Zangeres Natalia over haar overleden vader

Ode aan papa
Natalia
Uit Leven, editie 67, juli 2015

Ze straalt van levenslust, topzangeres Natalia. ‘Ik heb zijn energie geërfd’, zegt ze over haar papa  Willy die bijna vijf jaar geleden aan kanker bezweek: ‘Hij stierf zachtjes tijdens de eerste nacht dat ik bij hem in het ziekenhuis bleef. Daags voordien had ik hem nog een cornetto en een pintje bier gebracht.’

Auteur: Marc Peirs - Fotograaf: Bart Musschoot
Foto: KotK/Bart Musschoot, Leven 67, juli 2015

‘In zijn botten, in zijn longen, de kanker zat overal. Zijn blaas was eerder al weggenomen. Een jaar voordien hadden de artsen immers daar de eerste keer kanker aangetroffen. Bij een controle  in augustus 2010 bleek dat de kanker was uitgezaaid. Papa ging naar het ziekenhuis, kreeg chemo, maar die kon geen baat meer brengen. Drie maanden later was hij er niet meer.’

‘In de nacht van 12 november 2010 kort na drie uur is hij gestorven. Ik weet dat heel precies; ik was erbij. De avond voordien waren wij, de kinderen, spoorslags naar het ziekenhuis gereden. We wisten dat zijn toestand zienderogen slechter werd.  We spraken af dat ik en mijn toenmalige vriend bij vader zouden overnachten. Tussen tien over drie en kwart over drie schrok ik wakker. Ik voelde dat er iets mis was. Mijn vriend ging naar het ziekbed, keek me aan en ik wist: papa is dood. Meteen holde ik naar de verpleegsters. Ze hadden papa enkele minuten voordien, om drie uur, nog bezocht om hem in een comfortabeler lighouding te plaatsen. Enkele minuten later is hij zachtjes gestorven. Ik ben heel blij dat hij op die manier is heengegaan. ‘

‘De dag ervoor voordien had ik hem nog een cornetto en een pint bier gebracht. Hij heeft daar enorm van genoten.  Zo was onze relatie in die maanden van afscheid: ik ging mee in zijn wereld. Zelfs als die wereld niet helemaal helder was. Op een gegeven moment tijdens een bezoek zei hij dat er een kakkerlak op de muur zat. In feite was het een duimspijker. Maar ik zei meteen: “Dan zal ik die eens doodknijpen!” Of hij beweerde dat er die nacht een muis bij hem in bed was gekropen. Mama schudde dan zuchtend het hoofd, maar ik sprong mee in zijn denkwereld: “Amai! En heeft ze je gebeten?”. Waarop hij dan heel ernstig neen knikte. Tijdens zijn laatste levensavond kwam hij nog één keer rechtop, wou iets zeggen, maar dat lukte niet. Ik zei: “Rustig liggen en zwijgen.” Ik ken mijn papa, ik weet hoe hem aan te pakken (glimlacht).’

Toen de eerste blaaskanker werd vastgesteld, wilden mama en papa daar met de kinderen niet te veel over praten. Geen paniek zaaien.

‘Toen ik jong was, als tiener en zelfs als kind, hebben papa en ik vaak verbaal gebotst. Mijn ouders waren heel beschermend, naar mijn smaak té beschermend. Papa had schrik van het uitgaansleven, van drank, van drugs. Dus probeerden ze om me daar ver van te houden. Ik mocht niets. Ik zat thuis. Maar ik mocht wel mijn mening geven en alles zéggen. Die combinatie zorgde voor pittige discussies. Dat heeft me heel mondig gemaakt (lacht). En tja, achteraf bekeken: niemand geeft een perfecte opvoeding, toch?’

‘Later, tijdens mijn carrière, bleef papa heel aanwezig. Hij wou eigenlijk het liefste mijn manager zijn (lacht). Hij gaf me steeds tips, suggereerde nummers om te coveren, maar ik luister meer naar mijn echte manager Bob (Savenberg, mp). Maar toch, al die raadgevingen van papa, dat is allemaal in je hoofd opgeslagen, dat blijft rondspoken (lacht).’

‘Ook typisch voor mijn ouders: doorgaan. Toen de eerste blaaskanker werd vastgesteld, wilden ze daar met de kinderen niet te veel over praten. Geen paniek zaaien. Ook in zijn laatste drie maanden, toen hij in de kliniek verbleef, was de dood een thema dat je niet te fel mocht aanraken. Soms zei hij even: “Ik heb schrik. Enorm veel schrik.” Maar verder wou papa daar niet op ingaan. Dan spraken we over iets anders of maakten we een grap. Ieder heeft zijn manier van omgaan met ziekte en dood.’

Papa wou niet verhuizen naar de palliatieve afdeling. Hij wou ook niet naar huis terug, zelfs al mocht dat van de dokter. Beide opties zouden immers betekenen dat hij zich neerlegde bij de naderende dood, en dat wou hij niet. Doorgaan hé.

‘Hij wou op geen enkel moment verhuizen naar de palliatieve afdeling. Hij wou ook niet naar huis terug, zelfs al mocht dat van de dokter. Beide opties zouden immers betekenen dat hij zich neerlegde bij de naderende dood, en dat wou hij niet. Doorgaan hé. Mama ook: zij kwam elke dag naar het ziekenhuis. Ze heeft papa tot op het eind bijgestaan en verzorgd.’

 ‘Ik máákte tijd voor papa.  Twee jaar voor hem was mijn meter al overleden. Toen werd ik me scherp bewust van mijn waarden, mijn grenzen en prioriteiten. Tijd besteden aan wie je lief is, is er daar één van. Papa was opgetogen met mijn talrijke bezoeken. In een dubbelinterview voor HUMO zei hij: “Natalia heeft me nu al 27 keer bezocht.” Ik stond paf. Hij telde die bezoeken exact.’

‘Meteen na papa’s dood heb ik anderhalf jaar lang veel tijd voor mezelf en mijn verdriet gereserveerd. Ik heb die grens duidelijk gesteld, ik wou niet toegeven aan de eisen van pers, fans, concertorganisatoren of vrienden. Ik had die tijd echt nodig. Maar daarna ben ik met verdubbelde kracht er tegenaan gegaan. Tijdens papa’s begrafenis heb ik een tekst voorgelezen waarin ik zei dat ik zijn kracht zou overnemen en dat hij zich daarover geen zorgen hoefde te maken. En zo voelt het inderdaad: ik heb zijn energie geërfd.’

ALIVE (fragment)

You are unrepeatable

Our love is unconditional

And I, I can see the gates

Of heaven through my eyes

With all the dancing angels by your side

Spread your wings and daddy

Take it to the sky

And I promise I’ll keep your memory alive

Alive is mijn ode aan papa. Het is een lied over en voor hém. Niet over mijn eigen gevoelens. Trouwens, bij mij werkt dat niet, verdriet van me afschrijven in een song. Ik verwerk verdriet niet door zelf te gaan zingen over getormenteerde gevoelens. Tijdens optredens kan ik het nummer brengen zonder elke keer in de emoties te hoeven duiken. Het blijft wel heftig om het lied te brengen, maar ik kan zelf beslissen hoe ver ik me in de emotie laat meedrijven.’

Ik begrijp mensen die zeggen dat een triest nummer hen nog triester maakt, maar ik geloof wel dat als je die tristesse toelaat en laat uitbreken, je je nadien beter voelt.

‘Muziek geneest. Na papa’s dood heb ik dat mogen ervaren. Ik begrijp mensen die zeggen dat een triest nummer hen nog triester maakt, maar ik geloof wel dat als je die tristesse toelaat en laat uitbreken, je je nadien beter voelt. Ik heb het gevoel dat het not done is in onze samenleving om negatieve gevoelens te uiten. Trek je daar niks van aan. Soms bén je boos. Soms bén je droef. Laat dat toe. Kijk in de spiegel, voel jezelf en neem je eigen leven in handen.’

 ‘Iedereen gaat anders om met de dood. Sommige vrienden waren me heel nabij, anderen hielden meer afstand: allemaal okay. Met mama spreek ik nog zelden over papa. Ze is heel gevoelig en als ze te diep wordt geraakt,  doet dat haar geen goed. Ik heb dat gevoelige karakter ook, maar ik wil wel diep gaan en gevoelens aankaarten. Mama haar manier, ik de mijne: allebei even goed.’

‘Mensen zeggen vaak dat iemand die tegen kanker vecht “zo sterk” is. Ik zie dat anders. Heb je kanker, dan heb je gewoon geen keuze:  je moét vechten. Je kan niet anders. Ook ikzelf denk best vaak aan kanker. Maar ik wil en kan me niet te ver laten gaan in negatieve gedachten. Zo zit ik niet in elkaar. Want morgen kan het voorbij zijn. Maak dus van vandaag een goeie dag!’ (En dan, nog eens: Natalia’s parelende lach).

 

Uw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Begeleiding bij rouw

Wie of wat kan enigszins helpen om de zo ingrijpende periode na het verlies van een dierbare door te komen?

Hier vindt u alle praktische gegevens, evenals een lijst boeken en materiaal over rouwen en verdriet.

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.