het een voorrecht een eindje met hen te mógen meegaan.'

'De vele gesprekken met patiënten hebben me ook anders doen aankijken tegen het leven. Ik kan banale problemen veel makkelijker relativeren dan vroeger.’

‘Een patiënt die tegen me zegt: “Roland, bedankt. Tot volgende week! Je komt toch?”, daarvoor doe ik dit vrijwilligerswerk. Het toont aan dat wat je doet belangrijk is voor die persoon’, vat Roland samen.

Wanneer zijn er waar zorgvrijwilligers aanwezig?

Bekijk hier de permanentie van zorgvrijwilligers in alle ziekenhuizen in Vlaanderen.

Hebt u interesse om zorgvrijwilliger te worden bij Kom op tegen Kanker?

In 37 ziekenhuizen zijn er speciale vrijwilligers aan de slag voor mensen met kanker. Deze zogenaamde 'zorgvrijwilligers' van Kom op tegen Kanker zijn op vaste tijdstippen aanwezig voor individuele steun en opvang van patiënten. Deze vrijwilligers, al dan niet zelf of in hun omgeving geconfronteerd met kanker, worden gecoacht door de professionele regiocoördinatoren van Kom op tegen Kanker. Omdat almaar meer patiënten een beroep op hen doen, is Kom op tegen Kanker op zoek naar nieuwe vrijwilligers. Kandidaten krijgen een grondige basisopleiding met praktijkgerichte oefeningen, over onder meer goede communicatie, beroepsgeheim, medische aspecten van kanker. Afhankelijk van de taken die de vrijwilligers zullen/willen opnemen, is er nog een meer specifieke opleiding. Er zijn ook geregeld bijscholingen en intervisies met collega-vrijwilligers. Hebt u interesse om een engagement als zorgvrijwilliger voor Kom op tegen Kanker aan te gaan? Lees hier meer over vrijwilliger worden bij Kom op tegen Kanker, of bel 070 22 55 25.

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.