Zilverdraden. Haarverlies door chemotherapie

Nooit gedacht dat het zo moeilijk zou zijn om dit stukje van mezelf los te laten.
Lieve Vandenbosch
Uit Leven, editie 64, oktober 2014

Nadat haar twee jongere zussen eierstokkanker hadden gekregen, liet Lieve Vandenbosch (64) zich testen en bleek ze drager van het erfelijke kankergen BRCA1. Haar eierstokken werden verwijderd en bleken na onderzoek aangetast door een tumor. Daarna werd haar baarmoeder weggenomen en volgde chemotherapie. Over het verlies van haar haren tijdens deze chemokuur schreef Lieve in 2011 het persoonlijke relaas ‘Zilverdraden’.

Begin januari

Foto Lieven Van Assche

"Ik wist niet dat ik zo rijk was. Zoveel zilverdraden op mijn hoofd. Maar nu moet ik ze afgeven en aan wie? Al is er wel protest, want ik heb pijn en pijn is protest. Mijn door chemo aangetaste haarwortels zijn niet akkoord om me te verlaten en protesteren. Ik zal ze koesteren, mijn zilverdraden. Ze hebben me steeds in alle seizoenen beschermd tegen hitte en kou en ik kan ze niet zomaar in de vuilnisbak laten vallen, zoals stof en vuil, dat zou echt ongepast zijn.

Helaas, bij elke beurt van mijn haarborstel, waar ik ze nog graag mee in de plooi wil leggen, laten de draden zich zomaar meeslepen en laten ze hun vertrouwde basis wat leger achter. Uren sta ik te strelen, met mijn vingers langzaam door mijn haarbos. Ik kan het niet laten. Telkens als ik in de spiegel kijk, geef ik een paar streelbeurten, zomaar om te zien hoeveel er al afscheid nemen en hoeveel dit nog niet kunnen. Dan pluk ik ze geduldig van tussen mijn vingers en verzamel ze.

Loslaten, dat is het probleem. Toen de dokter vertelde dat ik chemo moest ondergaan en helemaal kaal zou worden, was mijn reactie: dat is nog het minste, dat groeit wel weer. Nooit had ik gedacht dat het zo moeilijk zou zijn om dit stukje van mezelf los te laten. Maar ik ben een koppig beestje, zelfs na de tweede chemobeurt heb ik ze nog niet allemaal afgestaan. Zoals elke gemeenschap verschillende individuen kent, zo is dat hier niet anders. Je staat echt versteld van de vele verschillende vormen, kleuren en structuren. Elk draadje heeft zijn eigenheid: er zitten dikke, sterke exemplaren tussen, maar ook fraai gedraaide en ietwat rossige van kleur, terwijl ik toch een grijze haartooi droeg. Ik voel me steeds rijker worden. Dus besluit ik ze allemaal te verzamelen om achteraf goed onder ogen te kunnen zien wat ik anders zelf niet kan zien, zo boven mijn eigen ooghoogte. In een spiegel, ja, maar je moet je toch in allerlei bochten wringen om je ronde bol helemaal te kunnen aanschouwen.

Hoe trots kunnen we zijn als ons kapsel goed zit en welk prettig gevoel krijgen we als iemand ons hierover een complimentje geeft. Ik stop ze allemaal in een fraai plastic zakje dat in mijn badkamer hangt, heel ontvankelijk open zodat ze makkelijk te deponeren zijn. Ook in mijn slaapkamer heb ik een verzamelpunt, want bij het ontwaken heb ik wel wat plukwerk op mijn hoofdkussen. Ze kriebelen in mijn nek en op mijn wangen, alsof ze willen zeggen, hé vergeet ons niet! Sorry voor diegenen die toch via de stofzuiger of de dweil in de vuilnisbak terechtkomen, helaas, die zijn niet te redden. Sommigen kiezen zelf voor vrijheid en waaien zomaar weg als ik buitenloop, de wijde wereld in.

Eind januari

Foto Lieven Van Assche

Het is nog maar een heel dun gordijntje dat nu mijn bollekeskop siert. Raar om jezelf zo bijna bloot te zien. Amper twee druppeltjes shampoo volstaan om wat schuim te maken en het drogen is zo gebeurd, dat is het enige voordeel. Ondertussen is wel het moment aangebroken om ook overdag binnenshuis een extra textielproduct te dragen, wat natuurlijk wennen is. Tijdens de winterperiode valt het buiten niet echt op, als je een wollig, pluizig mutsje draagt, maar binnen heeft dat bolleke nu ook al kou. Tegen alle verwachtingen in heb ik toch een plezante ontdekking gedaan, je kan het amper voelen, maar het is er...een heel zacht broske. Kleine, zachte, nieuwe haartjes, rara wat zijn die van plan? Zullen ze me ook weer moeten verlaten bij de volgende chemobeurt of zijn er trouwe plukjes bij die me warm willen houden? Er zijn nog altijd een paar voorbeelden waaraan ze zich kunnen spiegelen: want woorden wekken maar voorbeelden trekken, hebben we altijd geleerd.

Half februari, na de vierde chemobeurt

Eerlijk gezegd ben ik niet kwaad of verdrietig dat die stugge, zwarte haartjes ook zijn uitgevallen en mijn benen heerlijk glad aanvoelen.

Bij het douchen gebruik ik nog steeds twee druppels shampoo, wat wil zeggen dat nog niet alles verloren is. Ik kam, of liever borstel, ze nu met een babyborsteltje, heel zacht en een streling op zich, alsof ik ze welkom wil heten en aanmanen om dapper door te zetten. Helaas moeten sommige babyhaartjes ook al opgeven, maar ik blijf dankbaar omdat ze hebben geprobeerd me een goed gevoel te geven. Zou er concurrentie bestaan tussen deze zachte primeurtjes en zeggen ze tegen mekaar, ik zal wel doorzetten en winnen terwijl jij al moet loslaten...of steunen ze elkaar en moedigen ze elkaar aan om toch zoveel mogelijk samen te blijven tot ze een mooi geheel vormen? Wie zal het weten? In elk geval zie ik wel dat ze hun best doen en dat stemt me blij.

Foto Lieven Van Assche

Ondertussen heb ik voor mezelf uitgemaakt dat ik een bepaalde stelling, namelijk 'met twee maten en twee gewichten meten', die ik meestal helemaal niet goedkeur, toch stiekem toelaat. Er zijn niet alleen mooie zilverdraden als sieraden, maar op sommige lichaamsdelen staan er zo van die stugge, zwarte haartjes die we liever kwijt zijn. Nu heb ik het over diegene waar we echt wel moeite voor doen om ze te bannen of onzichtbaar te maken, zeker in de zomerperiode wanneer we graag een korte broek of rokje dragen. Eerlijk gezegd ben ik nu niet kwaad of verdrietig dat die ook zijn uitgevallen en mijn benen heerlijk glad aanvoelen. Dus zo zie je maar dat een mens toch soms tegen zijn eigen principes handelt.

Wat ik dan weer erg vind, is het vertrek van mijn wimpers en wenkbrauwen. Echt zo'n bloot gezicht als je in de spiegel kijkt. Ik hoopte zo dat ze zouden blijven, maar helaas...maar dan denk ik, ok, als dan toch alles weg moet en daarmee ook de kankercellen weg zijn, dan ben ik heel tevreden. Dus nog wat volharden en geduld oefenen tot het nieuwe kapsel zich stilaan vormt.

Midden maart

Op 18 maart word ik echt boeddhist en scheer mijn knikker zowat glad. Wel voorzichtig want ik ben bang om in mijn vel te snijden. Binnen een paar dagen krijg ik de laatste chemokuur en ik kijk nu al uit naar de nieuwe beschermvezeltjes die zullen groeien. Het is raar om jezelf helemaal kaal te zien, wat lijk ik erg op mijn vader nu. Ik ben benieuwd hoe de kleinkinderen gaan reageren als ze me zien. Wel, die reageren niet bijzonder, ze vinden het precies gewoon, oma met muts of oma zonder muts, het is oma Bie. Helemaal bloot wil zeggen, niks bescherming tegen de kou, dus zeker veel oma met muts. En onder de douche geen shampoo meer.

Begin mei

Weet je dat de mensen op straat of in de winkel soms heel attent zijn als ze je mutsje zien.

Een plezante ontdekking, mijn hoofdhuid voelt aan als fluweel, er is al een beetje heel zacht dons te zien en ik wrijf er graag eens over. Ondertussen was mijn kletskop al mooi bruin geworden van in 't zonnetje te lopen, want de afgelopen weken was het al echt zomerweer.

Dus nu niet veel muts meer, zeker niet thuis, als ik de deur uit moet dan kan het nog niet anders. Weet je dat de mensen op straat of in de winkel soms heel attent zijn als ze je mutsje zien, het valt echt op dat mensen die je anders niet bekijken, nu plots vriendelijk knikken of extra moeite doen. Op de markt vroeg een verkoper of ik alles wel kon dragen en ik kreeg een extra grote tas voor meer comfort. Misschien hou ik dat mutsje soms wel aan ...

Midden juni

Omdat iedereen zegt, 'maar het is mooi hoor je grijze kopje, het staat je goed', durf ik toch al eens buiten komen.

Voor het eerst de deur uit zonder hoofddeksel, wel nog met een jasje met kap voor eventuele bescherming tegen de wind. Omdat iedereen zegt, 'maar het is mooi hoor je grijze kopje, het staat je goed', durf ik toch al eens buiten komen. Mijn lieve, zachte, zijden draadjes doen het goed. Met hun anderhalve centimeter geven ze al een beetje dekking en toveren een grijs tapijtje met mooi afgelijnde vorm rond mijn schedel.

Maar ik wil graag meteen een echt kapsel en daarom heb ik toch al naar het scheermesje gegrepen. De witte nekhaartjes gaven een wat slordige indruk en ik wou er een mooi lijntje van maken, dat oogt wat verzorgder. Misschien valt het anderen niet erg op, maar ik heb er toch weet van. En onder de douche, terug van weggeweest, twee druppeltjes shampoo.

 

Uw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Meer informatie

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.